14. In de val

Dan zien de anderen het ook. Jakira ligt tegen de wand, terwijl een dood monster, in een grote groene plas, op de vloer ligt.

Quana haast zich naar haar vriendin toe en knielt naast haar. Ze schrikt als je Jakira onderzoekt. De blondine heeft verschillende blauwe plekken en wonden over haar lichaam en gezicht. Maar ze leeft nog en lijkt te slapen.

‘Nu nog beter. Ze ligt hier te slapen,’ zucht ze opgelucht.

‘Wat is hier gebeurd?’ vraagt Rondo zich hardop af, terwijl Quana een paar maal lichtjes tegen de wang van de blonde vrouw klopt.

Plots schrikt Jakira wakker, maar dan herkent ze Quana en richt zich langzaam op. Dan keert de herinnering terug.

Met een starre blik kijkt ze naar Gorok, die nog steeds dood in zijn groenkleurig bloed ligt. Quana merkt dat de wonden van haar vriendin langzaam maar zeker verdwijnen. Even later ook de blauwe plekken. Op dat moment schuift een deur open en drie robots komen naar binnen. Jakira schrikt op en denkt weer aan het gevecht en mist de cilinder. Even kijkt ze om zich heen en ziet hem liggen. Even concentreert ze zich en het energiezwaard schiet naar haar hand toe.

‘Wat is dat voor iets, Jakira,’ vraagt Quana verbaasd, terwijl ze naar de cilinder in de hand van haar vriendin kijkt.

‘O, dit. Het is een energiezwaard.’

‘Een energiezwaard. Dat ziet er niet uit als een zwaard.’

Tena heeft ook gemerkt wat Jakira deed en fronst haar wenkbrauwen even.

‘Ik wou dat ik mijn krachten ook zo beheerste.’

‘Dat kun je, als je goed oefent.’ hoort ze de gedachte van de blonde vrouw.

‘Jakira, ben je terug in orde,’ vraagt Anya op dat moment.

‘J.ja.’

‘Kom, Volg me, allemaal. De robots ruimen de boel hier wel op.’

Een tiental minuten later bevinden ze zich weer in de centrale.

‘Jakira, wat is daar beneden gebeurd? Waar is Sinaron?’

Jakira heeft nog steeds tranen in haar ogen als ze hees antwoordt.

‘Quana, d.dat monster. Dat was Sinaron. Hij doodde onze vrienden.’

‘Wat? Was dat Sinaron,’ vraagt Dargo verbaasd.

‘Nee, niet de echte. Hij is al een tijdje geleden door dat monster, dat ook Janoro en Iljane dode, vermoord.’

Verschrik kijken Jakira’s lotgenoten haar aan.

‘Is Sinaron dood?’ stamelt Quana.

Jakira knikt, terwijl ze een blik op de dode Gorok werpt.

‘Vrienden, mag ik even uw aandacht.’

Verbaasd kijken ze om en zien de computer voor hen staan. Jakira kan zich met moeite concentreren, in gedachten denkt ze aan Sinaron.

‘Sinaron houdt nog steeds van je.’ zegt Jakira’s hypsoon raadselachtig.

‘Hij houdt nog steeds van mij…. Hoe. Aan de rivier. Dat monster heeft hem gedood,’ roept Jakira uit.

Iedereen kijkt haar plots aan. Het apparaatje in Jakira’s hals antwoordt echter niet meer. De computer heeft het verboden, al hebben onze vrienden hier niets van gemerkt.

‘Wat bedoelt mijn hypsoon, Anya,’ vraagt Jakira.

Anya lijkt even te luisteren en zegt dan:

‘Jakira, soms vertaalt de hypsoon de vurigste wensen van zijn meester in werkelijke gedachten. Jij wilde dat Sinaron niet gestorven was. Dus.’

‘Dat ding wil mij dus later geloven dat Sinaron nog leeft om mij te troosten.’

‘Ja en nee, Jakira. De hypsoon is een leermeester en een hulpmiddel. Het is zich niet bewust van wat sommige woorden veroorzaken, Daar is het niet voor geprogrammeerd.’

Even kijkt Jakira Anya aan en zegt:

‘Dan kan het daar beter mee ophouden, anders zal ik het een lesje leren,’ lacht Jakira.

‘Dat zal niet nodig zijn. Het programma zal aangepast worden, Jakira. Laat ons nu verder gaan,’ zegt Anya.

Terwijl Anya de taken indeelt, is Jakira er niet werkelijk bij met haar gedachten. Ze ziet steeds opnieuw Sinaron in de gedaante van Gorok veranderen. Zijn woorden schuiven in haar geest voorbij. Plots verstart ze.

