19. Onafwendbaar lot

Doorheen het drukke verkeer zweeft Erine met de zwever naar haar bestemming. Als gevolg van de schietpartij is er een omleiding, waardoor het ongeveer twee uur duurt voor ze op hun bestemming aankomen.
Erine gaat de zwever parkeren, terwijl Sorane en Malon naar de commandante gaan. In haar bureau kijkt de veertigjarige vrouw de roodharige nadenkend aan. 
‘Uit jou geraakt je niet meer wijs, Sorane. Je verhuurt je als huurmoordenares voor geld en dan waag je je leven voor een agente.’
‘Dat geld gebruik ik voor nuttige zaken, commandante. En ik dood alleen mensen die de dood verdiend hebben. Die agente had hulp nodig. Ik kon haar niet laten sterven...’
‘Mogelijk. Je speelt echter voor rechter en beul. En dat is onwettelijk.’
‘U heeft gelijk. Maar als ze dood zijn kunnen ze niet meer vrijkomen door steekpenningen en al of niet echte procedurefouten. En er is wel een misdadiger minder op Enuron.’
De commandante staart haar nog even aan en trekt dan haar schouders op.
‘Ook weer waar,’ denkt ze verbaasd, maar zegt niets.
‘Heb je dat datamodules bij je?’
‘Zeker. Dit zijn ze, de kopieën heb ik op een veilige plaats,’ knikt Sorane en reikt de modules aan.
Maar de commandante weigert.
‘Houd ze maar bij je. Rechter Sodinor wil je zelf zien om je te bedanken. Ik denk dat jij ze ook best zelf aan hem overhandigd.’
Even kijkt de roodharige naar de vrouw en knikt dan.
‘Erine, wil jij met Malon Sorane begeleiden. Ze moet veilig aankomen.’
De agente knikt en geeft Sorane een teken. Beiden verlaten het kantoor, nagestaard door een hoofdschuddende commandante.
Als Erine een uurtje later, na een spannende vlucht, de parking nabij het gerechtsgebouw in zweeft, stopt ze om Malon en Sorane te laten uitstappen. Terwijl zij een parkeerplaats gaat zoeken, gaat Malon met Sorane naar de hoofdingang. Daar wachten enkele veiligheidsagenten hen op.
‘De rechter bevindt zich in een van zijn privékantoren. Ik zal jullie de weg wijzen,’ zegt een van de twee vrouwelijke veiligheidsagenten. 
‘Dank je, maar ik moet nog even naar een kennis van me. Haar naam is Cina Gornoy. Rinda,’ antwoordt Malon.
De vrouw knikt even.
‘Ze werkt nu in vleugel 3B, agent Malon.’
Malon werpt even een blik op Rinda.
‘Dank je, Rinda. Mijn collega Erine Rand komt over enkele ogenblikken. Ik zie jullie straks wel,’ glimlacht Malon en kijkt hen na als ze naar binnen lopen.
Een paar minuten later stapt Sorane samen met de agente het kantoor van de rechter binnen.
‘En heb je, je taak kunnen volbrengen, Sorane Cobanon.’
‘Zeker, edelachtbare. Al zijn er wel verschillende mensen voor gestorven.’
‘Slachtoffers vallen er in een oorlog nu een maal. En dit is een oorlog, vergeet dat niet. En verraders hebben nu eenmaal de dood verdiend,’ glimlacht de rechter en neemt de modules van de roodharige over.
Even kijkt de rechter met een grijzende glimlach naar de agente. Dan richt hij zijn blik even naar Sorane.
 ‘Dank je om mij het bewijsmateriaal tegen mij terug te bezorgen,’ lacht de rechter tot haar verbazing.
Sorane kijkt de rechter met een vreemde blik aan. Ze verdacht de man al, maar zijn woorden klinken nog na in haar hoofd. Dan barst ze uit.
‘Jij bent het, die ons verraadde. Jij hebt Wryne en haar collega’s laten ombrengen.’
Rinda, de veiligheidsagente schrikt en legt haar hand op haar holster. De rechter merkt hun reactie en beseft dat zijn woorden op zijn minst verkeerd gekozen waren. 
‘Verdomme, ik had mijn woede beter moeten bedwingen. Zoals de vorige maal toen deze verraadster voor mij stond. Toen nam ik de beslissing om die agenten te laten ombrengen, maar ook om Sorane te laten leven. Omdat ik die belangrijke data die ze in haar bezit had weer in handen wilde krijgen,’ denkt hij, kwaad op zichzelf.
Onder zijn bureau grijpt hij naar de twee verborgen wapens, terwijl hij beseft dat hij niet anders meer dan. Zijn fout kan hij niet meer goedmaken. Dus moeten beiden hier en nu sterven, maar dan zo dat hij onschuldig lijkt. Gelukkig zijn beiden te verbaasd om te reageren.
Dan werpt hij een blik op de veiligheidsagente en zegt:
‘Het spijt me, Rinda. Ik mocht je graag.’
‘Wat bedoelt…’ roept de veiligheidsagente uit, maar reageert hierdoor veel te laat.
Rinda probeert nog haar wapen te trekken, maar de rechter is sneller. Hij heeft plots twee wapens in zijn handen en vuurt met het wapen met geluidsdemper in zijn linkerhand driemaal. Het lichaam van de vrouw schokt onder de inslagen. Sorane is voor de eerste maal in haar leven verstijfd van schrik. 
Dan kijkt hij de roodharige aan.
‘Toch niet, Sorane. Je had het bijna juist, maar niet helemaal,’ spot de rechter en concentreert zich.
Sorane schrikt als de man van uiterlijk veranderd.
‘Aqunok. Jij…. Hoe???’
‘Een verrassing niet,’ hoort ze zijn stem.
Ze had al horen spreken van gedaanteverwisselingen. Maar dat iemand dat kon, geloofde ze niet echt. Dit had ze nooit kunnen raden. Aqunok, in de gedaante van de rechter, heeft iedereen misleidt. 
‘Anya, help me,’ denkt ze snel.
‘Ik verheug me over onze samensmelting, Sorane. Anya kan en mag je niet meer helpen.’
De roodharige beseft op dat moment dat ze sneller moet zijn dan ooit. Als dit besef tot haar doordringt is het al te laat. Haar rechterhand beweegt zo snel dat de rechter schrikt. Ze kan haar wapen nog trekken, maar dan vuurt Aqunok tweemaal kort na elkaar.
