5. Dirak, de rover

‘Druk het tegen de achterkant van uw hals.’

Jakira kijkt de vrouw even aan en wil het uitvoeren.

‘Iets hoger, Jakira. Ja, zo. Maar schrik niet.’

Het blonde meisje heft haar lang haar omhoog en drukt het op de bedoelde plek. Zodra ze het terug loslaat voelt ze het ding plots uitzetten. Ze schrikt en wil het weer verwijderen

‘Laat dat, het kan geen kwaad, Jakira. Het is nodig om op zijn plaats te blijven,’ hoort ze de brunette zeggen.

Jakira laat haar handen zakken en voelt plots de werking van het apparaat. Haar verstand wordt heel helder en plots hoort ze een stem in haar hoofd:

‘Jakira, niet schrikken. Voor tijdje ben ik uw leermeesteres en beschermster.’

Het blonde meisje kijkt verschrikt om zich heen, maar ze ziet niemand, buiten de vreemde vrouw. Deze zegt:

‘Jakira, ik heb mijn opdracht volbracht. Als je terugkeert uit Kranjon, zal een andere eenheid u verder opleiden.’

‘Een ander eenheid. wat,’ zegt Jakira, maar kijkt verbaasd naar de plaats waar Anya stond. Zij is in het niets opgelost.

Jakira keert terug naar het kamp en kijkt even naar haar broer, die rustig slaapt. Ook de krijger lijkt te slapen, maar hij doet alsof. Hij heeft ook de witte gedaante gezien. Het blonde meisje gaat opnieuw op haar plaats liggen. Deze maal valt ze dadelijk in slaapt. De volgende morgen wordt ze door haar broer gewekt en kijkt hem verbaasd aan. Gedurende haar slaap heeft ze, van het apparaatje, onder hypnose een grote hoeveelheid kennis gekregen. Even is ze uit haar lood geslagen, als deze kennis op de voorgrond treedt. Het apparaatje, dat hypsoon genoemd wordt, helpt haar om het te verwerken.

‘Waar is Sinaron?’ vraagt Jakira, die nu pas merkt dat de krijger er niet meer is.

‘Die is al zeer vroeg opgestaan. Hij wilde de rovers achterna. Misschien kan hij hun kamp vinden en dan de soldaten van de koning naar hen leiden.’

‘En als ze hem ontdekken.’

‘Hij is een krijger, Jakira. Dus als je om hem geeft, dan…’

‘Heb je het gemerkt, Junzo.’

‘Eerst niet, zus. Maar het viel me op dat jullie dikwijls naar elkaar kijken. Al jullie moeite om niets te laten merken is voor niets geweest,’ glimlacht Junzo, terwijl hij enkele pakjes met eten uit de zadeltas pakt. Nadenkend rolt Jakira haar dekens op en bergt ze weg in de tas van haar zadel. Een half uur later zit Jakira zit te paard te wachten tot haar broer opgestegen is. Even kijken ze nog naar de graven naast de drie uitgebrande wagens, maar dan rijdt Jakira als eerste verder. De hypsoon leert haar onderweg vele nieuwe dingen en stimuleert haar onbewuste esperkrachten.

In Kranjon brengen de ouders van Tinron haar naar zijn graf. Hier legt Jakira, terwijl tranen over haar wangen naar beneden rollen, bloemen neer. Jakira omarmt de huilende Olan en probeert haar te troosten. Plots voelt Jakira de moeder van Tinron verstarren en laat haar los. De vrouw wijkt achteruit en kijkt haar ontsteld aan.

‘Afschuwelijk, die beelden. En die vrouw.. Wie is ze.,’ stamelt ze.

Saro haar man loopt op haar toe en slaat een arm om haar schouders.

‘Zie je weer van die vreemde dingen, schat,’ fluistert hij, maar Jakira heeft het gehoord en vraagt:

‘Vreemde dingen.’

‘J.ja, Jakira. Mijn vrouw ziet dingen. Hoe of waarom weten we niet, maar niemand mag het weten.’

‘Dan moet zij ook een espergave hebben, zoals ik,’ merkt Jakira op.

‘Een espergave. Wat is dat?’

‘Dat kan ik nu niet uitleggen, Saro. Maar wat voor dingen ziet ze dan.’

‘Misschien weet je het beter niet, Jakira,’ fluistert Olan.

‘Wie weet, Olan. Maar misschien moet ik het toch weten, anders zou je die beelden niet zien,’ zegt het blonde meisje.

