15. Jakira en Dargo

‘Wie is dat? Misschien is hij die leider,’ zegt Dargo vragend.

‘Dat weten we nog niet. Wie de derde is, is ook nog steeds niet bekend.’

‘Toen Ogan voor mij stond, zei hij is van drie lijfwachten. Hijzelf, Gorok en Lokar. Dus de derde moet Lokar heten.’

‘Als dat klopt, Aya. Moet die Yavar, die ze de Ganzar noemen, hun leider zijn.’

‘De Ganzar is dat een naam of een titel,’ vraagt Aya.

‘Ik denk een titel. Het leek wel alsof er een zekere eerbied in de stem van de stervende weerklonk,’ zegt Jakira hees.

‘Laat maar, vrienden, het wordt stilaan tijd om ons voor te bereiden. Gebruik jullie esperkrachten voorlopig alleen in uiterste nood. Om ze volledig onder de knie te krijgen moeten jullie nog veel trainen. Jakira heeft al ondervonden hoe gevaarlijk het kan worden, als uw concentratie niet voldoende is.

‘In orde, Anya. We zullen eraan denken,’ lacht Quana.

‘Denk er maar niet te licht over. Toen Jakira met ons teleporteerde, belanden we bijna in de hel. Het leek wel of ik uit elkaar gerukt werd.’

‘Dat had een andere oorzaak, Tena. Maar ik denk dat Anya toch gelijk heeft. Het kan te gevaarlijk zijn, zonder voldoende ervaring.’

‘Dank u, Jakira. Maar denk er zelf ook aan, voor je iets onderneemt.’

‘Ik zal het proberen, Anya,’ lacht Jakira.

‘Hebben jullie allen de uitbreidingen van jullie hypsoon bevestigd.’

‘Ja, Anya. We hebben ze allen aangebracht. Ik heb Aya en Danor geholpen,’ antwoordt Jakira.

‘Dan kunnen we ze activeren.’

In orde. Anya. Jongens, schrik maar niet te hevig. Over enkele seconden,’ zegt Jakira nog, maar dan voelen haar vrienden hun kledij veranderen.

Al na een minuut hebben ze dezelfde uitrusting als Jakira.

‘Voor wat dient dat allemaal. Weet jij het, Jakira?’ vraagt Aya.

Voor Jakira iets kan zeggen, klinkt de stem van Anya

‘Het wapen aan jullie rechterzijde is een energiezwaard. De linkerarmband kan een energieschild opwekken. In de rechterarmband is een overbrenger aangebracht.’

‘Dat is nogal een uitrusting. Als we nu ook nog wisten wat we daarmee kunnen aanvangen,’ spot Quana.

‘Kalm, Quana. Anya zal het ons wel uitleggen,’ merkt Tena op.

‘Geduld is een deugd,’ grijnst Dargo.

Quana kijkt hem nijdig aan en wil iets zeggen.

‘Laat me verder gaan, vrienden. Het is tijd om deze dingen te leren gebruiken, maar wees er heel voorzichtig mee. Je zelf kun je er niet mee verwonden, omdat het op ieder van jullie afgestemd is. Maar elkaar en anderen kunnen jullie wel ernstige wonden toebrengen en zelfs doden,’ legt Anya uit, ‘Deze energiewapens kunnen alleen door espers geactiveerd worden. Alleen een esper kan hen bedienen, maar hun gebruiker heeft het voorrecht.’

Onze vrienden volgen Anya naar de trainingszaal en activeren op aanwijzingen van de geprojecteerde man hun energiezwaard. De tijd vliegt voorbij en na hun avondmaal mogen ze zich drie uur ontspannen. Nog voor de drie uur verstreken zijn, wordt Anya aan de deur gevormd. Danor is de eerste die hem opmerkt. Maar voor hij iets kan zeggen stapt het halogram dichterbij.

‘Vrienden, het wordt tijd om jullie allen een beetje kennis bij te brengen,’ zegt hij.

‘Moeten we lessen gaan volgen. Word jij onze leraar, Anya’

‘Nee, Tena. De lessen die Anya bedoelt, worden niet door een leraar gegeven, maar we krijgen die leerstof tijdens een soort kunstmatige slaap toegediend.’

‘Wat bedoel je, Quana. Dat begrijp ik niet,’ merkt Danor op.

‘Dat wordt straks wel duidelijk. Kom, we moeten ons haasten, anders moet Anya wachten,’ glimlacht Jakira, terwijl ze Anya naar buiten volgt.

De anderen volgen haar voorbeeld en een paar minuten later staan ze enkele verdiepingen lager in een grote zaal met een tachtigtal ligzetels.

‘Wauw. Zoveel stoelen; Voor wie is dat allemaal?’ giechelt Aya.

Maar Anya reageert er niet op en wijst naar een aantal zetels.

‘Neem plaats, uitverkorenen, Alleen Jakira niet. Jij komt mee naar de centrale,’ zegt hij.