Dan voelt ze een hevige pijn in haar borst, als de twee capsules op een paar centimeter van elkaar in haar lichaam boren. Opnieuw voelt ze een hevige pijn, als de capsules verhit worden. Even wordt het zwart voor haar ogen. De capsule uit Sorane’s wapen boort zich intussen in het bureau waarachter Aqunok staat. Terwijl ze de misdaadbaas, die weer van uiterlijk verandert, aanstaart, zakt ze langzaam in elkaar.
Toch probeert ze haar wapen nog te richten, maar haar krachten vervliegen langzaam met haar bloed, dat uit beide wonden vloeit weg. Dan zakt ze op haar knieën, terwijl haar wapen naast haar in haar machteloze hangt. Toch staart ze nog steeds naar het gezicht van de rechter. Ze ziet hem grijnzen.
Die twijfelt even, als hij aan zijn meesteres denkt. Jakira wilde haar levend, maar een dode kan hem niet verraden. En een rechter als dekmantel, dat is een niet te onderschatten voordeel voor zijn plannen.
‘Voor ieder van ons komt het moment dat het geluk hem of haar in de steek laat, mooie meid,’ hoort ze hem fluisteren.
Met al haar kracht die ze nog kan opbrengen, probeert ze haar wapen weer in haar hand te krijgen en het lukt haar zelfs. Verbaasd ziet de rechter haar hand met het wapen weer omhoogkomen. Maar het gaat zeer traag. Hij grijnst.
‘Jij hebt een sterke wil, roodkop. Maar je bent zo traag…’ 
Ook Sorane beseft dat het nutteloos is, het leven stroomt uit haar lichaam, samen met haar bloed dat over haar rug en buik naar beneden vloeit. Dan geeft Aqunok haar een tik, waardoor ze ruggelings op de vloer terechtkomt.
‘Blaas maar snel je laatste adem uit, verraadster. Dan ben je uit je lijden verlost,’ hoort ze hem zeggen.
Ze voelt dat hij haar hand vastgrijpt en het wapen tussen haar vingers uittrekt. Het wapen, dat uit de bergplaats van Sorane’s kantoor op haar werk komt, waarmee hij de agente doodde, bekijkt hij even. Dan duwt hij het wapen in de hand van Sorane en sluit haar vingers omheen de kolf. Ze probeert hem te stoppen, maar ze heeft er de kracht niet voor.
‘Vaarwel Sorane Cobanon. Groet mijn trouwe agente hier in de hel,’ hoort ze de rechter nog fluisteren. 
Dan wordt het donker om haar heen. De rechter glimlacht terwijl hij nog even in haar uitdovende ogen staart. Dan richt hij zich snel op. Hij merkt echter niet dat die ogen weer oplichten. Naast de veiligheidsagente knielt hij opnieuw en neemt het wapen van de hand uit de hand van de dode. Snel leest hij het serienummer af en neemt zijn wapen waarmee hij op Sorane vuurde. Nadat hij de klep langs de zijkant opende, concentreert hij zich en langzaam verandert het serienummer in dat van het wapen van de agente. Dat wapen duwt hij in de hand van Rinda. Het wapen van de ongelukkige vrouw verbergt hij snel in zijn bureau, want hij hoort plots stappen naderen.
Erine is de eerste die binnenkomt, gevolgd door enkele veiligheidsagenten, want ze hebben de schoten gehoord. Verbaasd kijkt ze naar de lichamen die in hun bloed op de vloer liggen.
‘R.. rechter…. Wat is hier gebeurd?’ stamelt ze.
‘Ik dacht dat die voor mij werkte. Maar ze wilde mij doden. Rinda reageerde dadelijk, toen Sorane haar wapen wilde trekken. Ze was sneller dan die moordenares. Haar capsules doorboorden de borst van Sorane, maar toch slaagde ze erin om driemaal af te drukken. Mijn trouw agente, kreeg geen enkele kans meer. Dan merkte ik pas dat Sorane al haar wilskracht gebruikte om toch nog haar opdracht uit te voeren. Wankelend probeerde ze haar wapen op mij te richten, alleen had ze niet genoeg kracht meer. Ze raakte het bureau in plaats van mij, Gelukkig maar, anders was ik er nu niet meer geweest,’ zegt de rechter met een gespeelde verwarde blik in zijn ogen.’
Erine hoort het maar half, ze kijkt naar de veiligheidsagente, die in groter wordende plas bloed ligt. 
‘Rinda moet opslag dood geweest zijn,’ denkt ze, terwijl ze naar het lichaam van Sorane kijkt. 
Ze kan het nog steeds niet geloven. Zou Sorane dit al de hele tijd van plan geweest zijn? Waren de gegevens, die ze bij zich had, maar een voorwendsel om de rechter te doden als ze de kans kreeg? Ze merkt dat een veiligheidsagent naast zijn vrouwelijke collega knielt en naar haar hals tast. Dan schudt hij zijn hoofd en sluit met zijn hand de ogen van de dode.
‘Verdomme, wat zijn we idioten?’ zegt Erine plots en wend zich tot rechter Sodinor.
‘Misschien kunnen we u best naar een veilige plaats laten brengen. Misschien zijn er nog meer schutters, voor het geval Sorane zou mislukken,’ zegt ze.
‘Wij brengen de rechter wel in veiligheid, agente,’ zegt een van de veiligheidsagenten.
Erine kijkt hem even aan, maar merkt ook een vreemde blik in de ogen van de rechter op.
De rechter en twee mannen verlaten het vertrek, terwijl Erine naast de roodharige knielt. Even staart ze naar de grote, licht bloedende, wonden in de borst van de roodharige. Aarzelend tast ze naar de hals van Sorane. Ze voelt nog een lichte schokkende hartslag.
‘Ze leeft nog Waarschuw de hulpdiensten!!’
‘Verdient ze dat wel?’ vraagt een stem achter haar.
Erine kijkt de twee veiligheidsagenten, die achter haar in de deuropening staan, aan.
‘Doe het en snel. Misschien leeft ze nog lang genoeg. Ik wil de naam van haar opdrachtgever weten.’
Terwijl de twee zich haasten, kijkt Erine met gemengde gevoelens naar de gewonde.