‘Misschien. In orde, ik zal ze je tonen,’ zegt de vrouw en loopt op Jakira toe.

Ze neemt het hoofd van Jakira tussen haar handen en concentreert zich.

Plots ziet Jakira beelden voor haar ogen opdoemen. Beelden van geweld en dood. Onbekende vreselijke wapens die dood en verderf zaaien. Te midden van deze beelden doemt plots het beeld op van een wezen, dat met een vreemd zwaard gewapend is. Met dat wapen dood hij verschillende mensen, die ze niet kent. Boven dit alles ziet ze het gezicht van die vrouw uit haar dromen van de voorbije dagen. Dan verdwijnen de beelden plots.

Jakira wankelt even achteruit. Ze weet niet wat ze ermee moet aanvangen of wat het moet voorstellen. Haar hypsoon verwerkt de beelden bliksemsnel en zendt hen naar het complex. ‘Die vrouw, uit je dromen, is Chin-li.’ hoort ze de stem van de hypsoon in haar binnenste.

Chin-li, wie is..’

Later, Jakira. Nu is dat nog niet belangrijk.’

Oké, maar ik vergeet het niet. Die Chin-li, ik wil toch wel meer over haar weten,’ denkt Jakira en wendt zich dan plots naar Saro en Olan.

Deze kijken haar aan, alsof zij misschien meer weet. Jakira haalt haar schouders op en zegt:

‘Laat ons maar naar het dorp terugkeren. Misschien vinden we later wel een verklaring.’

De ouders van Tinron knikken en na een laatste blik op het graf volgen ze Jakira stilzwijgend naar het dorp.

Intussen is haar broer onder de indruk van Kaïnja, de zuster van Tinron. Hij weet eerst niet goed wat te zeggen, maar dan begint ze met hem te praten over van alles en nog wat.

De uren vliegen voorbij en plots is Jakira terug, met de ouders van het meisje. Als ze het dorp binnen lopen ziet Jakira plots een ruiter aan de rand van de weg.

‘Sinaron,’ zucht ze opgelucht.

Ook de krijger heeft haar opgemerkt van veranderd van richting. Naast de ruiter blijft Jakira staan en kijkt omhoog.

‘Eindelijk, ik dacht al. Heb je de rovers kunnen vinden.’

‘Ja, maar Dirak was met het grootste deel van zijn mannen op rooftocht,’ antwoordt de krijger, zonder af te stijgen. Er waren alleen vrouwen en enkele kinderen in het kamp aanwezig.’

‘Kom, je met ons mee terug naar Naïkon.’

‘Nee, Jakira. Ik heb de opdracht om Dirak op te sporen van de tempelmeesteres. De koning heeft een aantal soldaten onder mijn bevel geplaatst.’

‘Spijtig, Sinaron. I….k…’

De krijger kijkt haar zonder iets te zeggen aan en wendt dan zijn paard.

‘Ik moet verder, Jakira. Breng mijn groeten aan Junzo over. Als mijn opdracht volbracht is zie ik je misschien in Naïkon.’

‘Ja… I…,’ zegt Jakira droevig.

Maar de krijger geeft zijn paard de sporen en ze staart hem na, terwijl hij langs de weg naar het oosten rijdt.

Olan en Saro, die stonden te wachten, komen naar haar toe.

‘Hou je van hem,’ vraagt Olan plots.

‘I.k… Ja, ik denk het wel,’ stamelt Jakira.

‘Kom, we gaan eten. Je zult hem wel terugzien,’ zegt de moeder van Tinron, terwijl ze een arm om de schouders van Jakira slaat.

Ze moet moeite doen, om haar arm niet terug te trekken, want ze ziet opnieuw vreemde beelden voor haar ogen. Ze schrikt er zo van dat ze voor een seconde verstijft. Jakira merkt het.

‘Wat is er, Olan. Krijg je opnieuw beelden.’

‘Ja, Jakira, maar ze rolden zo snel voorbij, dat ik ervan schrok.’

‘Wat zag je?’

‘Het ging veel te snel om er iets uit op te maken.’

Die avond zit Olan, samen met haar man Saro, aan het haardvuur.

‘Vertel me eens wat je daarstraks zag, schat.’

Even kijkt Olan haar man aan, maar dan zegt:

‘Ik zag haar dood.’

‘Wat… ben je zeker?’

‘Ja, Jakira in een gevecht op leven en dood met een monster. Het laatste beeld dat ik zag is dat zijn vlijmscherpe armen Jakira doorboorden.’

