10. Aya

Ongeveer zes kilometer stroomafwaarts zit een jonge vrouw in een klein bootje te vissen. Haar lange witte haren wapperen in de wind. Ze heeft alleen een smal slipje aan. Plots schrikt ze en kijkt stroomopwaarts.

Honderd meter hogerop ziet het water helemaal groen. Het vreemde licht komt heel snel naderbij gedreven. Snel laat de vrouw haar vislijn vallen en grijpt haar roeipeddel. Maar ze is niet snel genoeg. Het licht is al bij haar boot en gaat eronder door.

De vrouw merkt een gedaante op, die zich in het licht bevindt.

‘Dat lijkt wel een vrouw,’ denkt ze.

‘H.help me.’ hoort ze plots een stem in haar hoofd.

Ze verzamelt al haar moed van duikt in het water. Al snel zwemt ze in het groen kleurige water en ziet de vreemde vrouw voor zich. Voorzichtig raakt ze de verminkte arm van de vrouw aan, maar trekt dadelijk haar hand terug, als ze een vreemde pijn in haar vingers voelt. Dan merkt ze dat de vrouw op haar rug geen verminking heeft en duikt onder haar door. Met beide handen grijpt ze haar vast aan haar nek en zwemt zo naar de oppervlakte. Even kijkt ze naar de kant en merkt dat een dertigtal meter verder een klein strandje is. Snel zwemt ze ernaar toe en trekt ze de gewonde op de kant.

Wat is er met haar gebeurd? Haar lichaam lijkt wel verbrand, maar het zijn toch geen brandwonden,’ denkt ze als ze op de gewonde neer kijkt, ‘Ik moet hulp gaan halen.’

Dan draait ze zich om een haast langs de rand van de rivier naar de plaats waar ze aan het vissen was.

Als Jakira bijkomt, ligt ze helemaal alleen op een klein strand. Haar lichaam brand van de pijn. Ze kijkt om zich heen, maar ziet niemand. Als ze haar rechterhand opheft, schrikt ze. Terwijl ze naar haar zwaar verschroeide hand staart, komen de herinneringen terug.

‘Dat meisje, waar is ze?’ denkt ze, terwijl ze de omgeving beter bekijkt, maar van het meisje vind ze geen spoor.

Dan bekijkt ze haar lichaam, dat voor een groot deel verschroeid lijkt te zijn, op de plekken waar dat geel goedje haar geraakt heeft.

‘Gelukkig heb ik dat goedje onschadelijk kunnen maken. Toch had ik graag hun gezichten, als ze er één hebben, gezien. Toen ik mijn armen en benen in gas veranderde. Ze zijn er mooi ingelopen,’ denkt ze grijnzend.

Dan laat ze zich langzaam terug op haar rug neerzakken en concentreert zich steeds dieper, zoals ze van Anya geleerd heeft. Plots wordt haar lichaam opnieuw door een geelgroen licht omgeven en haar wonden genezen steeds sneller. Na een paar minuten verdwijnt het licht volledig en Jakira opent haar ogen.

Opeens ziet ze een jonge mooie vrouw, alleen gekleed in een smal slipje. Terwijl de vrouw naar haar staat kijken, wapperen haar haren lichtjes in de wind. In haar hand heeft ze een klein flesje. Ze lijkt wel verstard. Dit duurt maar even, maar dan draait ze zich om.

‘Vrees niets. Ik zal je niets doen.’

Het onbekende meisje, ze lijkt een jaar of achttien, blijft staan en draait zich langzaam weer om.

‘Mijn naam is Jakira. Ik genees nogal snel.’

‘Genezen, dat… Nee, dat was niet normaal.’

‘Voor mij wel. Ik leerde dat al verschillende jaren geleden.’

‘Maar dat groene licht…’

‘Dat is een bijverschijnsel, maar het geeft wel een spookachtige uitstraling.’

‘Dat klopt, Jakira. Het leek daardoor wel alsof je boven de grond zweefde.’

‘Heb jij me uit het water gehaald,’ vraagt Jakira.

‘Ja, anders zou je verdronken zijn,’ antwoordt het meisje, terwijl ze haar natte haren met haar hand naar achter strijkt.

Lachend draait Jakira haar gezicht naar het jongere meisje en vraagt:

‘Hoe heet je?’

‘Aya,’ antwoordt deze en kijkt even naar het flesje in haar hand.

‘Als ik je bekijk zul je dit ook wel niet nodig hebben.’

‘Wat is dat, Aya?’

‘Iets om brandwonden te behandelen.’