‘Waarom, Sorane? Ben je werkelijk zo verdorven?’ fluistert ze.
Dan merkt ze dat de mond van Sorane beweegt.
‘De rr….ech…er..i… Aqu..n…ok… Copy mo.dddu.l…s …k….op…ie… fla…’ fluistert de stervende.
Erine kijkt Sorane verschrikt aan.
‘Wat bedoel je, Sorane. Ik kan je bijna niet…’ zegt Erine, maar dan merkt ze de starre ogen van Sorane op.
Dadelijk beseft ze dat de huurmoordenares dood is. Even staart ze naar de dode, terwijl ze de laatste woorden die Sorane stamelde, hoort naklinken in haar hoofd.
‘Verdomme, Sorane waarom toch? Je had een nieuw leven kunnen beginnen, als je gedaan had wat wij vroegen.’
‘Ze is een moordenares, Erine. Dat was haar leven. Al de rest was gelogen,’ zegt Malon, die nu pas het vertrek binnenkomt.
Even kijkt ze neer op het het mooie gezichtje van de roodharige.
‘Daar ben ik niet zo van overtuigd, Malon,’ fluistert ze, terwijl ze met haar linkerhand de starre ogen van Sorane sluit.
‘Kijk dan of ze de datamodules, waar ze van sprak, bij zich heeft,’ 
Erine aarzelt even en fluistert met trillende stem:
‘Hoperlijk vindt je vrede waar je nu ook mag zijn, Sorane.’
Dan tast ze het lichaam van Sorane af, voor zover ze kan, maar ze vindt alleen de twee kleine revolvers. En schudt haar hoofd. 
‘Misschien in haar flat.’
Erine kijkt haar partner aan.
‘Dat is mogelijk, als die modules bestaan. Neem een paar agenten mee en doorzoek de hele flat grondig. We moeten ze vinden,’ fluistert Erine.
Malon schrikt van haar trillende stem, maar knikt dan en wenkt enkele veiligheidsagenten. Samen haasten ze zich naar buiten. 
Intussen hebben de verplegers beide lichamen op draagberries gelegd en brengen hen weg. Erine kijkt hen na. Ze voelt zich alleen en bedrogen. Buiten moeten ze door een haag van reporters, maar ze bereiken na een paar minuten de ziekenzwevers. Als ze Sorane naast de dode agente in de zwever willen schuiven.
‘Nee, haar niet. Die moordenares moeten jullie met een andere zwever wegbrengen, verpleger,’ zegt een agent, die naar hen toekomt.
‘Rinda was een van ons. Ze zou niet willen dat zij naast haar moordenares vervoerd wordt,’ merkt een andere agent op.
‘Dat zou ik ook niet willen, agent,’ knikt een van de drie verplegers.
Dan dragen twee van hen het lichaam van Sorane naar een andere ziekenzwever, terwijl de derde de zwever met Rinda afsluit.
Malon en zijn mensen hebben intussen de flat van Sorane bereikt en kijken om zich heen. Hoe hard ze in de flat ook zoeken, ze vinden geen datamodules. Intussen wordt het kantoor van de rechter ook onderzocht. Als de commandante hoort wat er gebeurd is, wil ze een volledig onderzoek.
‘Ik wil dat alles tot in de puntjes onderzocht wordt,’ zegt ze bevelend, tot de verbazing van haar ondergeschikten.
Want ergens vertrouwde ze Sorane wel. Ze meende het toen ze zei dat ze een ander leven wou beginnen. Dat kon ze aan haar blik zien. Ook Erine staat toe te kijken en weet nog steeds niet goed wat te denken. Sorane leek het eerlijk te nemen en nu zou ze de rechter gedood hebben. 
‘Ergens klopt iets niet,’ denkt ze.
En Sorane heeft ook haar leven gered, waardoor haar schuld nog steeds open staat. En nog maar een paar dagen geleden die federaal agente Seana Vergan.
‘Ik moet uitzoeken wat hier juist gebeurd is. Misschien wil agent Vergan mij wel helpen. Dat zijn we beiden aan Sorane verschuldigd.’
Dan kijkt ze naar haar collega’s die hun werk doen. Plots rinkelt haar gsm en ze neemt op. Het is Malon, die de flat van Sorane moesten doorzoeken. Hij meldt dat ze nergens iets van de datamodules kunnen vinden. Het lijkt alsof ze niet bestaan hebben.
Erine vloekt eventjes.
‘Nu staan we nog steeds even ver,’ sist ze.
Maar als ze die avond plots wakker schrikt. In haar slaap hoorde ze de woorden van Sorane opnieuw.  In stilte herhaalt ze wat ze hoorde verschillende malen na elkaar.  Tot ze plots stokt, als tot haar doordringt wat Sorane probeerde te zeggen. Even slikt ze.
‘De rechter is Aqunok,’ fluistert ze dan.
Toch is er iets vreemds in de scene, hier,  dat haar dan opvalt.
‘Maar hoe doet hij dat dan. Zou hij een haloprojector dragen? Nee, dan zou dat gedetecteerd worden door de beveiliging.’
Dan moet ze plots aan de modules denken die Sorane bij zich had. Waar zijn die gebleven?
‘Als mijn vermoeden juist is, dan moet Aqunok de drie modules in handen hebben. Verdomme, dan is alles voor niets geweest.’
Maar dan herinnert ze zich wat Sorane eerder zei.
‘Ccopies, Sorane zei dat ze copies gemaakt heeft. Alleen vraag ik me af waarom Malon niets in haar flat heeft kunnen vinden.’
Intussen worden de beelden van de aanslag op een van de belangrijkste teevee kanalen van het land uitgezonden. Seana is op dat moment al een dag of vier thuis, nadat ze min of meer uit het ziekenhuis gaan lopen is. Ze is echter nog niet volledig genezen. Leyna is haar een paar dagen geleden komen oppikken aan de rand van het park dat het ziekenhuis omgeeft. Zij is met haar vriend Lyco deze avond op bezoek.
‘Hoe is het me je verwondingen, zus?’
‘Als ik voorzichtig ben, heb ik er niet echt veel last van. Alleen mijn been doet soms een beetje pijn. Ik trek mijn plan wel.’
‘En Lyco, die was er toch tegen dat ik het ziekenhuis verliet.’
‘Ja, een beetje wel. Maar ik zei dat je een harde meid bent.’