‘Aya en Danor… Zij…. We moeten naar onze planeet,’ roept ze uit.

De anderen kijken haar verschrikt aan.

‘Jakira, Wat is er met Aya en…,’ stamelt Rondo.

Anya is de eerste die beseft wat Jakira wil doen en zegt zijn met gevoelloze stem.

‘Jakira. Nee… Pas op. De storm’

Maar de blonde jonge vrouw hoort het al niet meer. Voor de ogen van haar vrienden verdwijnt ze. Niet wetend wat te doen blijven de anderen even naar de plaats staren, waar ze stond. Anya neemt dadelijk contact op met de hoofdcomputer, waardoor het schip van koers verandert.

‘Anya, weet jij waar ze is,’ roept Dargo.

‘Nee, door de zwarte stormen, die overal op de planeet heersen hebben, kunnen we zo goed als niets waarnemen op de oppervlakte van jullie planeet.’

‘Is ze veilig aangekomen?’ vraagt Tena bezorgd.

‘Ook dat weten we niet. Zelfs grotere teleportatiesprongen zijn mogelijk. Er zijn niet voldoende gegevens om uit te maken of Jakira’s vorderingen groot genoeg zijn om deze afstanden te overbruggen.’

‘Kunnen we dan niets doen?’

‘Nee, Dargo. De K-8 is van koers veranderd, maar het duurt nog 4 uur voor we jullie planeet bereikt hebben. Jullie moeten geduld oefenen,’ legt Anya uit.

Aya en Danor bereiken te paard een open plek in het woud. Ze hebben geen van beiden de donkere schaduwen opgemerkt die, tussen de bomen dichterbij sluipen.

‘Weet jij waar we zijn?’

‘Niet zeker, Aya. Maar ik voel dat we de goede richting uitgaan,’ antwoordt Danor, terwijl een zware donderslag zijn woorden bijna onverstaanbaar maakt.

‘De goede richting. Ben je daar zeker van.’

‘Zeker niet. Maar ik voel het. Alleen die regen. Als die nu eens zou ophouden.’

‘Dat zou ik ook wel willen. Ik ben helemaal doorweekt, maar ik denk niet dat het de eerste uren zal ophouden,’ roept Aya, om boven het lawaai van een donder uit te komen.

‘Hier blijven rusten heeft geen zin. We kunnen het best verder…,’ roept Danor terug, maar merkt plots enkele dreigende gedaanten op, die achter Aya tussen de bomen uitkomen.

‘Aya, pas op,’ roept hij, terwijl hij zijn zwaard trekt.

Het meisje grijpt haar eigen zwaard en draait zich om. Ze schrikt hevig, als de gewapende wezens ziet. Zo’n wezens heeft ze nog nooit gezien.

‘Waar komen die vandaan? He, pas op,’ roept ze en merkt plots de speren op die op hen toevliegen.

Enkele slaan ze met hun zwaarden opzij, maar hun paarden worden geraakt en zakken steigerend in elkaar. Aya en Danor springen snel van hun stervende dieren af.

‘Hadden ze hen nu eerder opgemerkt, dan waren we nu….’

‘Daar is het te laat voor, Aya. Kijk maar, ze vallen aan,’ roept haar man.

Aya heeft het ook gemerkt en verstevigd de grip om haar zwaard. Beiden stellen al snel vast dat het geen zwaardvechters zijn. Ze slaan er alleen maar op los, zonder enige vorm van angst. Een zestal wezens liggen al dood of gewond in het natte gras, maar er komen er nog steeds meer. Onze beide vrienden proberen zich terug te trekken, maar plots merkt Aya nog meer van die wezens op, die van achter en van links op hen toekomen.

‘Danor, dat houden we niet uit. Het zijn er te veel.’

Terwijl twee wezens neerstorten, kijkt Danor even om.

‘We moeten hier weg zien te raken, schat en snel ook,’ zegt hij.

Maar het lukt hun niet. Teveel van die vreemde wezens omsingelen hen. Aya wordt als eerste door drie aanvallers in het nauw gedreven. Eén van hen doorboort ze met haar zwaard, maar een andere raakt haar dij. De jonge vrouw wankelt achteruit. Danor keert zich verschrikt om, als hij haar kreet hoort. Maar hij kan haar niet helpen. Een zestal aanvallers drijft hem ook achteruit. Zijn zwaard dood ze alle zes, maar anderen nemen hun plaats in. Steeds verder geraken beiden uit elkaar. Aya heeft een diepe snee vlak boven de knie waaruit bloed sijpelt. Haar been is gelukkig niet gebroken. Twee aanvallers vallen onder haar zwaard, maar ze beseft dat ze niet meer kunnen ontkomen. Het zijn er gewoon veel. Plots merkt ze een ander groter wezen op. Zijn huid is donkerblauw en zijn ogen midden groen, die een soort licht lijken uit te stralen. Hij staat daar maar stokstijf.