‘Nee, laat maar, het waren toch geen brandwonden, maar iets anders, dat veel gevaarlijker is.’

Jakira probeert dan recht te staan, maar ze voelt zich nog te zwak. Aya stapt snel op haar toe en helpt Jakira op te staan. Even wankelt de blonde vrouw.

‘Laat me maar. Het zal nu wel gaan, Aya.’

Aya doet wat Jakira vraagt en de blonde vrouw doet enkele stappen.

‘Zie je het gaat al beter,’ zegt ze.

‘Kom, we gaan naar de plaats waar ik aan het vissen was,’ zegt Aya.

Jakira volgt het meisje langs de rivier, tussen de struiken en bomen door. Intussen scant ze telepathisch de omgeving, maar er is geen enkel gevaar.

Toch schrikt ze wel even als ze merkt dat Aya ook een esper is, maar het meisje lijkt er niets van te weten.

‘Ze weet het wel, Jakira. Maar tegenover vreemden laat ze niets blijken. Zij staat in mijn gegevensbank als lid van een derde groep. Alleen zijn deze nooit opgeleid. Er zijn er nog twee in het dorp waarvan Aya afkomstig is,’ denkt haar hypsoon.

Even later komen ze op een open plek, waar Aya haar een deken geeft. Terwijl Jakira dit om haar lichaam slaat, kleed Aya zich aan en zegt:

‘Blijf hier. Ik ga in mijn dorp kleren voor u halen.’

Terwijl ze tussen te bomen verdwijnt, gaat Jakira tegen een boom op de grond zitten. Dan concentreert ze zich nogmaals op haar wonden en lacht even later tevreden als ze beseft dat ze weer helemaal gezond is. Dan staat ze op en loopt op de rivier toe. De deken valt op de grond, waarna ze het koele water instapt.

Als Aya een uur later terugkeert, is Jakira lekker aan het zwemmen.

‘Jij bent al veel beter, zie ik,’ lacht het meisje.

‘Ja, ik voel opnieuw als herboren,’ glimlacht Jakira, terwijl ze uit het water stapt.

‘Ik zal je nieuwe kleren hier maar neerleggen tot je terug droog bent.’

Jakira knikt en rilt even als ze de koele wind op haar naakte huid voelt.

Maar dan concentreert ze zich en Aya schrikt hevig als ze de huid van haar kersverse vriendin in een soort metaal ziet veranderen. Het lijkt wel zilver. Het duurt maar een paar seconden, maar dan wordt haar huid langzaam weer normaal. Alleen is ze nu helemaal droog;

‘Hoe doe je dat?;’ vraagt Aya met trillende stem.

‘Ik heb verschillende gaven leren gebruiken door mijn leermeester. Ook jij kunt het leren, als je veel geduld hebt.’

‘Dat kan ik nooit.’

‘Toch wel, Aya. Er zijn maar een klein aantal mensen die deze gaven hebben en jij bent er een van.’

Aya kijkt haar verbaasd aan, terwijl Jakira twijfelt. Zou ze kleren om haar lichaam zou vormen, of de kleren van Aya aantrekken. Ze besluit om het laatste te doen, om het meisje niet nog meer te laten schrikken.

‘Ik, Jakira. Nee, zoiets kan ik niet’ merkt Aya op.

‘Je hebt angst voor je mensen van het dorp. Zij zullen je verstoten. Misschien, Aya. Maar ieder van ons moet zijn weg gaan,’ lacht Jakira, terwijl ze haar nieuwe kleren aan trekt.

‘Zoals jij.’

‘Ja, zoals ik en ook mijn vrienden. En ik denk dat jij daar ook bij hoort.’

‘Ik wil zeker je vriendin worden, Jakira.’

Jakira kijkt het meisje glimlachend aan, terwijl ze, alleen gekleed in een slipje, Aya aandachtig bekijkt. Dan slaat ze een riem om haar heupen, waaraan langs voor een achter, een stuk stof van ongeveer veertig bij vijfentwintig centimeter, bevestigd is. Aya helpt haar om het bovenstuk, dat bestaat uit een brede strook stof, dat onderaan aan de riem bevestigd is.

Jakira lacht als ze merkt dat het te klein lijkt te zijn. Langs de voorkant blijft een stuk van ongeveer acht centimeter open.

‘Het lijkt wel een zeer diepe halsuitsnijding.’

‘Nee, Jakira. Dit is een normale kledij, die in mijn dorp gedragen wordt,’ merkt Aya op, terwijl ze de gekruiste bandjes achter in de nek van haar vriendin vastmaakt.

‘Zo, dat ziet er beter uit.’