‘Hoe is het nu tussen jullie beiden?’
‘Hij is nog wel bezorgd, maar heeft zich bij de situatie neergelegd. Alleen als jij een ook maar een klein beetje zwakte vertoond, zou hij je wel eens zelf naar het ziekenhuis kunnen brengen.’
‘Dan zal ik dat beetje pijn moeten verbergen.’
‘En jij zusje. Nog geen nieuwe liefde.’
‘Nee, dat is er nog niet van gekomen. Alleen een paar vluchtige ontmoetingen, maar meer ook niet.’
‘Hoe zou het met onze broer zijn?’
‘Die zou weleens een nieuwe liefde gevonden kunnen hebben, Leyna.’
‘Wie dan?’
‘Sorane Cobanon, je hebt haar toch al ontmoet.’
‘Dat is al een paar maanden geleden, Seana. Ergens leek ze me een leuke meid, maar met haar beroep kan ze zich toch geen relatie veroorloven. En dat Deno op haar verliefd zou kunnen worden, dat was nog niet bij me opgekomen.’
‘Toch denk ik dat het zo is. En ze is meer dan een leuke meid, Leyna. Je weet dat ik gewond werd.’
‘Ja, dat weet ik. Toen ik het bericht kreeg, was het al te laat om je te bezoeken, want je muisde er gewoon tussen uit. Dus kon ik je alleen maar komen oppikken en naar je flat brengen.’
‘Ik had liever geen bezoek, zusje. Ik wilde nadenken, want je weet dat ik de opdracht had om Sorane Nador te arresteren.’
‘Ja. Is zij het die je neergeschoten heeft?’
‘Nee, Sorane niet. Dat ik nog in leven ben, heb ik aan haar te danken. Zij heeft mij en enkele anderen gered, terwijl we zwaar onder vuur lagen.’
‘Wat? Is dat waar?’
Seana knikt.
‘Hebben jullie het over Sorane Nador of Sorane Cobanon, lieveling?’ vraagt Lyco, die de keuken binnenkomt.
‘Dat is een en dezelfde vrouw, Lyco.’
De man slikt even.
‘Dan kan je beter allebei naar het nieuws komen kijken. En zekere Sorane Nador is neergeschoten,’ zegt hij met trillende stem.  
Seana kijkt Leyna en Lyco even verschikt aan. Ze beseft dadelijk dat er iets erg aan de hand is. Ze volgt hen dadelijk naar de salon en blijft verschrikt staan als ze de beelden voor haar ogen ziet. 
Ze dragen de dode Sorane Cobanon juist achter een andere dode uit het gerechtsgebouw. Ze zien de groep door de opdringerige groep verslaggevers heen stappen. Als ze de eerste draagberrie in de zwever geschoven hebben, lijkt er een woordenwisseling te zijn met enkele agenten. Daarna dragen ze de tweede draagberrie naar een andere ziekenzwever.
‘De veiligheidsagente Rinda Norano werd hierbij door Sorane doodgeschoten,’ horen ze de verslaggever hees zeggen.
Met verbijstering luistert ze naar de verslaggever.
‘Dat kan toch niet. Nee, zou ik me zo vergist hebben,’ fluistert ze ontsteld, terwijl ze naar de zetel toe wankelt. 
Moeizaam gaat ze naast haar zus zitten en staart naar de beelden van het kantoor waar ze verschillende vlekken bloed op de vloer kan zien.
‘Dat kan niet. Sorane kan zoiets niet gedaan hebben? Nee, het moet iemand zijn die op haar lijkt…’
‘Ik weet het niet, Seana. Ze is het werkelijk, maar daarstraks spraken ze ook over een dubbelgangster. Beiden zouden samengewerkt hebben. De ene draagt de naam Nador en de anderen Cobanon zeiden ze.’
‘Sorane Nador noemde zich sinds een paar maanden Sorane Cobanon, Lyco. Cobanon was de naam van haar echte ouders.’
‘En Deno. Wat met onze broer? Als jij daarstraks gelijk had, dan zal die onze steun nodig hebben.’
Met een ruk kijkt Seana naar haar zus, want die heeft gelijk. Deno zal er kapot van zijn.
‘Arme broer. Misschien moet ik toch mijn trots opzijzetten en eens met hem praten,’ denkt ze en kijkt ze haar haar zus en haar man.
‘Blijven jullie vandaag hier slapen? Ik wil morgen zeer vroeg naar het ziekenhuis waar ze Sorane’s lichaam naar toe gebracht hebben.’
‘Dat is geen probleem, zus,’ zegt Leyna, terwijl ze opstaat.
‘Ik ga Deno eens proberen te bellen. Hopelijk neemt hij op.’
Seana knikt haar zus toe. 
‘Als je hem kan bereiken, vraag hem dan naar hier te komen.’
‘Hopelijk weet hij het nog niet.’
‘Ik ook. Maar het is wel overal op het nieuws en in de kranten. Dus dat zal wel valse hoop zijn.’
Terwijl Leyna gaat bellen, blijven de anderen naar de beelden kijken. Dan zien ze ook Erine naar de plaats van de schietpartij toestappen. Ze knielt even en kijkt dan naar het bureau van de rechter. Juist op het moment dat de agente in de richting van het bureau stapt, verandert het beeld naar de omgeving. Op de achtergrond zien ze de zwever van de rechter weg razen.
‘Toch kan ik het niet geloven. Of heb ik Sorane dan zo verkeerd beoordeelt. Nee, dat kan niet.’
‘Iedereen kan zich weleens vergissen, Seana.’
Ze kijkt Lyco even aan en knikt. 
‘Maar ik vergis me echter niet in Sorane. Dit is haar werk niet. Als ze werkelijk haar lichaam weggedragen hebben, dan is er iets aan de hand waarvoor ze een zondebok nodig hebben. En als dat juist is dan hebben ze haar en die agente vermoord.’
‘Wauw, dat is nogal een conclusie, Seana,’ zegt Leyna die weer de Salon instapt.
‘Meer een vermoeden, zus.’
‘Ik heb Deno aan de telefoon gehad. Hij is er niet te best aan toe, denk ik.’
‘Komt hij naar hier?’
‘Nee, hij is in het ziekenhuis om het lichaam van Sorane te zien. Maar hij moet op toestemming wachten.’