Het lijkt wel alsof hij hen bevelen geeft,’ denkt ze.

Het vreemde wezen heeft haar gedachten echter gepeild en laat zijn volgelingen nog intenser aanvallen. Aya krijgt het hard te verduren tot ze plots haar zwaard verliest. De wezens krijgen plots andere bevelen en laten hun wapens zakken. Toch naderen ze het meisje dreigend. Aya wijkt nog verder terug, maar de wezens drijven haar naar het blauwhuidig wezen toe, dat twee maal zo groot is als zijzelf. Danor vecht intussen nog steeds voor zijn leven en hier niets van gemerkt. Dan staat Aya voor het wezen, dat vier armen heeft. Hij kijkt haar grijnzend aan, terwijl een vreemd staafvormig wapen activeert. Aya heeft een wapen zoals dat nog nooit gezien en weet dus niet dat het een energiezwaard is.

‘Moedig, vrouw. Maar nutteloos. Zo te zien ben jij geen uitverkorene van het eerste uur. Ooo… nog beter. Jij bent de vrouw van je metgezel,’ sist het vreemde wezen.

‘Wie ben jij?’

‘Wie ik ben? Tja. In orde dat mag een dode wel weten. Mijn naam is, Orgun. Samen met Gorok en Lokar vorm ik de trouwste lijfwacht van Yavar, onze meester.’

Aya kijkt hem met angstige ogen aan.

Intussen is Jakira bij de brug gematerialiseerd, waar Aya en Danor een andere weg insloegen, dan zij en Quana. Ze moet zich aan de leuning vasthouden om niet om te vallen. De teleportatiesprong heeft veel van haar krachten gevergd. Ze zucht opgelucht, omdat ze in haar opzet geslaagd is. Na een paar minuten voelt ze haar krachten weer toenemen en sluit haar ogen. Haar telepathische krachten dringen doorheen de omgeving, tot ze hun doel ontdekken.

‘Aya,’ fluistert Jakira en op hetzelfde moment is ze verdwenen.

Als ze materialiseert op de open plek waar Danor voor zijn leven vecht en Aya voor het blauwe wezen staat, hoort ze juist de laatste woorden van Orgun.

Even kijkt ze verbaasd naar Orgun, hij lijkt als twee druppels water op Gorok.

‘Nog zo monsterachtig wezen. Hoe zou hun meester eruit zien, nog groter en afschuwelijker,’ denkt ze.

‘Vrouw, het zal mij een genoegen zijn om je met dit zwaard in stukken te snijden,’ hoort ze Orgun luidop spotten.

Het wezen met vier armen, grijpt met zijn rechter bovenarm een cilinder, die aan zijn riem hangt en activeert hem. Verschrikt kijkt Aya naar het vreemde wapen, dat Orgun op haar richt.

‘Vaarwel, uitverko…,’ sist hij, wordt onderbroken een luidde stem.

‘Ik heb Gorok gedood. Wil jij hem niet wreken,’ roept Jakira luid.

Terwijl Orgun zijn wapen op Aya gericht houdt, kijkt hij om naar Jakira.

‘Jij hebt mijn wapenbroeder gedood. Laat me niet lachen. Zo’n nietig wezen als jij. haha…’

‘Maak je niet moe, met mijn vriendin, Orgun. Je zult al je krachten nodig hebben, ik ben een uitverkorene van het eerste uur, zoals jij het noemt. Jullie moordenaars hebben ons niet allemaal te pakken gehad.’

Orgun draait zich met een ruk om en sist:

‘Mijn volgelingen zullen haar wel onder handen nemen. Ik zal het genoegen om jou te vertrappelen. En dan in stukken te hakken.’

‘Probeer maar,’ lacht Jakira en werpt haar zwaard naar Aya.

Orgun merkt het maar kan niets doen. Dus springt hij met een sprong van dertig meter tot voor Jakira.

‘Dat was niet slim, vrouw. Je vriendin heeft nu een zwaard en jij bent ongewapend,’ grijnst hij.

‘Toch niet, Orgun,’ zegt Jakira kalm en activeert haar energiezwaard.

‘Wat…. Jij hebt een energiezwaard.’

‘Denk jij dat jullie de enige wezens zijn die zoiets bezitten,’ spot Jakira.