‘Je hebt gelijk, Aya. Het is wel mooi, maar in mijn dorp zou ik zo niet lang rondlopen,’ lacht Jakira, terwijl het riempje langs de voorkant vastknoopt.

‘Dan ben je zeker nog niet in het stadje Rinku geweest, daar lopen ze meestal halfnaakt rond, behalve in de winter.’

‘Half naakt, dat lijkt me toch een beetje te bloot.’

‘Misschien, Jakira. Iedereen heeft zijn gewoonten. Laat ons nu maar gaan.’

‘Wacht nog even,’ zegt Jakira en concentreert zich, terwijl ze haar handen met de palmen omhoog naar voor steekt.

Aya is verbaasd, als ze plots een metalen zwaard uit het niets in de handen van haar vriendin ziet vormen. Het is mooi versierd en de schede is met een schildering bedekt.

‘Hoe.???’ stamelt ze.

‘Zo, laat ons maar naar uw dorp gaan,’ zegt Jakira, terwijl ze het wapen om haar heupen vast maakt.

‘Hoe, kom je aan dat zwaard?’ vraagt Aya opnieuw, terwijl ze voor Jakira het pad opstapt.

‘Ik heb een soort tovenaar als bondgenoot.’

‘Een tovenaar.’

‘Ja, hij heeft mij en Quana.,’ zegt Jakira, maar ziet hierbij de beelden van de gebeurtenissen aan de rivier voorbij trekken.

Even wankelt ze, als ze Quana opnieuw bloedend ziet neervallen. Aya draait zich om en haast zich naar Jakira toe om haar te ondersteunen.

‘Wat is er? Ik denk dat we het beste even kunnen rusten.’

‘Nee, Aya. Dat is het niet. Het komt, omdat ik Quana weer voor mijn ogen zag sterven.’

‘Quana, Wie is dat?’

‘Een vriendin, die ik enkele jaren geleden leerde kennen, maar die laffe Oeka viel haar onverwachts langs achter aan. Ze kreeg geen enkele kans om zich te verdedigen,’ legt Jakira uit, terwijl ze zich herpakt.

‘Ga maar verder, ik volg wel.’

‘Wat is een Oeka?’ vraagt Aya plots.

‘Zeker weten we het nog niet. Wat we wel weten is dat een Oeka, de gedaante van een mens kan aannemen.’

‘Waarom doet hij dat?’

‘Dat is iets dat we nog moeten uitzoeken. Vermoedelijk veroorzaken zij die zware regens die overal plots opsteken.’

‘Wat, Jakira. Ben je zeker. De dorps oudsten denken dat het de goden zijn, die ons willen straffen.’

‘Nee, Aya. De goden hebben hier niets mee te maken. Het zijn levende wezens, die van ergens ver hier vandaan komen.’

Even kijkt Aya naar Jakira en stapt dan plots verder.

‘Dat moeten de oudsten weten,’ zegt ze.

‘Voorlopig moeten we zwijgen. Ze zullen ons toch niet geloven, denk ik. Maar ik en enkele anderen zullen dit wel uitzoeken.’

‘Jij, Jakira. Wat kan jij doen?’

‘Dat zien we nog wel. Ik weet het op dit moment ook nog niet. Maar ik heb met de Oekas nog een eitje te pellen.’

‘Een eitje te…,’ stamelt Aya, niet begrijpend.

Maar dan trekt ze haar schouders op en loopt verder. Al een paar minuten later bereiken ze een open vlakte. Jakira blijft even staan en ziet dan de eerste huizen van het dorp van Aya. De palissade is op enkele plaatsen ingestort.

Als Jakira door de poort stapt, ziet ze Aya naar een jongeman glimlachen. Dan krijgt hij de blonde Jakira in het oog en blijft haar nastaren, terwijl ze Aya volgt. Even later stapt het jongere meisje de hut van haar ouders binnen. Jakira volgt haar, waar het meisje haar aan haar ouders voorstelt. Jakira krijgt onderdak in het huis aangeboden en neemt het aan, omdat ze moeilijk kan weigeren.

S’avonds sluipt Aya het huis uit. Jakira heeft het gemerkt en volgt haar door het dorp. Aan een van de toegangspoorten staat de jongeman op wacht en hij draait zich om als Aya naar hem toekomt. Dan kussen ze elkaar. Jakira beseft dat ze beiden op elkaar verliefd zijn.

Maar ze weet niet wat er moet gebeuren. Die namiddag hoorde ze de vader van het meisje zeggen, dat zijn dochter voor de zoon van het dorpshoofd bestemd is. Nadenkend keert ze terug naar de hut van Aya’s ouders en gaat opnieuw slapen. Een uur later hoort ze het meisje terugkeren.