‘Dan moeten we naar hem toe, zus. Kom je?’
‘Ik kan spijtig genoeg niet, Seana. Ik blijf wel hier met Lyco slapen, als je het goed vindt. Morgen moeten we vroeg weg.’
Seana glimlacht even, want haar zusje heeft gelijk. Het is al te laat om nu nog naar huis te vertrekken, want ze wonen meer dan tweehonderd kilometer van hier.
‘Ik moet mijn trots vandaag opzijzetten. En dan doe ik het beter alleen. Het is al lang geleden dat Deno en ik nog gepraat hebben. Maar vandaag voel ik dat het moet,’ zegt Seana, terwijl ze opstaat.
Even kijkt ze nog naar de herhaling van het nieuws, maar het zijn dezelfde beelden die te zien zijn.
‘Komen jullie eind deze week nog eens terug? Misschien heeft Deno ons beiden nodig, Leyna.’
‘Met plezier. Ik zal er op vrijdag zijn en Lyco kan me dan zaterdag komen oppikken.’
Dan volgt Leyna haar zus naar de voordeur. Seana trekt snel haar jas aan en haast zich naar de lift. Leyna kijkt haar even na, voor ze weer naar binnen gaat.
Op dat moment ligt het levenloze lichaam van Sorane op de tafel van het ziekenhuis. Onzichtbaar zweeft haar informatiedrager, of ziel zoals sommigen dit noemen, langzaam omhoog. Plots ziet ze de deur opengaan en de verplegers gaan naar buiten. Maar in hun plaats komt een man binnen die ze kent. Deno. Hij stapt aarzelend dichterbij. 
Even staart hij naar het witte laken dat over haar dode lichaam en dat van de agente ligt toe. Dan zet hij zich in beweging en nadert beide roerloze lichamen toe. Ter hoogte van haar schouder ziet ze dat hij blijft staan. Langzaam trekt Deno het laken van haar gezicht weg. Hij schrikt even van beide afschuwelijke wonden in haar borst.
Met een ruk trekt hij het laken tot onder haar kin en staart haar haar bleke gelaat.
‘Waarom, Sorane? Waarom heb je zoiets gedaan? Waarom heb je tegen mij gelogen? En gisteren nog, toen je zei dat je van mij hield?’ vraagt hij, maar niemand geeft antwoordt.
Wankelend trekt hij een stoel naar zich toe en gaat zitten. Dan kijkt hij naar haar bleke, maar nog niet kleurloze gelaat. Meer van een half uur zit hij daar te staren. Voor zijn ogen ziet hij beelden van Sorane, toen ze nog leefde. Hij herinnert zich hoe levendig en opgewekt Sorane was. En de beelden van gisteren toen ze in zijn armen lag. Ze leek zo gelukkig.
‘Je wilde toch een nieuw leven, Sorane. Of was dat allemaal een leugen. Ik kan het bijna niet geloven. Je speelde je rol zo goed, dat ik je begon te vertrouwen. Als alles een leugen was, dan vervloek ik je. En ik geloof dat Alon dat je hierboven ook nooit zal vergeven. Was je zo slecht en verdorven dat je alleen op geld en macht uit was? Was dat je doel? Een der machtigste misdaadleiders worden die er bestaan,’ hoort ze hem fluisteren, terwijl hij even haar gezicht streelt.
Sorane slikt, terwijl ze hem deze woorden hoort zeggen. 
‘Nee, Deno. Denk dat niet. Ik…’ zegt ze met al haar kracht, maar ze beseft dat hij haar niet kan zien of horen. 
Als de agent zich omdraait kan ze zien dat hij trilt van woede en helemaal verward is. Hij kan niet geloven dat ze hem zo bedrogen heeft. Zijn tranen glijden langs zijn wangen naar beneden.
‘O, wat wenste ze dat ze nog met hem kon spreken. Dan kon ze hem de waarheid zeggen. Waarom is haar dat niet gegund? Heeft ze dit verdiend voor haar daden of zijn het misdaden? Ze weet het niet.’
Plots klinken stemmen in de gang.
‘Ik wil haar lichaam zien. Mijn zoon was haar verloofde,’ roept iemand.
Als Deno met stramme stappen door de deur stapt, ziet hij Evara, de moeder van Alon, die uitvalt tegen een verpleegster, staan.
‘Laat haar maar binnen, ze merkt het toch niet meer,’ zegt hij.
De verpleegster kijkt hem aan en knikt dan.
Evara kijkt naar Deno.
‘Is ze werkelijk dood?’
De agent knikt even en gaat met de vrouw weer naar binnen. Evara loopt naar de tafel waarop Sorane ligt.
‘Is het waar, Deno? Heeft ze werkelijk gedaan wat ze zeggen?’
‘Ik denk het. Toch heb ik ergens mijn twijfels.’
‘Ik kan het niet geloven, Deno. Sorane hielt van Alon, daar ben ik zeker van.’
‘Ik weet het, Evara. Maar ik weet niet wat ik er moet van denken.’
Even kijkt Evara naar het dode lichaam en heeft plots een vreemd warm gevoel. Als ze weer naar Deno kijkt, stormt die het vertrek uit. Evara schrikt als ze de woorden, ‘Deno!!! Nee!!!!’ lijkt te horen.
Op hetzelfde moment voelt ze de warme gloed niet meer. Het lijkt wel alsof het plots veel kouder is. Aarzelend kijkt ze om zich heen.
‘Het is alsof hier iets vreemds aanwezig is,’ denkt ze.
Dan zet ze zich in beweging en haast zich naar de deur. Op een pas van die deur, voelt ze plots weer die warmte door haar lichaam trekken. Maar als ze door de deur is, voelt ze niets meer. 
Het innerlijk van Sorane, die heel even door de geopende deur de gang kan inkijken, ziet Deno in de verte van haar weg stappen. Hij botst tegen een witte harige vrouw op, maar merkt het zelfs niet. Ze zou hem achterna willen, maar hoe veel ze ook wil. De deur lijkt een grens waar ze niet voorbij kan. Ze blijft allen achter. Radeloos, want ze zou willen dat hij haar kon horen, maar ze slaagt er niet in.  Ze ziet niet meer dat Deno door een jonge vrouw aangesproken wordt.