Een hevig gevecht barst los, tussen de blonde vrouw en Orgun. Deze laatste heeft nu maar een gedeeltelijk de controle over zijn ondergeschikten. Jakira’s zwaard vliegt onder de harde klap uit haar hand, maar ze teleporteert naar Danor en reikt met haar krachten naar haar zwaard. De cilinder raast op haar toe en terwijl ze hem met een gedachte activeert. Tijdens zijn weg baant hij zich draaiend een weg doorheen de rangen van aanvallers. Een tiental worden getroffen en storten neer. Dan grijpt Jakira de cilinder en slaat op de wezens in, nadat ze vaststelde dat ze volledig in de macht zijn van Orgun. Een aantal van Aya’s aanvallers keert zich tegen Jakira, maar zij is alweer geteleporteerd en staat plots voor Orgun.

Deze weert haar slag met gemak af en sist:

‘Teleportatie, Jakira. Niet slecht. Jij bent echt de beste van de groep uitverkorenen, die wij tot nu één voor één naar de hel joegen. Doe je vrienden de groeten, want levend kom jij hier niet meer vandaan.’

‘Dat zei Gorok ook en hij had het mis.’

‘Haha, nietige vrouw. Ik denk dat je graag opschept, om mij uit mijn evenwicht te brengen. Gorok hakt je in stukken. Hij is een transvormer. Ik zie je voor mij staan, dus heb je hem nooit ontmoet of je bent op de vlucht gegaan.’

‘Dat klopt, monster. Eerst moest ik drie van zijn omgevormde armen afhakken en dan doorboorde ik hem met mijn energiezwaard.’

‘Drie van zijn… Wat…’ sist Gorok en stort zich op Jakira.

De blonde vrouw weert zijn slagen met gemak af, maar moet toch terug achteruit wijken. Plots maakt Orgun echter een schijnbeweging. Om niet geraakt te worden moet Jakira achteruit springen. Hierbij komt ze ten val. Orgun springt naar voor en slaat hard op haar in Jakira heft haar wapen ter verdediging, maar dan wordt het opnieuw uit haar hand geslagen. Orgun, grijpt het echter telekinetisch vast en laat het naar zijn linkerhand toe zweven. Jakira kijkt ontsteld toe. Orgun kijkt even naar het energiezwaard van Jakira, dat zichzelf uitschakelt. Hij doet moeite, maar kan echter geen enkele knop vinden om het weer te activeren.

Jakira probeert intussen om het telekinetisch uit zijn hand te rukken. Orgun voelt het en verstevigd zijn greep. Jakira’s moeite is tevergeefs. Ze voelt haar krachten afnemen en geeft haar poging op.

‘Haha, Zeer goed, meid. Maar het zal nog wel een paar jaar duren voor jij het peil bereikt hebt, om mij te kunnen bedreigen,’ spot Orgun, maar hij merkt echter niet dat Jakira’s lichaam even doorzichtig wordt.

Even kijkt hij neer op het hulpeloze meisje en steekt dan plots toe. Zijn energiezwaard doorboort de borst van Jakira. Jakira opent haar mond om een kreet te slaken, maar er komt een geen geluid over haar lippen. Langzaam zakt ze neer in het gras. Dan begint ze voor zijn ogen heel traag doorzichtig te worden.

‘Wat een mooie dood, Orgun, maar ik ben nog steeds springlevend,’ zegt een stem plots achter hem.

Met een ruk draait, Orgun zich om.

‘Wat… jij…’ schrikt hij.

Op het zelfde moment rukt Jakira haar energiezwaard uit zijn linker bovenhand. Terwijl het op haar toeschiet, activeert ze het. Verbaasd kijkt Orgun naar Jakira’s energiezwaard.

‘Ze activeert het, met haar esperkrachten. Waar komt dat zwaard vandaan?’ denkt hij.

‘Goed geraden, Orgun. Ik alleen kan dit energiezwaard activeren.’ grijnst Jakira.

Orgun probeert zijn verwarde gedachten uit zijn hoofd te bannen en staart naar de blonde vrouw.

‘Trek je slaven terug, Orgun. Ze hebben toch geen kans, tegen mijn vrienden.’

Half luisterend hij naar haar woorden en kijkt om zich heen. Hij merkt dat meer dan de helft van zijn ondergeschikten dood in het gras liggen en beseft dat Jakira gelijk heeft, Ze hebben alleen geen kans zonder zijn leiding, maar hij heeft zijn krachten nodig voor het gevecht. Met een gedachte stuurt hij ze weg. En op hetzelfde moment teleporteert hij. Jakira schrikt als zij Orgun vlak voor Aya ziet opduiken. Het meisje kent het gevaar van het energiezwaard niet en schrikt als de energiestaaf doorheen haar zwaard en arm gaat, alsof het boter is.