De volgende morgen staat Jakira heel vroeg op en begint naast de hut te trainen. Plots merkt ze Aya op, die naar haar staat te kijken. Ook zij heeft een zwaard omgegespt en vraagt:

‘Mag ik mee doen?’

‘Ja zeker. Maar kun je met dat wapen omgaan.’

‘Ik ken er wel iets van,’ lacht Aya, terwijl ze het zwaard uit de schede trekt.

Lichtjes onhandig probeert ze de houdingen van Jakira na te doen.

‘Niet slecht. Maar je moet toch wel meer oefenen, Aya.’

‘Ik denk dat ik wel genoeg geoefend heb. Maar ik oefen liever met een echte tegenstander. Wil jij het eens proberen.’

Jakira kijkt haar even aan.

‘Oké, laten we het eens een schijngevecht houden.’

Al snel ondervindt ze dat Aya heel goed met haar zwaard kan omgaan.

‘Je hebt me erin geluisd.’

‘Zeker, maar jij bent ook niet slecht zo te zien. Maar we kunnen beter ophouden en gaan eten.’

‘Ga jij al maar. Ik moet nog een paar oefeningen doen.’

‘In orde, tot straks dan maar.’

In de namiddag gaan beide meisjes terug naar de rivier. Jakira kleedt zich uit en duikt in het koele water en begint over en weer te zwemmen. Aya duikt iets later ook in haar blootje het water in en begint met haar blonde vriendin mee te zwemmen.

Na twee uur zwemt Jakira naar de kant en Aya volgt haar.

‘Ha, hier ben je,’ zegt een stem plots.

Onze blonde vriendin kijkt naar de kant en schrikt als ze de uitstraling van de jongeman opvangt.

‘H. Hij heeft ook geestelijk krachten. En wat voor. Als ik het niet mis heb wordt hij een van de sterkste espers die er zijn, al weet hij… Hee, hij kent Anya,’ denkt ze.

Jakira, het klopt. Hij hoort bij de tweede groep, maar ook van die groep zijn er maar twee over. Iljane is de andere. Hou je met hem bezig, misschien kan hij je helpen. Maar pas op, hij is op Aya verliefd.’ hoort ze om dat moment een stem in haar hoofd.

‘Anya,’ fluistert ze.

‘ Anya. Ken jij Anya?’ vraagt de jongeman, terwijl hij naar haar lichaam staart.

De blonde vrouw kijkt opnieuw naar de jongeman, met donkerbruin haar en glimlacht even als ze zijn blik opmerkt.

‘Anya heb ik een tijdje geleden leren kennen. Soms helpt zij me, als ik in nood ben’ antwoordt ze ontwijkend.

Dan stapt ze op haar, op de grond liggende kleren toe.

‘Weet je niet wie hij is?’

‘Ja, een soort tovenaar. Als ik het goed heb,’ lacht Jakira.

‘Rondo, wat doe jij hier,’ vraagt Aya op dat ogenblik vanuit het water.

‘Ik was in de buurt en zag jullie zwemmen,’ zegt de jongeman slikkend.

‘Rondo, je kunt beter naar de bomen kijken, als ik uit het water kom. Anders zul je wat meemaken.’

‘Oké, Aya. Ik zal niet kijken,’ grijnst de jongeman en draait zich om.

Jakira trekt intussen haar bovenstuk van haar kleed omhoog en maakt de knoop van het riempje achter in haar nek vast.

‘Hoe heet je?’ vraagt Rondo.

‘Jakira, jongeman. Mag ik u een goede raad geven.’

‘J…ja…’

‘Denk dan maar aan iets anders, of je belandt over enkele ogenblikken in het water om af te koelen.’

Met een rood hoofd, kijkt Rondo naar Jakira. Dan gaat hij dichter op haar toe.

‘Jij bent toch niet die Jakira van de eerste groep,’ fluistert hij.

‘Goed geraden, die ben ik.’

Rondo slikt even.

‘Rondo, pas maar op met haar. Jakira kan zeer goed vechten.’

De jongeman kijkt even naar Aya, die zich intussen ook aangekleed heeft. Even later wandelen ze alle drie terug naar het dorp. Jakira neemt door haar hypsoon contact op met het complex. Het gaat echter met moeite, er zijn heel veel storingen in de atmosfeer. Alleen door alle mogelijke versterkers in te schakelen, slaagt Anya erin om een zo goed als normaal contact in stand te houden.