De blondine kijkt het halogram verbaasd aan en blijft afwachtend staan. Haar vrienden gaan op de aangewezen zetels liggen en plots schuift een glazen cocon over de zetel heen. Langzaam wordt deze ondoorzichtig.

Anya wendt zich tot Jakira en activeert een lichtboog. Beiden stappen erdoor heen en materialiseren in de centrale Hier zijn verschillende gebieden van de planeet Enuron te zien. Maar overal ziet Jakira zo goed als het zelfde beeld. Zware stromen en onweders die grote vernielingen aanbrengen.

‘Volgens de gegevens is de burcht van Umoen de centrale plaats van waaruit de stromen ontstaan. Kijk maar naar het vierde scherm links,’ zegt Anya plots.

Jakira kijkt snel naar het aangewezen scherm en ziet de burcht staan. Door de donkere lucht, de kletsende regen en de bliksemschichten, heeft heel het beeld een griezelige sfeer. In het midden van de burcht stijgt een groene energiezuil naar de wolken. Ook in deze zuil zijn energieflitsen te zien, die heen en weer schieten.

‘Wat is dat voor iets?’ vraagt ze.

‘Die zuil veroorzaakt de verandering in de atmosfeer. Volgens de gegevens wordt de toestand over zesennegentig uur kritiek. Op dat moment is de atmosferische vervorming onomkeerbaar.’

‘Dus voor die tijd moeten we die machine uitschakelen.’

‘Dat klopt Jakira. De Enuronen zijn levende wezens die zuurstof nodig hebben. Maar als het plan van de Oekas, slaagt dan…’

‘Dan staat iedereen een vreselijke dood te wachten,’ onderbreekt Jakira het halogram.

Even is het stil in het vertrek, terwijl de blonde jonge vrouw naar het beeldscherm blijft staren.

‘Het wordt tijd dat we ingrijpen, maar eerst moeten jullie alle op krachten komen,’ hoort ze Anya zeggen.

Jakira kijkt hem aan en knikt.

‘Dan kunnen we ons het beste gaan klaarmaken.’

‘Niet op dit moment, Jakira. Eerst hebben jullie allen een goede rustperiode nodig. Intussen kan ik verder gaan met de voorbereiding van jullie taak.’

‘Voorbereiding, Anya.’

‘Ja, ga nu maar. De anderen zullen over een paar minuten wel uit hun hypnoslaap komen. Jij moet hen over de eerste schok heen helpen. Ga daarna maar allen eens goed rusten.’

Even kijkt Jakira naar Anya en glimlacht dan:

‘Oké, eerst rusten en dan actie.’

Anya lijkt haar even na te kijken, terwijl de deuren automatisch achter de blonde uitverkorene dichtschuift.

Maar als Jakira een paar minuten later de zaal met ligzetels binnenstapt, zitten haar vrienden al met elkaar te praten over de nieuwe kennis.

‘Ha, daar ben je,’ glimlacht Quana.

‘Al wakker allemaal. We hebben een nieuwe opdracht.’

‘Wat. Een opdracht,’ vraagt Rondo.

‘Ja, we moeten allen gaan slapen,’ grijnst Jakira.

‘Slapen. Hoe. Waarom?’

Jakira kijkt Tena even aan en trekt haar schouders op.

‘Laat ons maar naar onze kamers gaan,’ fluistert ze.

Niemand zegt nog een woord terwijl ze de blondine volgen. Als ze hun kamer binnenstappen, knikken ze elkaar alleen maar. Alleen Jakira blijft even op de gang staan en kijkt naar de deur van Sinaron’s kamer.

Als laatste stapt ze ook haar kamer binnen en geeft een gedachte bevel. Dadelijk verandert haar kledij en even later staat ze in haar blootje. Terwijl ze naar het bed toeloopt, kijkt ze in de spiegel en blijft staan. Dan kijkt ze naar hals, maar er is niets te zien van de hypsoon. Toch weet ze dat het op die plaats moet zitten. Dan dwalen haar gedachten af naar Sinaron en langzaam lopen de tranen over haar wangen naar beneden. Plots schuift de deur open en Quana komt binnen.

‘Jakira…’ zegt ze, maar merkt dan dat haar blonde vriendin huilt.

Even kijkt de jonge vrouw verbaasd naar Jakira, maar dan weet ze plots waarom. Langzaam loopt dan op Jakira toe en legt zachtjes een arm om haar schouders.

‘Kom, lieve meid. Niet meer huilen. Ik weet dat je zielsveel van hem hield, maar het leven gaat verder.’

Even kijkt Jakira naar haar vriendin op.

‘Ik weet dat je gelijk hebt, maar ik voel me zo leeg van binnen.’

‘Het is zeer moeilijk, maar je moet het van je afzetten en gaan slapen. Wie weet wat ons morgen wacht,’ dringt Quana aan.

Dan lopen beiden naar het bed toe en Jakira gaat erop liggen, waarna Quana haar toedekt. Terwijl de jonge vrouw snikkend probeert te slapen, verlaat haar vriendin de kamer. Na een tijdje valt Jakira toch eindelijk in slaap.