Aya wankelt achteruit, terwijl ze naar haar onderarm kijkt. Haar arm is vlak boven de elleboog afgesneden. Grijzend kijkt hij naar de jonge witharige vrouw, die hem nu ontstelt aankijkt.

‘Als je straks nog leeft, zal ik je met plezier uit je lijden verlossen. Eerst komt je vriendje aan de beurt,’ sist hij lachend.

Op dat moment materialiseert Jakira naast hem, maar voor ze iets kan doen, is Orgun alweer verdwenen.

‘Te laat, uitverkorene,’ hoort ze hem nog zeggen.

Als hij materialiseert, staat hij voor Danor en heft zijn zwaard. Maar de jongeman staart hem alleen maar aan.

‘De moed verloren, knaap,’ sist Orgun.

Maar achter hem verandert de gedaante van Jakira in Danor. De jongeman loopt snel naar Aya, die verdwaasd op de grond zit, toe.

Orgun, die dit niet gemerkt heeft, haalt uit voor een dodelijk slag. Maar de jongeman vangt zijn slag op met een energiezwaard.

‘Wat… hoe…Jakira!!!!’ stamelt Orgun, terwijl de gedaante van de jongeman in Jakira verandert.

Maar een kans om zich te herpakken krijgt hij niet. Jakira valt hem met al haar krachten aan en drijft hem steeds verder achteruit. Plots rukt Orgun echter een boom uit de grond en laat hem langs achter op Jakira toe razen. Jakira merkt het, maar gaat niet opzij, zoals haar tegenstander verwachte. De boom schiet doorheen haar tot gas omgevormde lichaam. Met een hevige klap botst de stam tegen het lichaam van Orgun, die niet tijdig opzij kon springen.

Een paar meter naast de boom, krijgt Jakira’s lichaam weer haar vast vorm. Ze wankelt even, maar loopt dan toch langzaam loopt naar Orgun toe. Hij merkt haar aarzelende stappen, terwijl ze steeds meer nadert en grijnst:

‘Schieten je krachten te kort, Jakira.’

De blonde vrouw antwoordt niet, maar valt hem plots aan. Even is Orgun verrast en moet zich met al zijn macht verdedigen, maar dan krijgt hij weer vat op het gevecht. Jakira moet langzaam wijken, maar hij geraakt niet meer door haar verdediging. Plots slaagt Orgun erin om haar linkerarm te grijpen en rukt haar naar zich toe. Jakira reageert echter dadelijk en slaat bliksemsnel zijn energiezwaard opzij en haalt dan uit. Terwijl ze op de grond valt en opzij rolt, staart Orgun naar zijn afgehakte arm, die op de grond ligt. Jakira springt recht en valt hem opnieuw aan. Orgun concentreert zich even en de wonde houdt op met bloeden.

Maar deze maal moet hij zich met al zijn krachten verdedigen. Jakira’s energiezwaard flits over en weer, terwijl hij haar slagen op het nippertje kan afweren, grijpt hij op nieuw naar haar. Maar Jakira draait handig met haar lichaam opzij en steekt plots toe. Haar zwaard dringt twee maal na elkaar diep in zijn borst. Vlak voor hem komt ze op haar voeten terecht. Als hij naar haar grijpt, verandert ze opnieuw in gas en wijkt achteruit. Orgun probeert haar te volgen, maar wankelt. Met grote ogen kijkt hij haar aan.

‘Hoe kan jij…,’ fluistert hij, terwijl zijn energiezwaard plots uit zijn machteloze hand op de vloer valt.

Dan zakt hij op zijn knieën, terwijl hij Jakira nog steeds met grote ogen niet begrijpend aankijkt. Even wiebelt zijn bovenlichaam heen en weer, tot hij plots voorover valt en met niets ziende ogen in het gras blijft liggen. Even kijkt Jakira op hem, maar plots valt haar blik op zijn energiezwaard en keert zich met een ruk om. Ze kijkt naar Aya en Danor en loopt op zo snel ze kan op hen toe.

‘Jakira, wat moet ik doen. Haar arm, ik kan het bloeden niet…’

‘Laat mij eens kijken, Danor.’

Danor laat Aya naast zich neer zakken.

‘Jakira, probeer haar te helpen. Ik hou van haar, als ze sterft….’

De blonde vrouw knielt naast Aya en neemt haar rechterarm vast.

‘Sterven, Danor. Zover is het nog lang niet,’ glimlacht Jakira.