Saro kijkt nadenkend voor zich uit.

‘Wat moet ik doen, Saro. Jakira op de hoogte brengen of…’

‘Laat ons… Nee, we zeggen er niets van. Wie weet veroorzaakt die kennis haar dood als ze tegen dat monster moet vechten.’

‘Of misschien juist niet, Saro.’

‘Laat ons er een nachtje over slapen. Jakira en haar broer vertrekken pas over twee dagen.’

Maar een dag later bevinden Saro en Olan zich op het veld, terwijl Jakira, Junzo en Kaïnja in gras van de tuin zitten te praten. Plots horen ze een ruiter het dorp binnenrijden. Het is een soldaat van de koning.

Hij legt uit dat de soldaten slaags geraakt zijn met rovers van Dirak. Er vielen langs beide zijden veel slachtoffers en gewonden. Jakira, Junzo en enkele dorpelingen rijden met de soldaat mee om hulp te bieden.

Ongeveer een dag later bereiken ze het kamp van de soldaten. Hier vernemen ze dat Sinaron met een tiental soldaten achter de overlevende rovers aanzit. Zonder dat iemand het merkt geneest Jakira een deel van de ergste wonden. De dorpelingen zijn wel verbaasd dat de wonden niet zo erg lijken te zijn als ze eerst dachten en maar gaan toch verder met hun taak.

Jakira en Junzo hun weg naar Naïkon verderzetten. Op de avond van de laatste dag van hun tocht slaan beiden een kamp op en gaan rond het vuur zitten. Ze praten over verschillende dingen, ook over Kaïnja. Plots ziet Jakira haar broer in elkaar zakken.

Niet wetend wat er gebeurd kijkt ze naar hem. Dan merkt ze een vreemde, in het wit geklede vrouw op.

‘Jij weer, Anya. Een uit energie opgewekte vorm, door een compu….. He, hoe weet ik dat?’ sist ze.

‘Ik zie dat uw kennis al is toegenomen,’ zegt de vrouw.

Verbaasd kijkt ze haar aan.

‘Ja, het lijkt wel alsof ik in een andere wereld beland ben. Is dat apparaat dat ik van u kreeg daar de oorzaak van.

‘Dat apparaat, zoals jij dat noemt, heeft u al een groot deel van de nodige kennis overgedragen. Ik ben hier om u te helpen in het volbrengen van uw lotsbestemming. Volg mij’ zegt Anya.

Even aarzelt zij, maar plots merkt zij het symbool op dat de vrouw op de rug draagt. Het is hetzelfde als dat op haar schouder.

Snel legt ze een laken over haar bewusteloze broer en dan volgt ze de vrouw.

Het is tijd Jakira om je opleiding te starten. Ik heb de anderen al opgeroepen ‘ antwoordt de brunette.

‘De anderen, wie.’

‘Er zijn nog andere uitverkorenen. Enkele heb je al ontmoet, dat weet je toch wel.’

‘Ik denk het, maar waren dat geen dromen.’

‘Als ik kon lachen, zou ik nu in het gras liggen, van plezier. Zoals jullie mensen dat noemen.’

Jakira kijkt Anya aan en moet glimlachen.

Maar de kunstmatige vrouw draait zich om en activeert een overbrenger.

‘Wat is dat voor iets?’ vraagt ze.

Maar haar hypsoon antwoordt in plaats van de brunette.

‘Een overbrenger, meesteres.’ hoort ze in haar gedachten.

‘Gelieve mij te volgen,’ zegt Anya op dat moment en loopt naar de ring toe.

Jakira richt haar aandacht op haar en volgt haarm aarzelend. Als beide doorheen de lichtboog gestapt zijn, verdwijnt zij plots.

Als Jakira materialiseert, kijkt ze om zich heen. Dadelijk herkent ze de omgeving. Het lijkt op wat ze van haar dromen herinnerd.

‘Volg me,’ zegt Anya.

Jakira doet wat haar gevraagd wordt en even later stappen ze een zaal binnen. Tegen de muren staan vreemde apparaten, die Jakira nog nooit gezien heeft.

‘Wat zijn dat?’ vraagt ze.

‘Toestellen om te sporten,’ antwoordt Anya.

‘Mag ik.’

‘Nee, mijn opdracht bestaat erin om u de te evalueren. Het doel is om te kijken wat je kunt en wat je nog moet leren. Als eerste gaan we u enkele gevechtstechnieken bijbrengen.’