Terwijl onze vrienden slapen, materialiseert Anya tussen de bomen, nabij een groot tentenkamp. Even kijkt hij om zich heen, maar niemand heeft hem opgemerkt. Langzaam loopt hij naar het kamp toe. Als de wachters hem opmerken, roepen ze hem een halt toe.

‘Mijn naam is Anya. Ik word door Dar Aron verwacht,’ zegt hij.

Even kijken de wachters Anya verbaasd aan. Zijn kledij is hen onbekend. Blauwgroen van kleur en bedekt zijn lichaam van schouders tot voeten. Ook zijn armen steken in brede mouwen. Toch ziet hij eruit als een belangrijk persoon. Otan, een van de wachters zegt plots:

‘In orde. Hera Anya. Volg mijn ik zal je naar de Dar brengen.’

Anya knikt hem toe en loopt achter de soldaat verder. Overal staan tenten van de dezelfde kleur. Voor de meeste tenten staan vlaggen met de wapenschild van de Dar. Hier en daar zijn er ook andere wapenschilden. Anya merkt er zelfs op van de vroegere koning van deze streken.

Voor een van de grootste tenten blijft Otan staan en spreekt even met een wachter die aan de ingang op wacht staat. Deze soldaat loopt naar binnen, terwijl Otan zich tot Anya wendt:

‘Hera, ik laat u onder de hoede van mijn wapenmaten. Ik moet terug naar mijn post.’

‘Bedankt, soldaat,’ antwoordt Anya.

Als een paar minuten later, de soldaat weer uit de tent komt, geeft deze een teken. Anya loopt op hem toe.

‘U wordt dadelijk door de Dar verwacht,’ zegt de soldaat, met een verbaasd klinkende stem.

Terwijl het halogram de tent binnen stapt, kijken de soldaten hem met gemengde gevoelens na. Zij hadden niet verwacht, dat deze vreemde bezoeker zo maar tot de Dar zou toegelaten worden.

Anya merkt verschillende mensen op, die hem bekend zijn. De Dar en zijn vrouw, de dochter van Koning Umoen en nog enkele anderen staan rond een rechthoekige tafel, waarop een grote streekkaart ligt.

‘Welkom, Hera Anya,’ zegt de Dar.

Ongeveer zeven uur later in de K-8. Anya is intussen aan boord terug gekeerd. Weerklinkt een signaal in de kamers van onze vrienden. Een voor een worden ze waker en horen plots de stem van Anya.

‘Uitverkorenen, jullie worden over vijftien minuten in sector D lokaal 12 verwacht.’

Jakira staat snel op en loopt naar het stortbad en stapt eronder. Zodra haar voet de bodemplaat raakt, begint het water te stromen. Ze geniet van het reinigende water dat op haar naakte huid neer regent. Na een zestal minuten geeft ze een telepathisch bevel en het water stopt met spuiten om plaats te maken voor warme lucht, die in een paar seconden tijd haar lichaam droogt. Als ze het stortbad verlaat begin ze haar kleren te vormen.

Als de kamerdeur voor haar openschuift, is ze volledig aangekleed. Even kijkt ze naar de deuren van de andere kamer. Ze glimlacht als ze de gedachten van Quana waarneemt. Dan loopt ze naar de kamer van haar groenhuidige vriendin en stapt naar binnen.

‘Zijn de anderen al weg.’

‘Haha, Jakira. Heb je mijn gedachten alweer doorzocht.’

De blondine glimlacht even en antwoordt:

‘Ik kon ook niet anders. Je gedachten waren een kilometer ver op te vangen. Je twijfelde of je zou teleporteren.’

‘J.ja,’ hakkelt Quana.

‘Pas maar op. Je moet je heel sterk concentreren.’

Jakira helpt haar met haar concentratie en plots is Quana verdwenen. Jakira zucht opgelucht als haar vriendin in de centrale materialiseert. Ze glimlacht, want Quana is te midden van hun vrienden, die zich een aap schrokken, gematerialiseerd. Even scant ze de gedachten van Dargo en de anderen. Ze zijn kwaad en hevig geschrokken. Dan concentreert ze zich en staat een seconde later een meter of twee van Quana en de anderen.

‘Quana, Wat doe je?’ schrikt Aya op dat moment.

‘Teleportatie,’ stamelt de groenhuidige vrouw.

‘Wat als je in iemand van ons gematerialiseerd was.’

‘Dat weet ik niet, Dargo,’ schrikt Quana, want daar had ze niet aan gedacht.

‘Doe dat niet meer.’

‘Ik zal…’ antwoordt Quana, maar Jakira onderbreekt haar.

‘Mij treft evenveel schuld, vrienden. Ik heb haar geholpen, maar lette niet goed op. Waardoor ik niet besefte waar ze zou materialiseren, voor het te laat was.’

‘Ik had het kunnen weten, Jakira. Jij bent veel te roekeloos.’

‘Roekeloos, Dargo. Ik. Ik ben niet roekeloos, alleen een beetje impulsief.’