Het witharig meisje kijkt haar moedig aan. De blonde vrouw wijst naar Aya’s afgehakte arm en die zweeft plots op haar toe. Danor kijkt haar verschrikt aan.

‘Wat ga je doen, Jakira. Dat helpt niet meer.’

‘Heb je geen vertrouwen in onze krachten, Danor,’ fluistert Jakira, terwijl ze zich concentreert.

Plots ligt de hele arm van Aya groen op en draait automatisch in de juiste stand. Als het groene licht verdwijnt, blijft Danor naar haar arm staren.

‘Hoe…’

‘Esperkrachten, Danor. Kom, we moeten haar in veiligheid brengen. Ze heeft veel bloed verloren.’

Op hetzelfde moment hoort ze de telepathische gedachten van Quana. Snel grijpt ze de arm van Danor en legt haar andere hand op de schouder van Aya. Op dat moment zijn ze verdwenen. In de kruiser materialiseren ze op een paar passen van Quana. Danor kijkt verbaasd om zich heen en merkt niet dat Jakira langzaam in elkaar zakt. Quana haast zich naar haar vriendin toe. Even kijkt ze naar Aya, maar merkt dat deze ook bezorgd naar Jakira kijkt. Dan richt ze haar gedachten op Jakira en zucht opgelucht als ze vaststelt dat zij alleen maar aan het eind van haar krachten is.

Dargo is intussen ook dichterbij gekomen en knielt naar Aya.

‘Hallo, mooie meid. Mijn naam is Dargo. Je hebt een lelijke wonde aan je knie.’

Aya kijkt hem glimlachend aan, Terwijl Dargo haar telepathisch scant.

‘Hoor jij ook bij de groep.’

‘Ja, Aya. Je kersverse man mag zich gelukkig prijzen met zo’n mooie vrouw,’ knipoogt de jongeman.

Danor kijkt even naar Aya, maar vraagt dan:

‘Hoe is het met Jakira. Ze is toch niet gewond.’

‘Nee, alleen uitgeput,’ antwoordt Quana.

‘Dat kan ook niet anders. Ze heeft dat monster verslagen en ons gered.’

Quana kijkt Aya verschrikt aan.

‘Dat monster, welk?’ vraagt ze met trillende stem.

‘Orgun noemde hij zich, geloof ik. De wezens die ons in een hinderlaag lokten stonden onder zijn invloed.’

‘Orgun en Gorok, dat zijn er twee. Volgens Anya waren er drie lijfwachten,’ zegt Quana nadenkend.

‘Kan iemand mij helpen, ik wil Jakira naar haar kamer brengen?’ vraagt Dargo.

‘Ik help je het wel,’ glimlacht Tena en loopt op Dargo toe.

Samen Dargo helpt Tena Jakira rechtop en beiden ondersteunen haar, terwijl ze naar hun kamers lopen. Aya en de andere drie volgen hun op enige afstand.

Quana opent de deur van Jakira’s kamer. Dargo en Tena leggen Jakira op haar bed. Terwijl Quana haar toestopt, zegt Dargo:

‘Wauw. Ik en twee roodharige vrouwen in een kamer. Quana is als een zus voor mij, maar jij Tena, maak ik bij jou een kansje.’

‘Pas maar op dat Rondo dat niet hoort, Ik weet niet waarom, maar ik weet wel dat ik van hem houdt.’

‘Haha dus toch. Je vriendje springt, als ik hem dat vertel, een gaat in de lucht,’ grijnst Dargo en loopt naar buiten.

Tena kijkt Quana verbaasd aan.

‘Wat…’ stamelt ze.

‘Je bent erin gelopen, Tena. Dat is al wat hij wilde weten.’

‘Verdomme,’ sist Tena.

‘Kom, we laten haar slapen.’

Als beide vrouwen Jakira’s kamer verlaten, worden ze door de anderen opgewacht.

‘He, waar is Rondo?’

‘Hier, Schat,’ hoort ze plots achter haar zeggen.

Tena draait zich om en bemerkt Rondo. Voor ze echter iets kan zeggen, voelt ze zijn armen om haar schouders en dan zijn lippen.

Op dat moment verschijnt Anya uit het niets. Even kijkt hij voor zich, maar dan richt hij zich tot de aanwezigen.

‘Onze groepen zijn sterk geslonken, vrienden. Alleen jullie zeven blijven over. Het wordt dringend tijd, dat jullie allen de training vervolmaken.’

Onze vrienden kijken de tempelmeesteres aan.

‘Waar is Jakira? Volgens de gegevens is ze aan boord.’