Op een paar meter rechts van hen wordt plots een beeld van een jonge groenhuidige vrouw gevormd.’

‘Quana,’ lacht Jakira.

‘Kennen jullie elkaar.’

‘Ja, Anya. Ik heb haar hier een tijdje geleden ontmoet. Er was toen nog een jongeman bij haar. Maron heette hij, geloof ik.’

‘Dit is Quana niet, Jakira, maar deze matrix is wel met haar gegevens gevormd.’

‘Is zij ook, zoals jij.’

‘Ja, maar nu is zij je tegenstander. Verdedig je, maar pas op de matrix leert bij.’

Jakira gaat tegenover de gedaante van Quana staan en kijkt haar aan.

‘Ze lijkt toch echt,’ lacht ze, maar op hetzelfde moment vliegt ze door de lucht.

Quana heeft haar bij haar arm vastgegrepen en Jakira komt met een harde klap op de zachte vloer neer. Langzaam kruipt ze recht en kijkt haar opponent aan.

‘Ach zo,’ zegt ze.

Quana komt weer op haar af, maar deze maal is Jakira op haar hoede. De roodharige krijgt enkele rake klappen te verduren. Maar al snel beseft Jakira dat Anya gelijk had. Quana leert in een ijl tempo bij en al snel blijkt haar techniek, die ze van Sung leerde, niet meer voldoende.

Plots blijft de gedaante van Quana staan en ze hoort Anya zeggen:

‘Niet slecht. Je hebt al veel geleerd, Jakira.’

‘Ja, mijn leermeester Sung beheerste de vechtkunst van zijn volk. Hij was een Wikan,’ zegt Jakira, terwijl ze aan haar dode meester denkt.

‘Dan kunnen we verder gaan met de volgende technieken, Bv het Dragor vechten,’ merkt Anya op.

Jakira kijkt hem verbaasd aan. Quana lacht even en loopt op haar toe. Jakira houdt nog wel even stand, maar tegen deze techniek kan ze niet veel uithalen, verschillende malen valt ze op de grond. Maar ze leert snel, tot Anya plots zegt:

‘Stop, evaluatie beëindigt.’

Jakira kijkt Anya vragend aan, maar deze draait zich om loopt naar de deur toe. Jakira kijkt nog even om naar Quana, maar deze is nergens te zien.

‘Die is weer uitgeschakeld,’ merkt ze spottend op.

‘Volg me. Het is tijd om u terug te brengen naar uw reisgezel.’

‘Dat is mijn broer, Anya,’ lacht Jakira.

‘Gegevens aangepast,’ zegt Anya en gaat verder.

Jakira kijkt hem even na en denkt:

Toch een vreemde vrouw, die Anya.’

Op de plaats waar Jakira was, zijn er vijf uren voorbijgegaan, terwijl er op de planeet maar een paar minuten verstreken zijn. Jakira merkt het dadelijk als ze weer in open lucht staat, aan de stand van de sterren. Anya is alweer verdwenen. Dan kijkt ze naar het kampvuur en loopt erheen.

‘Hoe doen ze dat?’ denkt ze.

Door middel van een speciale machine, die..

‘Stop, de uitleg volgt later wel,’ fluistert ze, tegen haar hypsoon.

Dan neemt een paar takken en legt het op het vuur. Terwijl ze naar de dansende vlammen kijkt, gaat ze op haar rug liggen op een paar passen van het vuur. Nadenkend kijkt ze naar de sterren en valt langzaam maar zeker in slaap. De volgende dag is ze als eerste wakker en maakt het eten klaar. Junzo gaat lachend naast haar zitten en vraagt:

‘Lekker geslapen, zusje.’

‘Eerst niet, maar later als een roos,’ lacht ze.

Als ze in het dorp aankomen, staat Unka hen op te wachten. Ze heeft hen van ver opgemerkt. De vreugde onder hun familie is zeer groot, nu ze ongedeerd teruggekomen zijn. Als Jakira naar Sinaron vraagt, blijkt dat ze in het dorp nog steeds niets van hem gehoord hebben.

Gedurende de volgende weken gaat ze elk weekend naar de open plek in het bos. Haar ouders moesten eens weten dat ze al na een paar seconden in het niets oplost. In het complex traint Jakira uit alle macht in het aanleren van nieuwe technieken, met verschillende halografische gevechtspartners. Telkens brengt Anya haar op tijd terug naar de open plek, waarna ze naar het dorp terugkeert. Als ze niets te doen heeft, staat ze dikwijls aan de rand van het dorp op uitkijk. Haar gedachten zijn dan bij Sinaron, waar ze al lange tijd niets meer van gehoord heeft.