Jakira zucht opgelucht en zegt:

‘Anya, ik denk dat Aya ook in onze groep kan opgenomen worden.’

‘Gegevens bekent, Jakira. Maar de centrale computer raadt dit af. Want hij wil Aya, maar zij houdt van een ander. Zijn naam is Danor en ook hij is een esper. Ze alle drie in de groep opnemen, zou voor onenigheid kunnen zorgen.’

Jakira staart even nadenkend naar het gras.

‘Onze groep uitverkorenen bestaat nog maar uit drie leden. Met de overlevenden van de tweede groep, zijn we met vijf. Ik denk dat er best nog een paar bij mogen. Rondo wil haar omdat Danor al van zeer jonge leeftijd zijn tegenstander is, die hij er maar niet onder krijgt. Ik denk dat, als ze beiden beseffen wat er van hen verwacht wordt, ze wel zullen veranderen.’

‘Genoteerd, Jakira. De centrale eenheid zal een nieuwe evaluatie maken.’

Haar nieuwe vrienden hebben niets gemerkt van dit gesprek met Anya.

‘Aya, over twee dagen wil ik uw vader spreken. Je weet wel waarover,’ zegt Rondo plots.

‘Ja, maar.’

‘Je kent toch de dorpswetten. Iedereen moet hen gehoorzamen, of we willen of niet.’

‘Bij jou is het niet moeten, maar je wilt mij hebben, dat is alles.’

‘Dat is mij eender. Wet is wet,’ sist Rondo kwaad en stapt van hen weg.

Beiden kijken hem even na. Jakira scant zijn gedachten. Hij wil Aya tot vrouw omdat dat al overeengekomen is van bij hun geboorte. Ook is Danor een rivaal en hij wil hem op zijn plaats zetten door hem Aya af te nemen. Maar dan schrikt Jakira. De diepste gedachten van de jongeman denken niet aan Aya, maar aan een jonge krijgster, die hij enkele dagen geleden vluchtig ontmoette. Ze bezorgt hem gevoelens, die hij nooit eerder voelde.

‘Aya, W.wat was dat?’ vraagt Jakira plots.

‘Rondo is de zoon van de dorpsgeneesHera. Hij wil met mij trouwen, maar ik. Och. Het haalt toch niets uit. Ik moet de wet gehoorzamen zoals alle anderen.’

Dan gaat ze plots verder en de blonde vrouw volgt haar nadenkend. Twee dagen nadat ze in het dorp aankwam, komt Rondo binnen in de grote hut van Aya’s ouders en hij heeft een kist met zwaarden bij zich. Hij geeft deze kist aan haar vader in ruil voor de hand van zijn dochter Aya.

Aya’s vader stemt toe en Aya moet in het huwelijk treden met Rondo.

Maar Aya rent kwaad naar buiten. Jakira volgt haar langzaam tot ze haar inhaalt aan de rand van het dorp.

‘Aya, kan ik helpen.’

‘Nee, je kunt niets doen. Rondo heeft gelijk. Wet is wet. Waar zouden we anders zijn zonder wetten. Het probleem is dat ik van Danor houdt en niet van Rondo,’ fluistert Aya en staat weer op.

Jakira kijkt haar na terwijl ze terug naar de hut van haar vader stapt.

‘Als dat huwelijk doorgaat!! Nee, dat kan ik niet toelaten, of ze nu een wet hebben of niet.’ overweegt ze.

Nadenkend kijkt ze voor zich uit en krijgt plots een idee.

‘Ja, dat kan misschien de oplossing brengen. De meeste dorpelingen geloven in dezelfde godenleer als in mijn dorp. Taxala, de godin van de liefde. Ja, dat is het. Langzaam begint ze een eenvoudig plan te smeden.’

Jakira merkt echter de gedaante tussen de bomen niet op, die glimlachend toekijkt.

‘Niet slecht bedacht, Jakira. Misschien moet ik een handje toesteken,’ fluistert de vrouw en verdwijnt dan plots in het niets.

Als Jakira eindelijk haar plannetje uitgewerkt heeft, keert ze terug naar de hut en gaat slapen. Terwijl ze Aya hoort huilen, valt ze langzaam in slaap.

De volgende is het de grote dag. Vanaf de voornamiddag worden de voorbereidingen getroffen om te iets na de middag met de ceremonie te beginnen. Voor Aya gaan de uren traag voorbij, terwijl Jakira al naast de hut aan het trainen is.