Ook Evara wordt verrast als ze zich van het dode lichaam afkeert. Verbaasd merkt ze dat de deur geopent wordt. Een witte harige vrouw komt vergezelt van een jonge roodharige en een blondine binnen. Die twee laatsten lijken wel een tweeling of nee een drieling, want er komt nog een derde binnen. Maar achter haar is nog één.
Evara schrikt en denkt verbaasd: 
‘Wat lijkt die veel op Sorane. Bijna een dubbelgangster.’ 
De witharige stapt tot bij de tafel waarop het dode lichaam ligt en ze heft het laken dat Evara weer over het hoofd van Sorane gelegd op. Even slikt de vrouw.
‘Is ze het echt, Cora?’ hoort Evara de jonge roodharige vragen.
Evara dat niemand aandacht aan haar bested en besluit om in alle stilte te verrtrekken.
Intussen heeft de witharige nog niet geantwoordt, maar dan knikt ze:
‘Ik denk het. Ze lijkt op de beelden die we van haar ontvangen hebben.’
De blondine neemt een apparaatje uit haar riem en gaat naast Cora staan. Dan drukt ze het tegen de levenloze arm. Even later verschijnen er enkele gegevens op het schermpje?
‘Volgens haar lichaamscellen is hets werkelijk Sorane, onze nicht, tante Cora,’ zegt de jonge vrouw.
‘Dan kunnen we haar niet meer ter verantwoording roepen.’
‘Dit is of was mijn zus, Judie. Moge de verhevene haar vergeven., We zijn te laat gekomen.’
‘Zou ze werkelijk, wat ze op de nieuwsberichten zeggen, gedaan hebben, Cora?’
‘Dat weet ik niet, Suzy. Niemand van ons heeft haar ooit gekend, Dus is alles mogelijk.’
‘Wat nu? Keren we terug naar Trafar?’ vraagt de vierde jonge vrouw.
‘Nee, Keiya, nog niet. Ik wil er eerst zeker zijn dat, dat wat er in de berichten gezegd wordt ook werkelijk gebeurd is.’
‘En als ze onschuldig blijkt te zijn.’
‘Dan kunnen we ook niets doen, ze was niet echt een amazone, dat weet je. Maar ik wil alleen zeker zijn, voor ik haar dood aan onze moeder laat weten. Je weet dat zij Sorane graag ontmoet zou hebben.’
‘Cora, er is hier iets vreemds. Iets raakte me aan,’ zegt de jongste roodharige.
‘Wat, Judie?’ 
‘Weet ik niet. Maar het gaf een warm gevoel. Heel mijn lichaam voelde het.’
‘Je gelooft toch niet in geesten, zusje,’ zegt de blondine.
‘Nee, maar…,’ zegt de roodharige, maar merkt dat haar zus, plots verstijfd en om zich heen kijkt alsof ze iets zoekt.
‘Voel jij het ook, Suzy?’
De blonde knikt.
‘Heel even, zus.’
‘Kom, we gaan hier weg, voor jullie allebei….,’ zegt de witharige, maar onderbreekt zichzelf als ze een warme gloed door haar lichaam voelt trekken.
‘Ik voel het nu ook. Wat kan het zijn?’ fluistert ze, terwijl ze alle vier om zich heen kijken, zonder ook maar iets vreemds op te merken.
In de gang heeft Seana haar broer naar buiten zien komen. Aan zijn houding kan ze zien dat het hem zeer hard getroffen. Ze geeft hem een teken. Maar hij merkt het niet. Hij kijkt alleen maar strak voor zich uit alsof hij in schok is. 
‘Deno, broer.’
Deno kijkt om en merkt zijn zus op.
‘Seana, ik moet hier weg… Haar lichaam daarbinnen wil ik zelfs niet onder de grond zien steken.’
‘Deno. Blijf alstublieft. Ik geloof nog in Sorane.’
‘Jij geloo…… Ja, jij ziet altijd het goede in de mensen, Seana. Maar Sorane is je vertrouwen nooit waart geweest.’
‘Je moet me vertrouwen. Sorane heeft haar leven gewaagd om mij...’
Maar Deno wil niet luisteren en roept met trillende stem:
‘Nee, zus. Wat Sorane ook voor jou mag gedaan hebben. Je kan beter zwijgen. Want als je verder spreekt, dan zullen er dingen gezegd worden waar we beiden later nog meer spijt van hebben dan bij onze vorige ruzie.’
Seana kijkt hem na, als hij met stramme stappen naar buiten stevent. 
‘Ze heeft mijn leven gered, broer.’
Deno verstart even, maar weigert zich om te draaien. Dan stapt hij verder zonder nog om te kijken. Even wil Seana hem nog tegenhouden, maar laat haar hand hulpeloos zakken. Dan kijkt ze naar de deur waarachter de doden liggen en merkt plots een vrouw op, die op haar toekomt. 
‘Ken je die man, meisje?’
‘Ja, dat is mijn broer Deno.’
‘Je broer?’
‘Ik ben Seana, zijn zus.’
‘Mag ik zijn adres?’
‘Waarom?’
‘Ik moet hem dringend iets zeggen.’
‘Ik weet niet waar hij woont, dame.’
‘O, ik heb me nog niet voorgesteld. Mijn naam is Evara, de moeder van Alon, een van de beste vrienden van je broer.’
‘Was?’
‘Mijn zoon werd tijdens een undercover opdracht op Sorane verliefd. Maar hij werd vermoord.’
‘Het spijt me. Ik en Deno spreken al een tijd niet echt meer tegen elkaar. Ik weet zijn adres niet.’
Even zegt Evara niets. Ze kijkt nadenkend voor zich uit.
‘Er is iets vreemds daar aanwezig, mevrouw Vergan,’ zegt ze plots en wijst naar de deur van het dodenhuisje.
De agente kijkt even naar de deur.
‘Ik kijk wel even,’ zegt ze.
‘Er is niets te zien, maar je voelt het wel.’
‘Komt u mee? Dan gaan we even kijken.’
‘Nee, dat kan ik niet meer aan. Ik moet gaan.’
Seana kijkt de vrouw na, tot ze afslaat in de richting van de inkomhal.
Dan kijkt ze naar de deur. Even aarzelt ze, maar dan zet ze zich toch in beweging en stapt zij op haar beurt het vertrek binnen waar Sorane ligt. Verbaasd kijkt ze de vier vreemde vrouwen aan.