De weken worden maanden, terwijl Jakira steeds verder en sneller vordert. Tot ze op een dag terugkeert van een training. Ze merkt plots drie mensen voor haar op.

‘He. Ja. Dat is. Kaïnja.. en haar ouders zijn er ook bij,’ stamelt ze en begint te lopen.

‘Kaïnja!!’ roept ze.

Het meisje van het andere dorp kijkt verast om en blijft staan. Dan omarmen beide jonge vrouwen elkaar.

‘Mijn broertje zal verrast zijn om je te zien,’ lacht Jakira.

Ook ouders begroeten Jakira hartelijk en samen gaan ze verder naar het dorp. Junzo springt blij op als hij hen herkent en omarmt Kaïnja. Dan kussen ze elkaar.

‘Zo te zien hebben we binnenkort opnieuw een zoon,’ zegt Kaïnja’s vader.

Kaïnja blijft, bij Jakira’s ouders, twee weken logeren. Haar moeder en vader gaan intussen verder naar het volgende dorp, waar een paar familieleden wonen.

Elke avond gaat Junzo, met Kaïnja, aan het meertje picknicken. Jakira, die nu in de derde fase van haar opleiding is, gaat hen soms opzoeken, als ze van de training met Anya terugkeert. De tijd vliegt voorbij en dan komt de dag dat de ouders van Kaïnja terugkeren. Het moment van afscheid is gekomen.

De eerste dagen na Kaïnja’s vertrek zit Junzo alleen aan het meertje. Hier neemt hij een besluit en drie weken later vertrek hij met toestemming van zijn ouders. Jakira en Unka vergezellen hun broer naar Kranjon en zijn liefje Kaïnja, de zuster van Tinron. Ze rijden met een wagen naar het oosten.

Plots horen ze stemmen en zien een gewapende man, die een ander dreigend tegen een boom, duwt en een mes tegen zijn keel drukt. Twee anderen houden een vrouw vast, Terwijl een vierde lachend toekijkt.

‘Je geld en andere dingen van waarde, maat. Of je bent er geweest en dan nemen we je vrouw onderhanden,’ zegt de vierde dreigend.

Voor Junzo haar kan tegenhouden, springt Jakira op de grond en loopt naar de rovers toe. Op een tiental passen van hen blijft ze staan en zegt sissend:

‘Waarom neem je mij niet onder handen, bandieten.’

Verbaasd kijken de vier mannen om en zien het praktisch ongewapende meisje. Ze heeft alleen een klein mes aan haar riem hangen.

‘Ben jij je leven moe, meid. Of wil jij je eens lekker amuseren?’ vraagt de leider dreigend.

‘Amuseren. Met jullie. Wie zegt dat ik nog iets van jullie overlaat, als jullie deze man en zijn vrouw niet dadelijk laten gaan,’ dreigt Jakira.

‘En hun geld dan.,’ vraagt de leider.

‘Dat nemen ze mee. Zij hebben ervoor gewerkt en jullie niet.’

‘Zeg, meid. Weet jij wel wie ik ben. Mijn naam is Dirak, de rover.’

Jakira’s broer schrikt. Hij heeft al verhalen van deze man gehoord, verhalen waar in moord en doodslag de hoofdrol spelen. Hij is de leider van de moorddadigste bende die in deze streken overvallen pleegt.

‘Is dat die Dirak. Dan moet hij ontkomen aan Sinaron en de soldaten.

‘Ja, Dirak. Ik heb al van jou gehoord. Een paar maanden geleden in de buurt van het dorp Kranjon, gingen jullie op de vlucht. Enkelen van jullie heb ik toen met mijn stok halfdood geslagen.’

‘Jij. ben jij die meid. Eindelijk. Toen hadden jullie geluk, De soldaten van de Koning kwamen juist op tijd, Maar vandaag krijg jij de rekening, meisje. Levend geraakt jij hier niet meer vandaan,’ sist de hoofdman.

‘Toen was ik nog Jakira, de boerendochter. Vandaag ben ik dat niet meer, Dirak.’

‘Dat zal je niet veel helpen, meid. Ik heb al vele mannen gedood tijdens mijn leven. Jij bent nog jong. Ik wil je nog een kans geven. Verdwijn nu dadelijk en je leeft tot onze volgende ontmoeting.’