Ze ligt op de grond, terwijl ze de omgeving van het dorp telepathisch af scant. Steeds verder en verder. Plots schrikt ze. Haar gedachten stoten op een andere telepate. Een jonge krijgster, Tena genaamd, die zich ongeveer tien kilometer van het dorp te paard langs een weg rijdt. Ze is op zoek naar slavenhandelaars, die een dorp overvallen hebben.

‘Anya, in deze streken lijken vele espers te leven. Ik heb een telepate opgespoord. Misschien is zij een goede aanwinst voor onze groep,’ denkt ze naar Anya en geeft hem ook de coördinaten door van de plaats waar het meisje is.

Bericht begrepen.’ hoort ze Anya in gedachten melden

Dan gaat ze verder met haar training en zweeft langzaam omhoog. Op dat moment komt Danor de hoek om en schrikt zich een aap. Terwijl Jakira zich langzaam laat zakken, staat de jongeman met open mond te kijken.

‘Wat is er, Danor.?’ vraagt ze lachend.

‘I.ik k.kwam om te zeggen dat de plechtigheid gaat beginnen.’

‘Ik kan niet, Danor. Aya is mijn vriendin en komen toekijken, terwijl ze met de verkeerde trouwt, kan ik niet aanzien.’

‘Wat, je weet dat ik van haar houdt. Hoe? Heeft ze het tegen u gezegd.’

‘Nee, maar ik heb jullie beide aan de rand van het dorp zien kussen,’ fluistert Jakira.

De jongeman krijgt een rood gezicht en draait zich plots om.

‘Ik denk niet dat de goden zullen instemmen met het huwelijk. Schrik straks dus niet, Danor.’ hoort hij haar stem in zijn hoofd, voor hij om de hoek verder gaat.

Even blijft hij achter de hoek staan, om haar woorden tot zich laten door te dringen, maar hij snapt er niets van. Snel draait hij zich om en keert terug, maar Jakira is verdwenen.

Op dat moment komt Aya, met haar vader en moeder uit hun hut. Danor draait zich terug om en ziet haar voor zich staan. Aya heeft tranen in de ogen als ze hem opmerkt, maar gaat toch verder met haar ouders, alsof ze hem niet gezien heeft.

Danor volgt hen langzaam, nog steeds met zijn gedachten bij de laatste woorden van de blonde vrouw.

‘Hoe deed ze dat? Ik hoorde haar zo duidelijk alsof ze vlak voor mij stond. Zou zij een godin zijn.’

‘Nee, Danor. Je hebt het mis. Ik ben een normale mens zoals jij, al zul je daar over een tijdje wel even anders over denken, maar ik denk dat het de beste oplossing is.’

‘Nu geraak ik er niet meer aan uit,’ fluistert hij stil.

Tegen de avond is het dorp door vuren verlicht en de bruid en de bruidegom begeven zich naar het centrum toe als plots de hemel door een fel licht verlicht wordt.

Geleidelijk zien ze een vrouwelijke gedaante in het licht zichtbaar worden. Ze is naakt en heeft een zilverkleurige huid. Haar lichaam straalt een geelkleurig licht uit, omdat zij zich door een energiescherm omgeven heeft. Terwijl Jakira haar veranderde lichaamsstructuur in stand houdt, zweeft ze langzaam naar beneden. De dorpsbewoners knielen eerbiedig op de grond, ook Danor.

Alleen Aya blijft rechtstaan, terwijl ze naar de gedaante kijkt, die op dat moment een tiental meter boven de grond zweeft. Het licht in de hemel verdwijnt langzaam.

‘Jakira. Waar ben je nu mee bezig?’ fluistert ze.

De blonde gedaante zegt met vervormde stem:

‘Ik ben een boodschapper van Taxala, dit huwelijk is tegen haar wil. Danor en Aya houden van elkaar. Wij, goden hebben met Rondo andere plannen.’

Verbaasd wijkt iedereen achteruit. Maar Rondo, die de gefluisterde woorden Aya gehoord heeft, springt recht en grijpt de jonge vrouw vast bij haar arm.

‘Zij is van mij.’

‘Wil jij de wil van de goden tarten, Rondo,’ zegt gedaante.

‘Nee, maar jij bent geen godin, jij bent die vrouw, die Aya uit het water redde,’ sist hij.

Even is het stil op het plein.

Op hetzelfde ogenblik slaat een bliksemflits in en raakt de paal, die in het midden van het plein staat. Iedereen kijkt verschrikt naar de brandende top. Ook Jakira is verrast. Er zijn geen volken aan de hemel en toch bliksemt het.

‘Zou. Nee, dat kan toch niet,’ denkt Jakira en trekt haar schouders op.

Ook Rondo twijfelt nu of de blonde gedaante nu toch een boodschapper van de goden zou zijn of niet.

