6. Het complex

‘Anya. Wat,’ fluistert ze.

‘Kom, Jakira,’ zegt de ‘vrouw’.

Beiden stappen in de lichtboog en zijn plots verdwenen. Op een paar meter van de plaats waar Jakira verdween, staat Unka, haar zus naar de plek te staren. Ze weet niet goed wat te doen.

Jakira is verdwenen. Wat moet ik doen. Alarm slaan of.. Nee, het leek alsof Jakira vrijwillig met die man meeging,’ denkt ze en loopt dichter naar die plek toe.

Als ze op dezelfde plaats staat waar Jakira oploste, gebeurd er echter niets. Unka stampt even met haar voet op de grond.

‘Verdwenen of niet, Zus. Maar als jij terugkomt, zal je een goede uitleg moeten geven,’ sist ze kwaad.

Dan draait ze zich om en haast zich naar het huis van Kaïnja’s ouders.

Intussen is Jakira met Anya gematerialiseerd en volgt de ‘vrouw’. Plots hoort ze een stem achter zich:

‘Dat is lang geleden.’

Jakira kijkt om en kijkt de groenhuidige jonge vrouw aan.

‘Wie?? Quana,’ zegt ze.

‘Ja, Jakira. En deze maal ben je iets beter gekleed, zie ik,’ lacht het meisje, terwijl ze op Jakira toeloopt.

Beiden omarmen elkaar.

‘Hela, Quana. Ken je die mooie meid?’ vraagt een jongeman plots.

Quana kijkt om.

‘Dit is Jakira. Ik leerde haar een paar maanden geleden kennen. Jakira, dit is mijn vriend Dargo.’

Even kijkt Jakira naar Quana en dan naar de jongeman.

‘Je vriend ziet er stevig uit,’ knipoogt Jakira naar Quana en vraagt dan:

‘En wie zijn dat?’

Quana kijkt in de richting die Jakira aanwijst. O, die. Dat zijn tempelwachters. Meer weet ik ook nog niet.’

‘Tempelwachters. ‘ fluistert Jakira.

Plots verschijnt Anya terug en vraagt:

‘Willen jullie mij volgen?’

De drie kijken elkaar aan en volgen de ‘man’ dan maar. Ze kunnen niet anders, want ze staan plots in een grote zaal met allemaal ‘vensters’.

‘Dat zijn beeldschermen, meesteres.’ hoort Jakira haar hypsoon meedelen.

Quana en Dargo volgen Jakira die naar een van die ‘vensters’. Jakira kijkt verbaasd naar het scherm.

‘Dat is een planeet,’ stamelt ze.

‘Klopt, meesteres. Dat is de zesde planeet van het stelsel waar jij geboren bent. Wij bevinden ons op een maan, die om deze planeet draait.’

‘Een planeet,’ vraagt Dargo op dat moment.

Quana kijkt met bewondering naar het scherm en fluistert:

‘Wat mooi.’

‘Mag ik even jullie aandacht.’

Jakira kijkt als eerste om en knikt.

‘Dargo, Quana. Op de tafel liggen voor ieder van jullie een hypsoon. Neem hem.’

‘Anya, wat is een hypsoon,’ vraagt Quana.

Maar voor Anya iets kan zeggen, merkt Jakira op:

‘Dit hier, Quana.’

Het roodharig meisje loopt op Jakira toe, die vlakbij de tafel staan en neemt het vreemde ding aan. Als het in haar hand ligt kijkt ze ernaar.

‘Wat is dat voor iets, weet jij het, Jakira?’ vraagt Dargo, terwijl hij het andere van de tafel neemt.

‘Ja, Dargo. Je moet het vanachter tegen je nek drukken. Maar pas op het voelt wel een vreemd aan.’

Quana en Dargo doen het en dadelijk voelen ze allebei het apparaat van vorm veranderen.

‘En jij, Jakira. Wil jij er geen.’

‘Ik heb er al een tijd zo eentje, Dargo. Schrik maar niet, het kan praten en nog veel meer,’ lacht Jakira.

‘Praten.,’ fluistert Quana.

Jakira wil nog antwoorden, maar op dat moment zegt Anya:

‘Pas op, we gaan naar de centrale.’

Quana kijkt naar hem, maar op hetzelfde moment vervaagt hun omgeving een paar seconden. Dan staan ze ergens anders. Hier staan allemaal kleinere beeldschermen, maar daar zijn geen beelden op te zien, maar gegevens.