‘Nee, Dirak. Deze mensen hebben mijn hulp nodig en als jullie je wapens niet neerleggen; dan moet ik jullie je verdiende straf bezorgen.’

‘Jij onze straf. Aha ha, dat zullen we nog wel eens zien.,’ lacht Dirak en geeft zijn mannen een teken.

Een van hen trekt zijn zwaard en stapt op Jakira toe. Junzo, trekt intussen ook zijn wapen en wil van de wagen springen.

‘Unka, blijft hier. Ik moet Jakira helpen.’

‘Zeker van, Junzo. Kijk eens,’ antwoordt Unka.

Junzo kijkt om en ziet Jakira plots ziet uithalen. Dan hoort hij een luidde klap en ziet de rover naar zijn borst staren. Zijn metalen borstplaat is gebroken en hij wankelt achteruit, terwijl hij naar de jonge vrouw staart. De drie anderen vallen Jakira met hun zwaarden aan, maar zij duikt soepel onder hun aanvallen door. Dan raakt haar voet het been van een rover, dat dadelijk breekt en de man stort in elkaar, kreunend van de pijn.

Even peilt Jakira naar de gedachten van de twee anderen en beseft dat beide al meerdere moorden op hun geweten hebben. Zij hebben de dood verdiend. Handig ontwijkt Jakira de aanvallen van beide rovers en slaagt erin om tussen hen in te komen. Als Dirak naar haar uithaalt, duikt ze opzij en het zwaard doorboord de borst van zijn maat. Verbaasd kijkt de gevreesde rover naar Jakira en dan naar zijn maat, die stervend in elkaar zakt.

‘Waar heeft ze dat geleerd?’ fluistert Junzo verbaasd.

‘Misschien van die vreemde vrouw, waar ze soms van spreekt. Ik geloof dat ze haar Anya noemt,’ merkt Unka op.

‘Een vrouw. Wie dan?’ gromt Junzo.

‘Ze zegt dat hij haar traint in gevechtskunsten en esperkrachten.’

‘Esperkrachten. Wat zijn dat, Unka?’

‘Dat weet ik ook niet, Junzo. Ze heeft het er soms over. Misschien zijn het die krachten die ze op dit moment gebruikt,’ antwoordt zijn jongere zuster vragend.

Intussen hoort Dirak, Jakira zeggen.

‘Nu is het uw beurt, Dirak.’

Snel richt hij dan zijn blik op haar en voelt de woede weer in zich opkomen.

‘Sterf dan.,’ brult hij uit.

Dan stort hij zich op het blonde meisje, met opgeheven zwaard. Jakira slaat echter met haar tot staal gevormde hand tegen de zijkant van het zwaard, dat met een vreemd geluid breekt. Dan wordt de verbaasde Dirak twee maal door de voet van Jakira aan het hoofd getroffen. Het bloed vloeit uit zijn mond.

Dan werpt hij zijn gebroken zwaard weg en rent naar zijn paard. Jakira stapt hem langzaam achterna. Dirak stijgt echter niet op, maar grijpt zijn gevreesde wapen. Een dikke metalen bol, met scherpe punten, aan een metalen ketting. Terwijl hij deze rondzwaait stapt hij dreigend op Jakira toe. De jonge vrouw blijft echter roerloos voor hem staan. Haar broer en zuster schrikken als ze de bol op hun blonde zuster zien toe razen. Maar de bol gaat door haar heen alsof ze er niet staat.

Terwijl de ogen van Dirak naar Jakira staren, klinkt een luidde slag als de bol zijn borstplaat raakt. Met grote ogen kijkt hij naar zijn borst en ziet de scherpe punten uit zijn borst steken. Dan wordt alles plots zwart om hem heen en langzaam zakt hij door zijn benen. Met een luidde plof valt hij dan voorover in het gras neer. Nog een laatste schok en hij is dood.

Jakira loopt dan op de man met het gebroken been toe. Ze knielt naast hem en legt het been zoals het zou moeten zijn. Maar ze merkt dat hij haar met vreemde ogen aankijkt. Even weet ze niet goed waarom, maar dan beseft ze, dat hij naar naakte borsten staart.

Haar gezicht wordt rood, terwijl ze om zich heen kijkt. Plots ziet ze haar boven kleedje in het gras liggen en beseft wat er gebeurd is.

‘Mijn lichaam is dus geen enkel probleem, maar mijn kleren blijven wat ze zijn,’ denkt ze terwijl ze haar hand naar haar kledingstuk uitsteekt.