‘Die ligt op haar kamer te slapen,’ antwoordt Dargo.

Even doet Anya niets, maar dan gaat hij verder:

‘Aya, Danor, Tena en Rondo zullen de plaats van onze gevallen groepsleden innemen. Deze kleine groep zal als taak hebben om de zwarte machten te bestrijden.’

‘Wij met zijn zeven tegen de alle mensen op deze wereld,’ glimlacht Rondo.

‘Niet alleen deze wereld. Maar ook andere als het nodig is. Er is echter een probleem. Als jullie toestemmen, zal jullie leven helemaal veranderen.’

‘Dat is nu toch ook al gebeurd, Anya.’

‘Ja, Quana. Maar deze verandering gaat veel verder. Jullie familie en vrienden zul je hier moeten achter laten. Zij zullen sterven terwijl jullie verder leven.’

‘Wat??? Dat kan toch niet.’

‘Jawel, Dargo. Jullie hypsoon bezit mogelijkheden, waardoor jullie allen een zekere vorm van onsterfelijk verkrijgen. Maar er zijn er maar elf aan boord van het complex’

‘Onsterfelijk, is dat mogelijk,’ stamelt Quana.

‘Zeker, vrienden. Over tienduizend jaar zullen jullie nog steeds even oud zijn als nu, alleen met meer ervaring en kennis.’

‘Oef. Dat is nogal wat. Anya,’ merkt Tena op, terwijl onze vrienden elkaar ontstelt aankijken.

‘Maar eerst heb ik een vraag voor jullie allen, maar denkt eerst eens goed na over de gevolgen voor jullie verdere leven. Jullie zullen geen vrienden meer hebben behalve elkaar.’

Even praten onze vrienden door elkaar, tot Jakira zegt:

‘Stop jongens. Ieder moet dat voor zichzelf uitmaken. Wie weet wat ons te wachten staat.’

Verbaasd kijken ze naar hun blonde vriendin, die in de deuropening van haar kamer staat.

‘Nu al wakker, meid,’ lacht Quana.

‘Jullie denken toch niet dat ik kan slapen, terwijl Anya belangrijk nieuws vertelt,’ glimlacht Jakira.

‘Anya heeft het over onsterfelijkheid.’

‘Heb ik gehoord, Danor. Maar ik…’ zegt Jakira, maar wordt door Dargo onderbroken.

‘Het idee trekt me wel aan, maar mijn ouders zullen het niet begrijpen.’

‘De mijne misschien ook niet, Dargo,’ zegt Rondo nadenkend.

‘Ik heb er geen meer, Anya, dus voor mij is er op dat gebied geen band meer. Maar ik weet het toch niet zeker. Onsterfelijkheid, dat is een grote stap.’

‘Je hebt gelijk, Quana. Het is een grote stap. En ik die dacht om een prins te worden, als ik met Tena zou trouwen.’

‘Wat? Rondo, is het daarom dat je,’ stamelt Tena kwaad.

‘Nee, lieveling. Ik houd van jou met heel mijn hart. Maar ook een prins, zou niet mis zijn,’ onderbreekt hij haar.

Dan grijpt hij haar hand vast en trek haar naar zich toe. Even kijkt Jakira, hoe ze elkaar kussen en krijgt tranen in de ogen als ze aan Sinaron moet denken. Quana merkt het en wil op haar vriendin toestappen. Maar dan merkt ze dat de blondine haar aankijkt.

‘Mijn ouders zullen er wel niet mee instemmen. Toch zou ik hen graag nog eens terug zien,’ zegt Jakira met trillende stem.

‘Ik de mijne ook,’ merkt Dargo op.

‘Wij ook,’ stemt Rondo in en kijkt naar Quana. ‘En jij, doe je mee?’

De jonge groenhuidige vrouw twijfelt nog even en zegt:

‘Ja, ik doe ook mee.’

‘Ik doe mee, maar geen onsterfelijkheid. Nee, dat staat mij niet aan. Als Sinaron er nog was, dan misschien wel. Maar zonder hem. Nee, dat wil ik niet.’

‘Wat, Jakira. Ben je zeker,’ vraagt Tena schrikkend.

‘Ja, laat ons eerst deze klus klaren. Daarna zien we wel verder,’ antwoordt Jakira nadenkend.

‘Een groepje van vier vrouwen en drie mannen. Dat gaat wat worden,’ lacht Dargo op dat moment.

‘Verheug je maar niet te vroeg,’ snauwt Quana hem toe.