‘He, waar is Anya,’ merkt Dargo op.

Ook Jakira en Quana kijken om zich heen, maar zien hem niet.

Dan horen ze een stem die van overal lijkt te komen.

‘Ik ben de centrale computer van het complex, dat door mijn bouwers Kia-2 genoemd werd. Vroeger was hier ook een menselijk bemanning, maar toen de grote oorlog kwam, werden deze mensen geëvacueerd. Later nam ik het volgens het programma op mij om dit stelsel tegen indringers te blijven verdedigen. Ongeveer twintig jaar geleden vloog een schip het stelsel binnen. Eerst wilde ik mijn opdracht uitvoeren en het schip vernietigen, maar de laatste zeven bemanningsleden van dit schip bleken zwaar ziek te zijn. Daarom nam ik contact op, en zij bleken vanuit een beschaving te stammen uit een ver verleden. Ik verleende hen toegang tot het complex en zij pasten mijn programma aan. Drie van de zeven stierven aan het virus dat in hun lichamen huisden. De vier overblijvenden bevinden zich op hun schip in een diepe ijsslaap, waardoor het virus zijn noodlottige werking niet verder kan zetten. Een paar maanden later startte ik met de uitvoering van het programma dat deze zeven Muonen inbrachten. Ik volgde instructies heel stip en begon op deze planeet naar de juiste personen te zoeken om een groep van espers te vormen. Acht ongeborenen, bij wie de esperkrachten sterk aanwezig waren, werden vlak voor hun geboorte genetisch behandeld. Van deze groep blijven jullie Jakira, Dargo en Quana als enigen over.’

‘Wat is er dan met de anderen gebeurd,’ merkt Quana op.

‘Onbekenden hebben hen een voor een gedood. Maron en Tessa hebben jullie gekend. Verder waren er nog Tano, Ainara en Zor. Alleen Zor is nooit teruggevonden. Vlak na zijn geboorte is hij verdwenen. Ik heb van hem nog steeds geen spoor kunnen vinden,’ legt de computer uit.

‘Tessa dood en Maron ook,’ stamelt Dargo en kijkt Quana ontsteld aan.

‘Ook Jakira was bijna gedood. Maar zij overleefde de aanslag, ik weet nog steeds niet waarom, maar vlak voor de dolk haar lichaam doorboorde, nam ik een lichte esperwaarde waar. De dolk werd even tegengehouden, maar die tegenstand was niet sterk genoeg. Toch werd het wapen van richting veranderd. Hierdoor miste de dolk Jakira’s hart op een paar millimeter. Hoewel ze zeer ziek werd, overleefde zij de aanslag.’

‘Wij zijn dus de enigen die overblijven. Is dat genoeg, Anya,’ merkt Jakira op.

‘Niet genoeg gegevens in databank.’

Even is het stil in de zaal.

‘Vrienden, van nu horen jullie hier thuis. Alle technische mogelijkheden van het complex staan tot jullie in functie van jullie taken tot jullie beschikking. De technische mogelijkheden van het complex zijn enorm, maar jullie training zal er toe bijdragen om met die krachten te leren omgaan. Alleen voor ons gemeenschappelijk doel mogen ze gebruikt worden. Maar eerst moet ik het jullie het een ander uitleggen over de kledij die jullie van nu af zullen dragen,’ legt de projectie uit.

‘De stof wordt door jullie hypsoon, dit is een heel kleine computer, bestuurt en vormt zich naar al jullie wensen. Jakira heeft het al ondervonden.”

‘Als ze maar niet te veel schrikken. Het is nogal griezelig als de stof veranderd.’

‘Laat maar, Jakira. Ze zullen het straks wel ondervinden.’

‘Oké, misschien kan ik dan hun domme gezichten eens bekijken.’

Dargo en Quana kijken verbaasd naar de grijnzende Jakira en horen haar zeggen:

‘Kleedjes uit.’

‘Wat, onze kleren uit. ‘ stamelt Dargo.

‘Jakira heeft gelijk.’

Quana en Dargo kijken even naar elkaar.

‘En jij dan. Geef eens het voorbeeld, Jakira,’ merkt Dargo plots op.

‘Ik heb mijn echter kleren al weggesmeten. Deze kleren zijn veel beter. Kijk maar,’ lacht Jakira en geeft haar hypsoon een gedachtebevel.

Haar beide vrienden staren haar verbaasd aan, terwijl haar kledij langzaam verandert in een blauwe bodysuit, die haar lichaam helemaal bedekt.