Ze spreken echter een andere taal, die ze niet begrijpt.
‘Wie zijn jullie?’
‘En wie geeft u dat recht om te vragen?’ zegt de witharige nu in het Enuroons.
‘Seana Vergan, Speciaal agente.’
‘Een agente, Oké dan. Mijn naam is Cora Cobanon. Sorane was mijn jongere zus. We wilden weten of het werkelijk onze nicht is die hier ligt.’
Even kijkt Seana de vrouw in de ogen. Ze kan die toon echter niet uitstaan.
‘En is ze het?’ vraagt ze ruw.
‘Vergeef ons, agente. Wij zijn amazones, daarom zijn we de gebruiken hier niet gewoon. O, vergeef me, Ona Vergan. Mijn naam is Cora Cobanon. Sorane was onze zus.’
Seana slikt even en knikt.
‘Ik begrijp het? Was Sorane een amazone?’ vraagt ze nu een beetje vriendelijker.
‘Van afkomst, wel, maar niet van opvoeding. We hebben haar niet gekend. Onze moeder zal ontsteld zijn als we haar het nieuws brengen dat Sorane een rechter heeft willen vermoorden. Haar ouders waren undercoveragenten op Oran II. Zij werden bij een aanslag gedood, toen Sorane nog zeer jong was,’ antwoordt de witharige iets minder streng.
‘Daar was ik niet van op de hoogte amazone.’
‘Het was ons doel om Sorane levend bij onze moeder te brengen, agente Vergan. Maar nu zullen we haar dood moeten melden.’
‘Ik weet wat er op het nieuws gezegd wordt, maar er zijn mensen die Sorane gekend hebben, die dat niet echt geloven.’
‘Misschien, maar waar zijn die?’ 
‘Sorane waagde haar leven om het mijne te redden, dus ben ik haar iets verschuldigd.’
‘En ga je de schuld inlossen, agente?’ vraagt de vierde vrouw plots.
‘Als ze onschuldig is, zal ik de bewijzen vinden. En dan ga ik achter de werkelijke schuldige aan. Als het dat is dat je bedoeld.’
‘Als een amazone gesproken, Agent Vergan. Vergeet je woorden echter niet en je kan maar beter doen wat je nu gezegd hebt. Of je krijgt met ons te maken.’
‘Bedreig me niet, amazone. Ik heb me nooit laten omkopen en zal dat nooit doen.’
Een kijkt de witharige amazone Seana in de ogen en knikt dan:
‘Ik Ken je maar pas,, Seana Vergan. Maar ik voel dat ik je kan vertrouwen.. Als je hulp nodig hebt, laat het een van ons dan weten.’
Seana knikt even lichtjes.
‘Ik zal eraan denken, maar je moet begrijpen dat het maar een vermoeden is, Ona Cobanon. Meer ook niet.’
‘Ik zie dat je enkele gebruiken van de amazone kent, agente.’
‘Leyna, mijn zus bestudeert jullie leer. Van haar heb ik een aantal dingen geleerd. Dingen die, zoals nu, zeer nuttig blijken te zijn.’
Cora Cobanon knikt even met een glimlach.
‘We moeten aan, agente. Maar we blijven nog wel een paar weken als een soort verlof. Misschien kan je ons laten weten wat je onderzoek uitwijst.’
‘Dat zal ik doen. Maar als jullie iets meer over het leven van Sorane willen weten, dan is het misschien beter dat jullie Mogwan eens bezoeken. Daar kenden ze haar als Sorane Cobanon, maar ze spreken over haar alsof ze iemand anders is.’
‘Ze was een huurmoordenares, agente. Meer was ze niet.’
‘O, ze was veel meer dan dat amazone. Jullie famillie zal toch wel meer willen weten over de amazone die als een Enuroonse opgevoed werd.’
Even kijkt Cora, Seana aan.
‘Misschien wel, agente. Ik zal erover nadenken.’
‘Ik ben voor, om te doen wat deze agente aan raad, Cora.’
De witharige kijkt even naar haar nicht met blonde haren en knikt.
‘Misschien zullen we dat doen,’ fluistert ze.
Dan verlaten de vier amazones het vertrek. Een paar seconden kijkt Seana hen na, maar als de deur weer dicht klikt, wend ze haar hoofd en stapt op de tafel toe. 
Dan pas merkt ze dat die vreemde roodharige die veel op Sorane lijkt nog steeds aanwezig is.
‘Wie bent u?’
‘Een van de twee oudere zussen van Sorane, Agente Vergan. Mijn naam is Sovane Cobanon.’
‘Ben je zeker dat dat je naam is, amazone?’
De roodharige glimlacht even.
‘Mijn moeder Elian Cobanon heeft mij die naam bij mijn geboorte gegeven, agente. Pas later kwam werd ik van het bestaan van een jongere zus op de hoogte gebracht. We lijken fel op elkaar. Zelfs onze voornaam verschilt maar maar één letter.’
‘U zou voor Sorane kunnen doorgaan, amazone. En dat kan wel eens gevaarlijk zijn.’
‘Dat besef ik, agente. Maar ik heb mijn zus en nichten beloofd om hen te helpen.’
‘Pas dan maar goed op, Ona Cobanon.’
‘Dat ben ik gewoon. Ik moet al mijn hele leven altijd op mijn hoede te zijn. Bij de amazone worden amazones zoals ik onreinen genoemd en verbannen naar Sector X.’
‘Verbannen? Wat bedoel je?’ 
‘Ik kan dingen met vreemde krachten doen. Bijvoorbeeld je gedachten lezen. En dat wordt bij de amazone een onreine genoemd. Ik heb mijn famillie beloofd dat ik mijn zus en nichten zou helpen om Sorane op te sporen en naar de famillie te brengen.’
‘En daarna wil je jezelf aangeven?’
‘Dat wil ik niet, agente Vergan. Maar ik ben een amazone. Ik moet mijn belofte nakomen.’
‘Waarom?’
‘Het is te zien dat u geen amazone bent. Ik wil mijn eer niet verliezen, want dat is wat van ons amazones maakt.’
Even kijkt Seana de roodharige aan en vraagt dan:
‘En wat is Sector X?’
‘Daar worden onze krachten onderdrukt, waardoor we ze niet meer kunnen gebruiken. Als ik daar aankom zal ik pas terugkeren als ik bewezen heb dat ik mijn bijzondere krachten niet meer heb. Dat is de wil van de verhevene.’