Anya staat daar alleen maar met zijn ogen gesloten, maar communiceert intensief met de hoofdcomputer. Plots opent hij zijn ogen.

‘Genoeg, uitverkorenen. Ruzies lossen het probleem niet op.’

‘Het is geen ruzie, Anya. Alleen een meningsverschil,’ glimlacht Jakira, terwijl ze een steelse blik werpt op Dargo, maar die kijkt haar niet aan.

Even kijkt het halogram naar Jakira, terwijl hij met de hoofdcomputer communiceert. Dan zegt hij.

‘Vrienden, Jullie hebben allen je best gedaan, Vandaag wordt het tijd dat we in actie komen. Voorlopig krijgt Jakira de leiding over de groep, omdat zij het verst gevorderd is.’

‘Wat?’

‘Het is een beslissing van het brein van het complex, Quana. Zijn wil is wet,’ glimlacht Dargo.

Anya richt zijn blik op de jongeman, maar zegt niets.

‘De voorbereidingen voor jullie opdracht zijn al uitgevoerd.’

‘Voorbereidingen,’ vraagt Jakira.

‘Ja, ik heb de tempelwachters al op weg gestuurd om jullie bij te staan en een leger onder leiding van Dar Aron heeft zijn tenten opgeslagen in het westen van de burcht van Umoen.’

‘Eindelijk. Het werd tijd. De Oekas hebben lang genoeg zijn gang kunnen gaan,’ zegt Quana.

‘Gelijk heb je, maar of wij klaar zijn om hem een halt toe te roepen, betwijfel ik.’

‘Ik niet, we sturen hen terug van waar ze gekomen zijn,’ lacht Quana.

‘Misschien, Quana, maar Aya heeft gelijk. Onze training is nog maar pas begonnen en…’

‘Ik weet het, Rondo. Maar het kan niet anders, over een paar dagen is het misschien te laat,’ onderbreekt Anya hem.

Dan activeert Anya een lichtboog en geeft een teken. Dargo stapt als eerste door de boog, de anderen volgen hem een voor een. Zo gauw ze materialiseren, zijn ze binnen een paar seconden kletsnat, door de gietende regen.

‘We zijn terug bij het dorp, waar we de soldaten achterlieten,’ merkt Jakira op.

‘Ja, dat heb ik ook gemerkt,’ stemt Quana in.

‘Dat was een harde rit. Het leek wel alsof we op een galopperend paard zaten.’

‘Ik dacht ook zoiets, Dargo. Maar we zijn toch heelhuids aangekomen.’

‘Zeg, onze omgeving is er erger aan toe dan wij,’ sist Tena rillend.

Onze vrienden kijken verschrikt om zich heen.

‘Wat is hier gebeurd?’.

‘Zo te zien niet veel goeds, Quana,’ zegt Rondo.

‘Verspreiden,’ beveelt Jakira.

Dargo kijkt haar even aan, maar doet dan wat ze vraagt en de groep gaat uit elkaar. Jakira heeft de blik van Dargo opgemerkt, maar doet alsof ze niets gezien heeft. Ze volgt het voorbeeld van de anderen en trekt haar zwaard. Spiedend kijken ze om zich heen, maar overal licht alles in puin. Het huis waarin ze zich bevonden, toen Anya hen kwam halen, ligt in puin op de natte grond. Het bliksemt constant, gevolgd door hevige donderslagen.

‘Daar, de schuur waarin we onze paarden onderbrachten, ze staat nog overeind,’ roept Quana plots boven de vreemde storm uit.

‘Dat is zowat het enige dat er nog helemaal rechtstaat,’ lacht Rondo.

Jakira geeft een teken en stapt door de anderen gevolgd naar het grote houten gebouw toe. Plots roept Dargo:

‘He, jongens. Kijk daar.’

Onze vrienden kijken en zien een oranje lichtstraal in de verte, die lijkt van op de grond naar de lucht te stralen. De wolken er boven zijn vuurrood. Hevige bliksemschichten doorklieven er omheen de lucht.

‘Dat is toch in de richting waarin die burcht staat,’ merkt Tena op.

‘Ja, ik denk het ook.’

‘Dan moeten daar heen, Dargo,’ zegt Jakira, terwijl ze even om zich heen kijkt.

Er liggen verschillende dode dorpelingen, soldaten van de Dur en in het zwart geklede soldaten.

‘Hier is stevig gevochten,’ merkt Dargo op.

‘Dat onderzoeken we later wel. Eerst de burcht,’ zegt Jakira.

‘Teleporteren, Jakira?’ merkt Rondo vragend op.

‘Ja, dan zijn we er sneller.’

‘Is dat niet te gevaarlijk met die storm. Zelfs de overbrengers werden gestoord,’ waarschuwt Tena.

‘Je hebt gelijk, maar we hebben geen keus. Te voet komen we nooit op tijd,’ zegt Jakira nadenkend.

Op dat moment draait de zware deur van de grote schuur open en een bekende stem zegt:

‘Kunnen wij helpen.’

Onze vrienden kijken verbaasd om.

‘Seran Turgo,’ lacht Quana op gelucht.