Jakira maakt van deze kans gebruik en grijpt Aya, Danor en Rondo telekinetisch vast. Langzaam zweven ze omhoog naar Jakira toe. Even zien de dorpelingen hen in de lucht hangen, tot ze plots verdwenen zijn.

Ze materialiseren alle vier op het strandje waar Jakira met Aya gingen zwemmen. Ze staan allemaal te trillen op hun benen. Jakira voelt zich heel zwak en wankelt lichtjes. Deze eerste teleportatiesprong heeft heel veel van haar krachten gevergd.

‘Gelukkig, ik dacht al dat het niet ging. Zo diep heb ik mij nog nooit moeten concentreren,’ denkt Jakira opgelucht.

De drie dorpelingen kijken verschrikt om zich heen, terwijl Jakira’s lichaam weer normale vorm aanneemt. Deze maal laat ze zich door haar hypsoon aan kleden. Aya en Danor kijken haar verschrikt aan, alleen Rondo niet. Hij heeft ook een hypsoon en kent een deel van zijn mogelijkheden.

Jakira werpt even een blik op Rondo en zegt dan:

‘Schrik niet, Aya. Ik ben weer volledig in bezit van al mijn krachten. Het wordt tijd om afscheid te nemen. Maar eerst moet ik dit nog met jullie in orde brengen.’

‘Dus dit was allemaal een truc om, Aya van mij af te pakken,’ sist Rondo kwaad.

‘Rondo, je hebt gelijk. Jij weet dat ik geen Godin ben. Maar Aya houdt van Danor, niet van jou. Als jullie beiden trouwen zul jij er de rest van je leven spijt van hebben. En er is nog iemand, die aan jou denkt, terwijl ze zich voor haar taak inzet.’

‘Hoe kun jij dat nu weten? Wie bedoel….’

‘De jonge krijgster.’

‘Wat…. Hoe weet jij????’

‘Telepathie, Rondo.’

‘Maar hoe weet jij dat ze aan mij denkt.’

Even kijkt Jakira naar de jongeman en zegt dan, zonder antwoordt op zijn vraag te geven.

‘Rondo, je heb gemerkt wat ik met mijn krachten kan doen. Ook jij bezit er een deel van. Je moet ze alleen ontwikkelen, door te trainen. Maar ik denk wel dat je hiervoor een menselijke leermeester nodig hebt.’

‘I.ik kan dat ook. Nee, Jakira daar heb je het mis. Anya heeft mij zo goed mogelijk getraind, maar ik lukte er maar niet in. Iljane was daar veel beter in, al kon ik haar in het zwaard vechten verslaan,’ stamelt de jongeman.

‘Waarom probeer je het niet, Rondo?’

‘Hoe moet ik dat doen. Als het tenminste waar is wat jij beweert.’

‘Laat maar, Rondo. Ik help je wel. Danor en Aya willen jullie naast elkaar in het gras zitten.’

Beiden doen het en kijken haar nieuwsgierig aan.

‘Rondo, ga jij nu op een meter van hen zitten en kijk hen beiden aan.’

De jongeman voldoet aan haar verzoek en kijkt naar Aya en dan naar Danor.

Tussen de struiken, zit de onbekende vrouw, met afgeschermde gedachten, toe te kijken.

‘Niet slecht, Jakira. Je plan lijkt te lukken. Hee, wat ik voel me plots zo zwak.’ fluistert de vrouw.’

Maar merkt de zwarte schaduw niet op, die langs achter op haar toe zweeft.

‘Eindelijk ben je in mijn handen, Taxala’ fluistert een stem plots.

Verschrikt kijkt de vrouw om, maar op dat moment een zwarte schaduw over haar en op hetzelfde moment zijn ze beiden verdwenen.

Jakira en de anderen hebben hier echter niets van gemerkt

‘Concentreer je nu op Aya’s gedachten en dan op Danor.’

Maar Rondo richt na enkele minuten zijn blik op Jakira en zegt:

‘Dat haalt niets uit, Jakira. Wat zou er moeten gebeuren?’

‘Je probeert niet hard genoeg. Je moet overtuigt zijn dat je het kunt. Probeer nog eens, maar nu met meer overtuigingskracht.’

Morrend voldoet Rondo aan haar verzoek en kijkt weer naar Aya. Deze maal duurt het langer, het zweet parelt op zijn voorhoofd. Deze maal helpt Jakira hem telepathisch en observeert hem. Ze glimlacht plots.