‘Wauw. hoe doe je dat? Het lijkt wel toverij.’

‘Ik doe zo goed als niets, Quana. Mijn hypsoon vormt mijn kledij volledig naar een beeld dat ik in gedachten hou.’

‘Je hypsoon en de mijne kan dat ook.’

‘Dat klopt, meid,’ zegt Jakira, terwijl haar kledij weer de vorm aanneemt, zoals ze in haar dorp draagt.

Dargo kijkt even verschrikt naar Quana, die snel haar kleren uittrekt. Het is een hele tijd geleden dat hij haar nog naakt gezien heeft, ze waren toen een jaar of acht en gingen dikwijls in de rivier, nabij hun dorp zwemmen. Maar nu is ze bijna een volwassen vrouw.

Dan schrikt hij.

‘Dargo, naar mooie meisjes staren, zal je niet uit je kleren helpen.’

Met een licht roodgekleurd hoofd kijkt hij op en glimlacht.

‘Toen ik haar de laatste keer naakt zag rondlopen, was ze nog maar acht jaar oud.’

Quana kijkt hem kwaad aan.

‘Jakira, wat moet ik nu doen,’ sist ze.

De blonde jonge vrouw kijkt haar lachend aan.

‘Denk aan een kledij die je wilt dragen en je zal wel voelen wat er gebeurd.’

Quana kijkt dan naar Jakira en concentreert zich. Eerst gebeurt er niets, maar dan voelt ze een vreemde stof over haar naakte huid schuiven.

‘He, dat kittelt,’ giechelt ze.

Dargo is half uitgekleed en kijkt zijn vriendin verbaasd aan.

‘Kom, Jakira. Wij zijn hier weg. Als het die idioot niet lukt, dan moet hij maar in zijn blootje rondlopen.’

Hoe voelt het, Quana,’ vraagt Jakira.

‘Je had me wel even kunnen waarschuwen. Het voelde zo vreemd aan,’ sist Quana.

Jakira glimlacht en volgt Quana, die naar een aantal beeldschermen loopt. Ze zien beelden van de omgeving van de maan. Beiden beseffen steeds meer, dat hun leefwereld sterk aan het veranderen is.

‘Wat staat ons nog te wachten?’ fluistert Quana, terwijl ze naar de beelden van de zesde planeet staart.

‘Ha, daar is je vriendje. Hij ziet er niet slecht uit,’ merkt Jakira op, als ze merkt dat Dargo naar hen toe loopt.

‘Hela, kijk maar, meisjes. Het is me toch gelukt, zoals jullie zien,’ lacht hij.

Quana kijkt hem even aan, maar sist:

‘Tegen jouw spreek ik niet, gluurder.’

Op dat moment verschijnt Anya uit het niets

‘Allemaal oké,’ vraagt hij.

Als onze vrienden knikken, zegt hij:

‘Dan nu de volgende fase.’

Onze drie vrienden kijken naar de tafel die Anya aanwijst en zien drie paar kleine voorwerpen liggen.

‘Ook een Pentagon. Maar dan kleintjes,’ lacht Jakira.

Quana, neemt er een op en draait het kleine ding tussen haar vingers rond. Het lijkt op een kleinere uitgave van hun hypsoon.

‘Waar dient dat voor?’ vraagt ze, terwijl Jakira en Dargo ook één opnemen.

‘Druk het tegen jullie hypsoon. Voor ieder een paar’ antwoordt Anya.

Onze vrienden voelen allen een lichte tinteling in hun hals, als hun hypsoon beide kleine Pentagons volledig in zich opneemt.

‘Wat is dat nu weer?’ merkt Dargo vragend op.

‘Die Pentagons of die vreemde apparaatjes, zoals jullie het noemen hebben contact gemaakt met zijn hoofdmodule, waardoor de mogelijkheden van de hypsoon uitgebreid werden. Er zijn nog twee uitbreidingen mogelijk, maar die zijn voor later. Eerst moeten jullie met deze leren omgaan.’

‘Er is toch niet veel veranderd,’ merkt Dargo op.

‘Dat denk je maar. Pas maar op met wat je denkt. De hypsoon voert dadelijk een bevel van zijn drager uit. Het kan zelfs een energiescherm om jullie lichaam opwekken. Ook past hij zich automatisch aan, aan jullie lichaam samenstelling. Waardoor Jakira nooit meer, zoals jullie het noemen, in haar blootje komt te staan. Je weet het toch nog.’