‘Jakira, gelukkig zijn jullie terug,’ zegt Turgo opgelucht.

‘Hebben jullie paarden,’ vraagt Jakira, terwijl ze hem toeknikt.

‘Een zestigtal. Een deel slaagde erin om te vluchten voor we de deuren konden sluiten.’

‘Zadel ze,’ beveelt Quana.

‘Waar zijn de andere dorpelingen?’ merkt Rondo op.

‘De meeste werden door in het zwart geklede ridders en soldaten gegrepen. In en om de schuur werd er hevig gevochten. Maar we slaagden erin om ze terug te slaan. Niemand wist echter waar jullie waren,’

‘Op onderzoek in de omgeving. Maar de storm verraste ons,’ legt Quana uit.

‘Bij de aanval verloren we enkele vrienden. Alleen de schuur konden we met succes verdedigen. Maar ze hadden ons toch wel gekregen, als de storm niet heviger geworden was,’ merkt een soldaat op.

‘Met hoeveel zijn jullie nog,’ vraagt Dargo.

‘Ongeveer dertig soldaten, een veertigtal dorpelingen en een klein aantal vrouwen. De rest is dood of werd als gevangene meegevoerd.’

‘In orde. Laat alle mannen die ons willen volgen, hun paarden zadelen,’ zegt Jakira, terwijl ze haar zadel op haar paard legt.

Onze vrienden stijgen op. Even kijkt Turgo, de Seran haar aan en geeft dan een teken aan enkele soldaten.

‘Seran, volg ons,’ roept Jakira en geeft haar paard de sporen.

‘Zeker, we hebben een eed gezworen,’ roept deze haar toe, terwijl hij de teugels stevig vastgrijpt en zich in het zadel werpt.

De soldaten en een twintigtal dorpelingen volgen zijn voorbeeld en even later volgt de groep onze vrienden in galop.

Een paar minuten later houdt Quana als eerste haar paard in.

‘Daar een groep soldaten en gevangen boeren,’ roept ze, boven het hoefgetrappel uit.

Jakira geeft een teken en trekt haar metalen zwaard. Dan verandert de groep van richting en snellen op de soldaten toe. Deze hebben het gevaar bemerkt en trekken hun wapens. Pijlen vliegen door de lucht, maar met hun telekinetische krachten veranderen Quana, Dargo en Jakira hen van richting. Dan bereiken ze de soldaten. Een hevig zwaardgevecht barst los.

‘Wie zich niet overgeeft, wordt over de kling gejaagd,’ roept Quana hen toe.

Maar geen enkel van de soldaten geeft het op en de strijd wordt nog genadelozer. De meeste soldaten waren echter te voet en hebben geen kans tegen de ruiters. Het gevecht is al gauw voorbij en enkele dorpelingen bevrijden de gevangenen. Jakira, haar vrienden en de soldaten rijden intussen verder.

Op een kilometer of twee van de burcht zien ze plots een vijftiental mannelijke en vrouwelijke krijgers. Jakira trekt haar zwaard, maar laat het zakken als ze hen herkent.

‘Tempelwachters,’ horen haar vrienden haar fluisteren.

‘He, Kagin. Wat doen jullie hier?’ vraagt Quana.

‘Anya heeft ons ter versterking gestuurd.’

Onze vrienden houden halt en voegen zich bij Kagin en haar strijders.

‘Hoe is de toestand,’ vraagt Jakira.

‘Niet al te best de burcht wordt goed bewaakt. Teson is met enkele anderen op verkenning,’ legt Kagin uit.

‘Laat ons ook eens kijken,’ zegt Jakira en loopt naar de rand van het struikgewas toe.

Van uit de struiken bespieden ze de versterkte muren. Overal zien ze in het zwart geklede soldaten op wacht staan. Met haar gedachten scant ze voorzichtig de muren af.

‘Wat zou dat voor een licht zijn. Het komt uit die burcht,’ zegt Turgo vragend.

‘We weten all. Anya,’ zegt Dargo, maar ziet plots de in het wit geklede ‘man’ staan.

Iedereen kijkt om en luisteren naar de woorden van Anya.

‘Dat wat we eerder vermoeden klopt volledig maar jullie moeten snel ingrijpen. Uit de gegevens van de K-8 blijkt dat ze bezig zijn om de atmosfeer aan hun eigen behoeften aan te passen. De machine waaruit die groene lichtstraal komt, is voor dit doel gebouwd. De zware regen en onweders waren het begin, wat nu volgt brengt zwaardere veranderingen in de atmosfeer te weeg. De kwalwezens, zoals we al dachten, moeten nu in water leven, omdat ze in onze zuurstof atmosfeer niet lang kunnen bestaan. Alleen door lichamen van mensen te klonen kunnen ze op deze planeet optreden en hun plannen voorbereiden. De valse Sinaron was een van de leiders van de ‘aanval’. Hij behoorde tot het ras der Rungs. Dit ras is aan de macht in het rijk van de Oekas.’

‘Dus die valse Sinaron was dus een van de leiders,’ stelt Jakira nadenkend vast.