Dan verheft het bloesje zich van de grond en zweeft snel naar haar toe.

De krijger kijkt verbaasd naar de jonge vrouw.

‘Ben jij een Godin,’ vraagt hij trillend.

‘Nee, krijger. Dat ben ik niet,’ glimlacht ze.

Junzo en Unka, die intussen hun schrik en verbazing te boven gekomen zijn, komen dichterbij maar blijven dan opnieuw verrast staan. Even kijkt Jakira naar haar broer en zus.

‘Wacht even, ik moet deze krijger nog even helpen,’ zegt ze glimlachend, terwijl ze haar beschadigd boven kleedje zo goed mogelijk probeert aan te trekken.

‘Ziet er een beetje kapot uit, maar ja, ik maak dat straks wel even,’ fluistert ze intussen

Nadat Jakira haar boven kleedje weer aangetrokken heeft, concentreert ze zich en het been van de gewonde is plots door een groene schijn omgeven. Even later helpt Jakira de rover recht, die verbaasd merkt dat zijn been weer genezen is. Dan staart hij naar zijn drie dode maten.

‘Doray, Ik schenk je, je leven, maar ik eis wel dat jij je roversbestaan opgeeft en eindelijk eerlijk werkt zoekt. Bescherm de zwakken en diegenen die hulp nodig hebben.’

‘Ik zal het doen. Ik zweer het.’ stamelt de man.

‘Vergeet het niet. Anders zal ik je weten te vinden en zal je, je drie maten in de hel terugzien.’

De man loopt naar zijn paard en stijgt op.

‘Ik zal het niet vergeten,’ zegt hij en geeft dan zijn paard de sporen.

Urinzo en zijn vrouw komen op dat ogenblik naderbij.

‘Dank u, vrouwe. U redde ons leven,’ zegt de man aarzelend.

‘Geen dank. Het is mijn taak om anderen te helpen. Ga met uw vrouw verder in vrede, zij zullen u niet meer lastig vallen.’

Urinzo knikt en raapt dan met zijn vrouw hun bagage op. Jakira kijkt hen nog even na, terwijl ze verder trekken. Junzo merkt grijnzend op:

‘Ik denk niet dat die nog ooit iemand kunnen lastig vallen, zusje.’

Jakira draait haar hoofd naar haar broer en ziet hem naar de lijken op de grond kijken. Dan valt haar blik op de doden en dringt langzaam tot haar door dat ze vandaag mensen gedood heeft. Plots heft ze haar hoofd op en stapt naar haar broer en zuster toe.

‘Voorlopig mag niemand weten wat ik vandaag gedaan heb. Vergeet alstublieft wat jullie vandaag gezien hebben,’ zegt ze.

‘Vergeten, zus. Ik wou dat ik ook zo’n krachten had, dan.’

‘Laat het, Junzo. Ik wou dat ik ze niet had, dan kon ik trouwen en kinderen krijgen.’

‘Dat kan nu toch ook. Misschien hebben ze dan ook je krachten en.’

‘Nee, Unka. Dat kan nu niet meer. Na mijn opleiding komt mijn taak op de eerste plaats,’ zegt Jakira, terwijl ze in de wagen kruipt.

Hier trekt ze snel haar blouse terug uit en zoekt in haar bagage naar een andere. Als haar broer en zus weer vooraan op de wagen gaan zitten komt ze lachend te voorschijn.

‘Zo dat is ook weer in orde. Daar moet ik in het vervolg beter opletten.’

‘Op wat Jakira,’ grijnst Junzo.

‘Broertje, je zult toch wel gemerkt hebben, dat ik daar plots halfnaakt stond.’

‘Dat heeft hij zeker, zus. Het was alsof hij..’

‘Zwijg jij. Je snapt er niets van, Unka,’ sist Junzo en duwt zijn zusje achterover, zodat ze achter in de wagen beland.

‘Laat maar, ik snap wel wat ze bedoelt, broer. Kom, laat ons verder trekken. Anders laat Kaïnja haar oog nog op iemand anders vallen,’ lacht Jakira.

‘Hou op, Jakira. Kaïnja houdt van mij,’ gromt Junzo en neemt de teugels stevig vast.

Een ruk en dan zetten de paarden zich in beweging. Junzo draait de wagen naar rechts en ze zetten tocht naar Kranjon verder.

Dat was niet nodig geweest, meesteres. Ik kan ook kleren vormen,’ denkt haar hypsoon plots.