Intussen scant de K-8 de omgeving van het schip. Daar verstrijkt de tijd zeer langzaam. Verschillende stormen zijn overal op de planeet in alle hevigheid losgebarsten. Het regent, hagelt en sneeuwt terwijl zware onweders en rukwinden heel de planeet teisteren. Uit de duizenden gegevens die binnenkomen, blijkt al snel dat de tijd begint te dringen. De stormen worden steeds heviger.

Onze vrienden staan intussen te wachten, maar Anya blijft maar voor zich uit staren. De minuten strijken heel langzaam voorbij, tot Anya hen plots aankijkt.

‘De tijd begint te dringen, uitverkorenen. We zijn genoodzaakt om dadelijk in actie komen.’

‘En onze opleiding dan.’

‘Daar is geen tijd meer voor, Tena. Volgens de laatste gegevens heeft onze tegenstander de laatste fase van zijn plannen bereikt.’

‘Wat is hij dan van plan?’ vraagt Jakira.

‘Enkele van jullie hebben de Oekas al ontmoet.’

‘Ja, die nemen de gedaanten van mensen aan.’

‘Dat klopt, Quana. Maar dat doen ze omdat ze anders in onze atmosfeer zouden stikken. Alleen in het water kunnen ze een tijdje verblijven.’

Quana kijkt even naar haar vriendin, die nu terug denkt aan het gevecht met de valse Sinaron. Maar Jakira geeft haar een teken dat ze in orde is, al zijn haar gedachten door de herinnering aan Sinaron even afgeleid.

‘Gorok, Orgun en nog een derde vormen de persoonlijke lijfwacht van die Yavar. Zoals jullie weten heeft Jakira Gorok en Orgun gedood in een gevecht. Yavar laat zich hierdoor echter niet van zijn plannen afbrengen. Hij wil de atmosfeer voor de Oekas leefbaar maken.’

‘Wat. Dat kan toch niet. Waarom?’ stamelt Dargo.

‘Met de nodige kennis is van alles mogelijk, vrienden.’

‘Misschien zijn we dan beter af zonder.’

‘Dat is nog niet zo zeker, Danor. Vuur hebben we ook leren gebruiken en ook dat is kennis.’

‘Tja, Dargo. Misschien heb je gelijk.’

‘Hee, jullie twee. Anya heeft nog iets te zeggen,’ sist Quana.

De twee jongemannen kijken elkaar even aan en luisteren dan naar Anya verder te zeggen heeft.

‘Intussen weten we meer. Uit het dode lichaam van Gorok blijkt, dat hij tot het ras der Sadnas behoort. De Oekas zijn ook uit hetzelfde ras ontstaan, maar hebben een andere evolutie achter de rug, waardoor ze er anders uitzien. Gorok, en ook Orgun, behoorden beiden nog tot het oorspronkelijk ras. Zijn soort lijkt de Oekas te overheersen.’

‘Dat zal dan wel zeer lange tijd geduurd hebben, om zo’n verschil te weeg te brengen.’

‘Je hebt gelijk, Dargo. Vermoedelijk meer dan honderd duizend jaren. De Oekas kunnen in onze dampkring niet bestaan, maar ze kunnen wel voor een korte tijd op deze planeet in het water overleven. Daarom denken we dat ze een kloon van een mens nodig hebben om hun plannen uit te voeren.’

‘Daarom leven zij dus in het water,’ lacht Quana.

‘Ja en nee. Vermoedelijk blijven ze maar een aantal dagen in het water. Dan moeten ze terug naar hun planeet, anders sterven ze. Met de hulp van de Sadnas willen ze deze planeet aanpassen aan hun levensomgeving. Daar hebben we niets tegen. Alleen het feit dat ze bewoonde werelden daarvoor gebruiken is misdadig.’

‘Misschien is dat de schuld van de Sadnas,’ oppert Jakira.

‘Zou kunnen. Als dat klopt dan moeten we alleen de Sadnas uitschakelen. Twee van hen hebben al geboet, maar het lijkt alsof ze met drie waren.’

‘Nog een, dat kan niet al te moeilijk zijn.’

‘Dat is misschien te voorbarig, Rondo. De Sadnas zijn ook espers en gebruiken deze krachten een zeer lange tijd. Onderschat hen niet of jullie maken geen enkele kans.’

‘Het is de vraag of die drie alleen waren, of zijn er nog meer op de planeet van de Oekas.’

‘Dat moeten we zien uit te vinden, Dargo.

‘Wie is hun leider. Is hij een van die drie of,’ merkt Tena op.

‘Ik denk dat. Sin….Gorok zei iets vlak voor hij stierf. Yavar, de Ganzar zal mij wreken,’ fluistert Jakira plots.

Plaats een reactie