‘Misschien, Er waren drie Rungs, die de leiding over de Oekas hadden. K-8 denkt dat er nog maar twee overblijven. Er zijn wel geruchten over een zekere Yavar opgevangen, maar wie dat is weten we nog niet,’ zegt Anya.

‘Een valse Sinaron. Waar is de echte.,’ vraagt Kagin.

‘Hij is dood.,’ zegt Jakira, maar kan niet verder spreken.

‘Een monster dode de echte Sinaron en nam zijn plaats is. Jakira moest hem doden,’ zegt Anya.

‘Dus Sinaron is dood.’

‘J.a, Kagin,’ antwoordt Jakira, terwijl ze de tempelwachtster met een vreemde blik aankijkt.

‘Ze hielden van elkaar,’ legt Tena uit.

‘Dat weet ik. En toch dode je hem, Jakira,’ stamelt Kagin.

‘J.ja, Kagin. Ik hield van hem, maar het monster dat zijn plaats innam, had de dood verdiend. Daar heb ik geen spijt van. Nog twee Rungs zullen voor de dood van Sinaron boeten,’ antwoordt Jakira.

‘Ik denk dat hij geen betere vrouw had kunnen vinden. Jij hebt zijn dood gewroken,’ zegt Kagin en loopt op Jakira, die zich intussen herpakt heeft, toe.

Ze geeft Jakira een hand en beiden omarmen elkaar even.

‘Het spijt me,’ fluistert Kagin.

‘Je moet de Hypsoon van Sinaron vinden, Meesteres,’ zegt een stem in haar binnenste.

Even schrikt ze op.

‘Het wordt stilaan hoog tijd, vrienden,’ horen ze Anya plots zeggen.

Beiden laten elkaar los en richten hun aandacht weer op Anya. Even denkt Jakira na.

‘Zodra dit hier voorbij is en als we het overleven zal ik op zoek gaan. Zelfs Anya zal mij niet kunnen tegenhouden,’ belooft Jakira zichzelf.

‘Wat willen ze hier dan bereiken. Als de atmosfeer giftig voor hen is, kunnen ze hier toch niet leven,’ lacht Quana.

Nee, maar dat is nu juist wat hun doel is. Hiervoor proberen ze de atmosfeer aan hun noden aan te passen.’

‘Maar dan. Als onze atmosfeer giftig is voor hen, dan is die van hen voor dodelijk.’

‘Juist, Rondo. Voor de menselijke bevolking, betekent dit het einde. Ieder levend wezen op deze planeet zal sterven, als hun plan voltooid is.’

‘Oef, dat is nogal wat,’ roept Tena verschrikt uit.

‘Dus als ze slagen, kunnen wij hier opdoeken.’

‘Ja, Dargo. Maar ik denk dat niemand daar de tijd zal voor hebben. Het zal zo snel gaan dat elk levend wezen het pas zal merken als het te laat is.’

‘Anya, hoeveel tijd hebben we nog?’ vraagt Teson, die intussen van zijn verkenningstocht weergekeerd is.

‘Ha, Teson. Ben je terug.’

‘Ja, Hera.’

‘Veel tijd hebben we niet, volgens de metingen van K-8, nog ongeveer twee dagen, voor het kritiek wordt,’ antwoordt Anya.

‘Dan wordt het hoogtijd om in te grijpen,’ merkt Kagin op, terwijl ze naar haar man knipoogt.

‘Wij zijn hier maar met een zestigtal en de vijand heeft meer dan drie tot vierduizend soldaten, misschien zelfs nog meer,’ deelt Turgo mee.

‘Dat zal niet lang meer duren, Seran Turgo. Er is een leger dichtbij onder leiding van Dar Aron en zijn vrouw Foarna,’ legt Anya uit.

‘Wat? Leeft de Dur nog,’ stamelt de Seran.

Ook onze vrienden kijken Anya verschrikt aan. Alleen Jakira lacht, omdat ze het, toen ze de lijken onderzocht, al ontdekte.

‘Ja, de K-8 heeft hen uit het dorp overgestraald en door evenbeelden vervangen.

‘Zoiets als klonen dus.’

‘Min of meer, Quana,’ zegt Anya. ‘Kerto is er ook bij, ook hij is een goede zwaardvechter en een zwakke esper. Hij maakt nu ook deel uit van onze groep.’

‘Dat lijkt wel tovenarij. Wij begrijpen bijna niets van wat jullie daar zeggen. Wie is die K-8 eigenlijk.’

Jakira is Anya voor en zegt:

‘Turgo, misschien zal je later wel meer begrijpen. Je zou kunnen zeggen, dat K-8 een plaats is waar Anya, een soort tovenaar, leeft. Hij heeft onze groep samengesteld en helpt ons in onze strijd. Hij beheerst zoals enkelen van ons de materie en kan iedereen dingen laten zien, die er in feite niet zijn. Misschien zelfs nog veel meer, maar dat moeten we nog uitzoeken.’