‘Jawel, Anya. Ik weet het nog. Dus je wilt zeggen dat dit met deze kleren niet meer kan voorkomen.’

‘Nee.’ schrikt Anya.

Maar Jakira luistert niet. Ze vormt haar volledig lichaam om in een soort gas en zweeft langzaam naar het plafond toe, terwijl haar lichaam volledig onherkenbaar wordt. Geleidelijk zakt het gas weer naar beneden en langzaam wordt de gedaante van Jakira meer en meer opgebouwd.

‘Ja, Anya. Je had gelijk. Ik heb al mijn kleren nog steeds aan. Zelfs de hypsoon veranderde,’ lacht ze, terwijl ze haar lichaam bekijkt.

‘Hoe doe je dat?’ vraagt Quana met trillende stem.

Maar voor Jakira kan antwoorden, zegt Anya.

‘Genoeg, spelletjes. Jullie esperkrachten laten we een tijdje rusten. Vanaf nu gaan we verder met vechttechnieken. Vorm een beeld in gedachten van een zwaard dat jullie vasthouden. Maar schrik niet.’

Onze vrienden zien plots een vreemde vorm in hun handen, dat langzaam maar zeker een zwaard wordt.

‘Als jullie meer geoefend hebben, zal deze transformatie veel sneller zijn juiste vorm aannemen. De concentratie moet veel intensiever gebeuren,’ merkt Anya op.

Jakira zwaait even met het zwaard rond.

‘Het ziet er echt uit,’ glimlacht ze.

‘Pas maar op, Jakira. Dat ding is vlijmscherp,’ moppert Quana, terwijl ze het topje van haar vinger aflikt.

‘Laat eens zien.’

Quana kijkt het blonde meisje even aan en laat haar dan het sneetje aan haar linker wijsvinger zien. Tot haar verbazing neemt Jakira haar vinger in haar rechterhand en even ziet ze een groen licht tussen de vinger van haar vriendin doorschemeren. Dan laat Jakira haar vinger los en Quana staart verbaasd naar de plaats waar het sneetje was. Het is er niet meer.

‘Hoe… ik wou dat ik dat ook kon.’

‘Dat kan je ook, Quana. Maar Jakira staat al verder dan jullie beiden.’

‘Hoe kan dat, Anya?’ vraagt het groenhuidig meisje.

‘Dat is een gevolg van enkele gebeurtenissen in de voorbije jaren. Hierdoor kwamen haar krachten naar boven, zoals op het moment dat haar oude leermeester stierf.’

‘Heb je dat gemerkt.’

‘Dat werd geregistreerd, Jakira. Ook toen je vader gewond was en jij door de schok, je genezende krachten voor de eerste maal onbewust gebruikte. Ook de genetische erfenis van je moeder heeft hier toe bijgedragen.’

‘Mijn moeder? Hoe kan zij…. Ze is toch geen esper…,’ vraagt Jakira.

‘Dat staat in mijn databank. Verdere gegevens moeten opgezocht worden,’ antwoordt Anya.

Even lijkt Anya naar de muur te staren, terwijl hij onzichtbaar communiceert met de centrale computer.

‘Gegevens zullen later beschikbaar gesteld worden,’ zegt hij plots.

Jakira kijkt hem even aan en beseft dat ze op dit moment niet meer te weten zal komen en zwijgt. Anya wendt zich dan tot de drie aanwezige mensen.

‘Volg het programma van jullie hypsoon. Jullie vechten vanaf nu tegen jezelf.’

‘Tegen onszelf. Hoe gaan we dat doen,’ lacht Quana.

Ook Dargo wil iets zeggen, maar ze zien allen hun halografische evenbeelden voor hun ogen materialiseren. Jakira gaat tegenover zichzelf staan, maar voor ze het beseft, valt het halogram haar aan.

‘Pas op. Dit is een van de eerste trainingen. Jullie doel is om zo perfect mogelijk te vechten, zowel met het zwaard als met de blote hand. Jullie evenbeelden leren natuurlijk ook bij. Het is de bedoeling, dat jullie even snel of sneller reageren dan jullie tegenstander.’

Quana en Dargo kijken verbaasd toe. Beide Jakira’s zijn even goed en hun zwaarden flitsen heen en weer. Geen van beiden slaagt erin om doorheen de verdediging van de ander te dringen. Tot de verbazing van haar beide vrienden, beginnen ze nog harder en sneller te vechten.

Quana kijkt even naar Dargo.