Op dat moment gaat voor Rondo een nieuwe wereld open. De gedachten van Aya zijn voor hem een open boek. Zijn gedachten schieten doorheen haar vroegere levens. Hij schrikt en trek zich plots terug. Dan richt hij zijn blik op Danor. Ook hier ziet hij het verleden voorbijtrekken. En daarbij merkt hij iets. Als beiden in hun levens samen waren, dan waren ze het gelukkigst. Dan beseft hij dat ze bij elkaar hoorden nog voor ze geboren waren. Hij breekt dadelijk zijn concentratie af. Nadenkend staart hij naar de grond. Jakira heeft intussen zijn diepste ik gepeild en heeft verschillende gegevens van zijn vroegere levens gezien. Jakira die hem begeleide, lacht en kijkt naar hem, terwijl wankelend rechtstaat. Dan denkt ze terug aan de vreemde telepate. Er is haar iets opgevallen. Snel peilt ze naar de vrouw en na een paar seconden schrikt. De krijgster, Tena, is gevangen genomen door de slavenhandelaars. Langzaam peilt ze de gedachten van de jonge vrouw en beseft dat ze voorlopig niet in gevaar is. Dan dringt ze haar innerlijke ik binnen en vindt al snel wat ze zoekt, deze vrouw denkt niet alleen aan Rondo, maar ze is zijn levensgezellin.

‘Wat moet ik nu doen?. Anya, kan jij me helpen,’ seint ze dan naar het hologram, maar krijgt geen antwoordt.

Jakira besluit dan maar om Tena te blijven observeren. Als er gevaar dreigt kan ze nog altijd ingrijpen. Eerst moet ze de problemen hier zien op te lossen. Aya en loopt op Rondo toe. maar Jakira geeft haar echter een teken. Terwijl Danor traag op staat, draait Rondo zich om en zegt:

‘Aya, Danor. Willen jullie mij vergeven. Ik besef nu dat jullie beiden.’

‘Laat maar, Rondo. Ik vergeef het je,’ fluistert Aya, terwijl ze de rechterarm van Danor om haar schouder voelt.

Ze draait haar hoofd, voelt de lippen van Danor op de hare. Rondo kijkt hen droevig aan.

‘Mogen de goden jullie veel geluk schenken, vrienden,’ fluistert hij.

Op dat moment kijkt de even verstarde Jakira om zich heen en hoort de laatste woorden van de jongeman. Ze neemt dan maar snel een besluit en zegt lachend:

‘Niet zo droevig Rondo. Jij hebt hen het geluk gegeven, niet de goden. Het uwe zal ooit ook wel komen opdagen.’

‘Je bedoelt toch die krijgster niet. Ze is wel zeer mooi, maar.’

‘Zoiets zullen jij en Tena moeten uitzoeken.’

‘Tena. Wie is d.?’

‘Dat is haar naam, Rondo. Je gedachten zijn steeds bij de krijgster, die je eerder ontmoette.’

‘Hoe… telepathie… Je hebt….’

‘Ja, Rondo. Ik heb haar gescand. Ze is niet ver van hier, maar meer kan ik niet zeggen. Je zult haar zelf moeten vinden, misschien komt ze wel naar het feest van Aya en Danor.’

‘Daar ben ik niet veel mee. Maar haar naam weet ik al… Ze heet dus Tena.’ merkt Rondo op en ziet Jakira glimlachen.

‘Dat klopt….’

Op dat moment materialiseert Anya.

‘Jakira, jij hebt een taak. Ik bekommer mij wel om, deze mensen. Ik zal ze alle drie wel opleiden.’

‘Alle drie.’

‘Ja, Jakira. Aya, Danor en Rondo zijn alle drie in de eerste groep opgenomen.’

‘Van Rondo en Aya wel, maar van Danor wist ik het niet. Maar ja, ik had dat later wel ontdekt. Nu gaat er iets anders voor, ik moet de Oekas laten boeten voor de dood van Quana.’

‘Geen wraak, Jakira. En daarbij Quana leeft nog, al is het maar zwak. Ik kan haar echter niet helpen.’

‘Anya, waarom heb je dat niet eerder gezegd, dan had ik haar kunnen helpen,’ sist Jakira kwaad.

‘Dat weigerde Quana. Ze wilde haar kunnen bewijzen door zichzelf te genezen, maar volgens de laatste gegevens is ze te uitgeput. Ze is al wel buiten levensgevaar. Maar zonder hulp zal het nog wel een tijdje duren voor ze haar doel bereikt.’

‘Anya, jij had naar haar niet mogen luisteren. Als ze hulp nodig heeft moet ze geholpen worden. Waar is ze?’

Plaats een reactie