‘Genoeg uitleg nu. Het is tijd om in actie te treden,’ zegt Anya op dat moment.

Als iedereen hem aankijkt.

‘Quana, Tena en Rondo. Jullie gaan naar de rivier waar jullie eerder met die kwalwezens in botsing kwamen. De peilingen van K-8 hebben een aantal vreemde wezens waargenomen. Ze bevinden zich een honderdtal meter stroomopwaarts, van jullie mislukte kennismaking.’

‘Nu dadelijk.’

‘Ja, Quana. Vertrek nu, maar wees voorzichtig. Onze groep heeft al genoeg verliezen geleden. Ik heb nog een tweede taak. Jullie moeten de hypsoon van Sinaron vinden.’

‘De hypsoon van Sinaron, waarom?’ vraagt Jakira verbaasd.

Even kijkt Anya haar aan en communiceert onzichtbaar met de K-8.

‘Je weet Jakira wat voor mogelijkheden een hypsoon bezit. Hij mag niet in verkeerde handen vallen als de drager de dood vindt. Normaal moet hij automatisch terug keren naar het complex. Maar volgens de gegevens zouden de storingen in de atmosfeer de oorzaak kunnen zijn, dat dit niet gebeurd is.’

‘Dus we zijn de hypsoon van Sinaron kwijt,’ schrikt Jakira.

‘Ja, maar hopelijk kunnen je vrienden hem vinden.’

‘Dan kan ik beter….’

‘Nee, Jakira. Jij en Dargo, jullie dringen intussen de burcht binnen, met als taak om de gevangenen te bevrijden en dat vreemde licht uit te schakelen. Teson en zijn tempelwachters vergezellen jullie. Zodra het licht uitvalt, vallen we aan. Aya en Danor zijn ook op weg naar de burcht en zullen jullie proberen te helpen.’

Intussen heeft Quana een teken gegeven aan beide anderen en lopen naar hun paarden.

Terwijl ze wegrijden, richt Anya zich tot de soldaten.

‘Turgo, voeg u met uw mannen bij het leger van de Dar. Ik zie jullie daar wel.’

‘In orde, Hera,’ antwoordt de soldaat en stapt op zijn paard toe.

Terwijl het hoefgetrappel wegsterft, lost ook Anya op.

Jakira en haar vrienden stijgen ook op hun paarden en gaan op weg naar hun doel, de burcht. Als ze de burcht tot op twee kilometer genaderd zijn, zegt Teson:

‘Volg me, Jakira. Aan de zuidkant zijn de minste bewakers. Vermoedelijk verwachten ze van daar geen aanval.’

‘Oké, wijs de weg,’ stemt Jakira in.

Intussen hebben Quana en beide anderen de weg bereikt. Plots houden ze hun paard in.

‘Stop, er komen soldaten,’ fluistert Quana.

Tena en Rondo rijden dichter op haar toe en even later zien ze een colonne soldaten, met hun gevangenen, voorbijtrekken. Plots schrikt Rondo.

Hij bemerkt Aya en Danor en enkele andere bekenden van hun dorp, vastgebonden, tussen enkele gevangenen op.

‘Dat zijn.’

‘Ik weet het, Rondo,’ merkt Quana op en concentreert zich.

‘Jakira! Aya en Danor zijn gevangen genomen. Ze brengen hen naar het kasteel,’ denkt Quana naar haar vrienden.

‘We moeten hen bevrijden,’ zegt Rondo en trekt zijn zwaard.

‘Wacht even, lieveling. We zijn maar met drie. En onze krachten mogen we niet gebruiken.’ zegt Tena.

‘Dat weet ik, Tena. Maar met onze zwaarden staan we ook ons mannetje.’

‘Nee, Rondo. We gaan naar de rivier. Als we hier ingrijpen zouden we teveel tijd verliezen. Jakira zal proberen telepathisch contact met hen op te nemen. Volg me’ zegt Quana.

Tena volgt haar vriendin en maar draait zich nog even naar Rondo.

‘Kom je nog, schat,’ vraagt ze.

‘Ik denk dat je gelijk hebt, Quana. Hé, wacht even,’ zegt Rondo en volgt hen.

Terwijl ze verder rijden, neemt Jakira contact op met Aya en Danor, die zich in handen van de vijand bevinden. Hun bewakers weten echter niet wie ze zijn.

‘Jakira, laat ons maar. Wij willen in de burcht geraken en dit leek ons een ideale methode. Als we beiden binnen zijn, zien we wel verder.’

‘In orde, Aya. We houden wel telepathisch contact. Ik en Dargo proberen ook op een andere manier binnen te geraken,’ denkt Jakira terug.

‘Alleen Dargo. Waar zijn de anderen?’

‘Die komen later, Aya. Ze voeren een opdracht van Anya uit.’ antwoordt Jakira nog en verbreekt het contact.

‘We later de paarden beter hier achter, twee van ons kunnen hen bewaken,’ hoort ze Teson op dat moment zeggen.