‘Is dat zo? Mijn zusje zegt altijd dat voor jullie verhevene iedereen gelijk is.’
‘Dat klopt, agente. Maar onreinen, zoals ik, horen daar niet bij.’
‘En je zus hier?’
‘Zij is geen onreine geweest, maar heeft door haar beroep oneer over de famillie gebracht. We zochten haar om door boete onze eer weer te herstellen. Maar nu ze de rechter zou gedood hebben, is dat niet meer mogelijk.’
‘En als ik bewijs dat ze onschuldig is.’
‘U heeft het Cora belooft. En als het werkelijk waar is moet u dat zo snel mogelijk laten weten.’
‘Dat zal ik zeker doen, Ona. Maar ga toch maar eens naar Mogwan, want daar blijken ze een andere Sorane te kennen. Echter niet diegene die overal gezocht wordt voor diefstal en huurmoord.’
‘Ik zal uw raad opvolgen, Ona Vergan,’ zegt Sovane nog en geeft Seana een hand.
Seana drukt die stevig en merkt dat de amazone glimlacht.
‘Je zou een eervolle amazone kunnen zijn, agente Vergan.’
Seana kijkt de amazone na als ze het vertrek verlaat. Dan keert ze zich om en stapt naar de tafel waarop de zus van de amazone ligt. Kalm trekt ze het laken van het hoofd. Even kijkt ook zij naar het bleke gelaat van de vrouw die haar gered heeft. Dan heft ze het laken op en staart even naar de twee wonden en beseft dat Sorane zo goed als dadelijk dood moet zijn geweest.
‘Arme broer. Hij vertrouwde haar en nu schijnt dat ze ons allemaal bedrogen heeft… Tenzij mijn vermoeden juist is,’ denkt ze.
Plots heeft ze een vreemd gevoel van warmte. Ze kijkt om zich heen, maar er is niemand. Ze beseft echter niet dat de informatiedrager van Sorane op dezelfde plaats staat dan zijzelf. 
‘Zou het dat zijn, dat Evara bedoelde? Een gevoel van warmte.’
Seana doet opnieuw een paar passen naar binnen en kijkt verschrikt om zich heen, als ze beseft dat hier ze niet echt alleen is. Maar ze ziet niemand. Sorane merkte dat de zus van Deno, zoals Evara en de vier vreemde vrouwen reageerden, toen ze zich op dezelfde plaats bevond en loopt weer op de agente toe.
Ze probeert zich te concentreren en denkt met al haar kracht die ze in zich heeft. Seana schrikt als er plots een gedachte in haar opkomt. Ze vangt de woorden, rechter Aqunok moordenaar op. De agente kijkt om zich heen, maar ze is nog steeds alleen met het dode lichaam. Ze doet een stap naar de deur toe en voelt dat het warme gevoel even afnam. Verbaasd blijft ze staan en enkele seconden later voelt ze het weer.
‘Sorane, ben je nog hier?’ fluistert ze.
Maar niemand antwoordt al zou Sorane wel willen. Maar het lukt haar niet, nu ze op een paar passen van Seana staat. Daarom doet ze een stap naar links en dan weer naar rechts, zodat ze naast Seana komt te staan en dan weer op dezelfde plaats. Dit herhaalt ze een paar maal. Seana voelt dit aan den lijve en beseft dat de ziel van Sorane nog steeds in deze plaats aanwezig is.
‘Sorane als je me hoort, doe nog eenmaal wat je daareven deed.’
De roodharige doet het.
‘Ik wil dat je eerlijk antwoordt. Heb jij de rechter willen vermoorden, Sorane?’
Maar nu voelt ze niets.
‘Ben je er nog?’ vraagt ze en nu voelt ze het weer.
Even denkt Seana na.
‘Dus jij was het niet.’
‘Was het de agente?’
Maar nu voelt ze weer niets.
Plots voelt ze dat haar hand warmer wordt, maar ze weet niet dat Sorane nu alleen haar hand probeert vast te nemen.
‘Rechter Aqunok,’ hoort ze nu duidelijk in haar hoofd.
‘Wat bedo... He, je bedoelt toch niet dat de rechter Aqunok is.’
Weer voelt ze heel haar lichaam even warmer worden.
‘Als dat waar is, dan zou dat ook kunnen verklaren waarom de collega’s van Deno in een hinderlaag liepen,’ denkt ze.
Weer dat warmte gevoel.
‘Dank je Sorane. Ik zal je naam zuiveren, als ik kan,’ zegt Seana terwijl ze om zich heen kijkt.
Dan loopt ze naar het dode lichaam toe en dekt het weer af. Even kijkt ze nog naar het laken.
Als ze zich omdraait, veegt ze even een traan weg. Dan voelt ze weer een warme gloed in haar rechterhand.
‘Deno, ik geef veel om hem,’ hoort ze weer.
Even knikt ze begrijpend.
‘Ik zal het aan Deno laten weten, Sorane. Maar ik vrees dat hij mij gek zal verklaren.’
Weer voelt ze die warme gloed door haar hand trekken, maar nu heviger dan de vorige keer. Ze kijkt in de richting van de plaats waar ze Sorane vermoed, maar ze kan haar niet zien.
‘Het ga je goed, Sorane. Misschien was je ooit mijn vriendin geworden en misschien zelfs mijn stiefzus. Maar het heeft niet zo mogen zijn,’ fluistert ze nog, terwijl ze de deur opent.
De informatiedrager van Sorane wil echter nog zoveel zeggen en volgt haar. Maar als ze de deur nadert, wordt ze door iets tegengehouden. Hoe hard ze ook probeert, ze kan niet verder. Zelfs de deur aanraken lukt niet. 
Plots merkt dat een witte gloed om haar heen opgebouwd wordt. Als ze er helemaal omhult is, ziet ze dat er voor haar een oplichtend wit pad gevormd. Ze voelt dat ze erdoor wordt aangetrokken. Langzaam stapt ze het pad op. Zover ze kan zien lijkt het geen einde te hebben. Ze beseft dat ze niet anders kan dan het pad volgen, waar het ook naartoe mag leiden. Achter haar vervaagt de omgeving, terwijl ze verder stapt.

Plaats een reactie