‘Kleren vormen. Hoe.’ zegt Jakira verbaasd, maar schrikt als ze haar broer en zus naar haar ziet kijken.

‘Wat zeg je?’ vraagt Unka.

‘Ik bedoelde dat mijn kleren beschadigd worden, als ik doe wat ik daarstraks deed,’ antwoordt Jakira.

‘Hoe deed je dat, Jakira. Het leek alsof dat puntige ding doorheen je lichaam ging.’

Even kijkt Jakira haar zus aan en dan naar Junzo die de wagen bestuurt. Toch merkt ze dat hij aandachtig naar hun gesprek luistert.

‘Dat ding ging niet door mij heen, maar ik kon achteruit springen. Een van de punten raakte mijn blouse, die van mijn lichaam gescheurd werd, zusje,’ lacht ze.

‘Toch leek het dat, dat ding doorheen.’

‘Jullie stonden nogal veraf. Misschien heb je het niet goed kunnen zien,’ glimlacht Jakira.

Ze merkt dat Junzo opgelucht zucht en ook haar zus begint erover na te denken. Jakira zwijgt verder en denkt:

‘Wat bedoelde je daareven?’

Ik kan kleren om je lichaam vormen, meesteres.’

Wat. hoe zien die er dan uit. Zoals je zelf wil. Je moet er maar aan denken en het wordt uitgevoerd.’

Haar broer en zus hebben niets gemerkt van dit gesprek en plots zegt Jakira.

‘Ik ga proberen mijn bloes te herstellen.’

‘Herstellen, zus. Maar ze was toch helemaal kapot.’

‘Ja, maar toch moet ik het proberen. Het is een van mijn lievelings bloezen, dat weet je, Unka.’

‘Doe maar, Jakira. Het is nog een paar uur en dan zijn we in Kranjon.’

Jakira kruipt in de wagen en gaat in een hoek zitten, zodat beiden anderen haar zo goed als niet kunnen zien.

Wat moet ik doen om.’ vraagt ze in gedachten.

‘Kleed je uit, meesteres.’

‘Mij uit kle.’

Ja, anders is het niet mogelijk. Je kleren zouden in de weg zitten.

Nadenkend kijkt Jakira naar de rug van haar broer en zus, maar ze is veel te nieuwsgierig naar het resultaat.

‘Je bent toch zeker, dat je het kunt.’

Honderd procent, meesteres.’ hoort ze de stem van haar hypsoon.

Nog even kijkt ze naar beide anderen en trekt dan haar rokje uit. En dan de rest. In haar blootje maakt ze zich zo klein mogelijk.

Zo zal het niet gaan, meesters.’

‘Wat. Het moet.’

‘Het kan alleen als je rechtstaat, meesteres.’

Oké, dan,’ denkt Jakira en probeert met zo weinig mogelijk geluid op te staan.

Het duurt bijna een minuut, maar dan staat ze eindelijk rechtop.

Doe het nu maar snel,’ denkt ze.

Op hetzelfde moment kijkt Unka om en stamelt:

‘Jakira. He, waar zijn je kle. Wat is dat voor iets.’

‘Wat. zus,’ vraagt Jakira met trillende stem, terwijl ze terug gaat zitten.

Unka kruipt de wagen in en fluistert:

‘Je stond daar in je blootje en het leek wel alsof je kleren uit het niets over je lichaam schoven. Hoe doe je dat?’

‘Ben je aan het dromen, zusje. Mijn kleren schoven over mijn lichaam. Dat is wel grappig,’ glimlacht Jakira.

Unka kijkt haar kwaad aan, maar zegt niets. Jakira kijkt haar droevig na, terwijl ze weer naast Junzo gaat zitten. Ongeveer een uur later zegt Junzo:

‘We zijn er. Daar zijn de eerste huize.. Kaïnja!!!!’

Jakira kruipt naar voor en ziet de jonge vrouw tussen de huizen naar hen toelopen. Junzo springt van de wagen, terwijl Unka de teugels met moeite kan vastgrijpen. Jakira helpt haar om de paarden te doen stoppen en even later lopen beiden naar hun broer, die Kaïnja kust.

Die avond gaat Jakira na het eten met de familie van Tinron naar buiten. Junzo en Kaïnja zitten op de bank langs de overkant te praten. Ze wuift even met haar hand en loopt dan nadenkend door het dorp. Aan de rand ziet ze plots een vreemd lichtschijnsel. Voorzichtig nadert ze het en ziet ze een gedaante staan.

Plaats een reactie