De kapitein van de tempelwachters kijkt haar met vragende blik aan. Ze begrijpt dat hij op haar instemming wacht. Ze heeft de leiding, maar tegelijkertijd beseft ze ook dat ze er niet rijp voor is. Ze knikt alleen maar, om haar onzekerheid te verbergen. De meeste tempelwachters hebben meer ervaring dan zij en toch heeft Anya haar de leiding gegeven.

Dat begrijp ik niet,’ denkt ze.

Even kijkt ze naar Dargo

‘Wat moeten we doen, Kapitein?’ vraagt Dargo, met een licht spottende klank in zijn stem.

Jakira verbreekt het contact met Quana en kijkt Dargo wrevelig aan. Eerst wil ze kwaad reageren, maar dan zucht ze. Ze beseft dat hij in feite gelijk heeft. Dan kijkt ze de jongeman aan en zegt:

‘Dargo, het spijt me. Je hebt gelijk. Ik neem teveel risico’s. Op dit moment kan ik de leiding over onze groep niet op mij nemen.’

‘Wat?’ stamelt Dargo.

Ook de tempelwachters die haar woorden gehoord hebben kijken haar verbaasd aan.’

‘Jij moet de leiding overnemen, Dargo. Ik denk dat Quana mij gelijk zal geven.’

De jongeman staart haar enige ogenblikken verbaasd aan en laat haar woorden tot zich doordringen. Hij weet niet of Anya hiermee zal instemmen, maar als hij haar blik ziet, besluit hij dan toch toe te geven. Al is het maar gedeeltelijk.

‘In orde, Jakira. Maar alleen over onze groep espers. Als we het overleven, moet Anya beslissen wie de leiding krijgt.’

Jakira knikt en kijkt naar de tempelwachters.

‘Teson, jullie hebben meer ervaring dan wij. Neem jij de leiding van ons over.’

De tempelwachter kijkt even naar zijn vrouw, Kagin. Deze begrijpt echter de toestand van de uitverkorenen. Ondanks hun krachten zijn het ook maar gewone mensen. Ze knikt haar man toe. Teson kijkt nog even naar Jakira en Dargo, die hem afwachtend aankijken.

‘Het zij zo. Kom, volg me. Jullie twee blijven bij de paarden,’ zegt Teson dan, terwijl hij op twee mannen wijst.

De groep baant zich een weg door het struikgewas, toch moeten ze soms halt houden en zich in het struikgewas verstoppen. Soldaten, begeleid door vreemde wezens, patrouilleren rondom de burcht.

‘Wat een vreemde wezens, merkt Kagin op.’

‘Ik heb ze nog gezien. Die wezens zijn van hetzelfde volk als die, die Aya en Danor aanvielen,’ merkt Jakira op.

‘Ben je zeker.’

‘Ja, Teson, kijkt maar, Die man daar vooraan, naast de kapitein.’

‘Wat is er met hem? Hij lijkt alleen maar voor zich uit te staren.’

‘Dat klopt, maar hij houdt die wezens in zijn macht. Als hij uitgeschakeld wordt dan zijn die wezens een machteloos,’ antwoordt Jakira

‘Kom, laten we voortmaken,’ zegt Dargo.

Teson kijkt hem even en knikt.

Ongeveer een uur later bereiken ze de zuidelijke muur van de burcht. Teson geeft plots een teken en de groep houdt dadelijk halt tussen de struiken en stijgen van hun paarden. De tempelwachters doen hetzelfde. Terwijl Jakira knielt, dringen haar gedachten doorheen de omgeving in de richting van de rivier waar Quana zich intussen moet bevinden. Al na een paar seconden heeft ze haar gevonden en denkt:

‘Quana, hebben jullie al iets gevonden.’

Nee, Jakira. We zijn bijna aan de rivier,’ antwoordt Quana telepathisch.

Laat je iets weten, zodra je iets van Sinaron’s hypsoon vindt.’ seint Jakira terug.

In orde. Maar dat zal wel even duren.’

‘We kunnen best van deze kans gebruik maken. Er is niemand te zien op de muren,’ zegt Teson.

Jakira breekt haar telepathisch contact af en kijkt naar de Kapitein.’

‘Wat doen we nu? Teleporteren,’ vraagt ze.

‘Nee, als er van die kwalwezens in de burcht zijn, kunnen die ons misschien peilen. Dat risico kunnen we niet nemen,’ merkt Dargo op.

‘Je wilt toch niet over die muur klimmen. Dat lukt nooit zonder touwen.’

Geen van beiden ziet dat Kagin een teken geeft aan een paar van haar mensen.

‘Dargo. Ik weet iets beters, geef me een hand,’ zegt Jakira.

De man doet wat het meisje vraagt en Jakira concentreert zich. Langzaam lossen beide gestalten op en veranderen in een soort gas. Traag zweeft de kleine, bijna onzichtbare wolk omhoog. Langs een schietgat, dat ongeveer tien meter boven hun hoofden bevindt, dringen ze binnen.

‘Die uitverkorenen toch. Als ze ons nu eens iets zouden vragen. Wij hebben touwen genoeg,’ lacht Kagin.

Plaats een reactie