‘Wauw. Je vriendin is goed. Ik kan goed vechten maar dat…’

‘Je hebt gelijk, Dargo. We moeten later eens vragen of Jakira ons les wil geven,’ lacht Quana.

‘Eerst zijn wij aan de beurt. Kom maar op,’ zegt Quana’s halogram.

Dargo en Quana gaan tegenover hun dubbel staan en even later zijn ze ook in een hevig gevecht gewikkeld. Ze vechten goed, maar niet zo snel als Jakira. Gelukkig zijn de halogrammen aangepast aan de training van hun tegenstander. Verschillende dagen gaan voorbij, tot Jakira op een dag een fout maakt. Ze moet hierdoor achter uit wijken en nadert de plaats waar Quana aan het vechten is. Quana heeft het te laat gemerkt en haar zwaard suist op Jakira toe. Deze merkt het, maar ze reageert te laat. Haar hypsoon echter niet. Bliksemsnel bouwt deze een energiescherm om Jakira’s lichaam op en het zwaard van Quana ketst er op af.

Verschrikt laten beide hun zwaard zakken.

‘Wat was dat,’ stamelt Quana.

Dargo laat ook zijn zwaard zakken en kijkt naar beide meisjes.

‘Dat was een energiescherm, Quana. Een van de dingen, die jullie hypsoon kan oproepen. Hij kan jullie beschermen als jullie leven in gevaar is. Hij zal jullie ook waarschuwen als er gevaar dreigt,’ zegt het halogram van Jakira.

In het complex is het intussen middag geworden, als Anya plots materialiseert. Hij stopt de oefening en stuurt hen naar de kantine. Ze krijgen zoals de vorige dagen een stevig, maar sober eetmaal.

Jakira fluistert iets tegen Quana en die begint te giechelen. Dargo kijkt hen verbaasd aan.

‘Pak ons als je kan,’ lacht de roodharige hem toe.

Dargo schrikt en ziet hen beiden wegrennen.

Als hij de kantine verlaat, struikelt hij over de voet van Jakira, die lachend op hem neerkijkt.

‘Je moet altijd op je hoede zijn, Dargo.’

Dargo kruipt snel recht, maar de blondine is al verdwenen. Deze maal is hij voorzichtiger als hij hun lachende stemmen volgt. Ze leiden hem naar de trainingsruimte, die nu volstaat met vreemde geometrische vormen.

Maar nu hoort hij hen niet meer. als hij om zich heen kijkt, hoort hij de telepathische stem van Jakira:

‘Als je één van ons kan vinden dan krijg je van haar een kusje.’

Dargo glimlacht, want dat bevalt hem wel. Zo stil mogelijk sluipt hij tussen de voorwerpen door, terwijl hij zijn gedachten afschermt. De eerste die hij plots voor zich ziet opdoemen is, Jakira, maar als hij haar wil grijpen, gaan zijn handen door haar heen.

 

Xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

 

Terwijl onze vrienden nog wat zitten na te praten, komt Anya weer uit het niets te voorschijn.

‘Het is tijd voor jullie volgende lessen.’

Quana staat als eerste op.

‘Wat volgt er nu?’ vraagt ze lachend.

‘Geen training meer, Quana; Maar jullie krijgen een hypnocursus.’

‘Wat is dat?’ vraagt Dargo.

‘Jullie zullen ongeveer drie uur lekker slapen. Maar tijdens jullie slaap wordt met een speciale hypnotechniek grote hoeveelheden leerstof toegediend.’

Een paar minuten later stappen onze vrienden uit een lichtboog in de sector waar de vreemde bedden staan. Jakira gaat als eerste in een van de bedden liggen. Dargo en Quana volgen haar voorbeeld. Quana’s bed is het laatste dat dichtschuift. Een na een vallen ze even later in een lichte slaap, terwijl op enkele apparaten die tegen de wand staan, verschillende lampjes aan en uit flikkeren. Anya lost opnieuw op in het niets en laat hen onder toezicht van de hoofdcomputer achter.

Verschillende uren zijn voorbijgegaan, als de koepels plots weer opschuiven. Een voor een worden ze gewekt. Jakira kijkt even naar haar nieuwe vrienden, maar zegt niets. Stilzwijgend lopen ze naar de kantine. Ze moeten hun nieuwe kennis verwerken.

De eerste les handelde over de geschiedenis van de op Tera geboren mensen, hun oorlogen en hun streven naar vrede, die ze misschien nooit zullen krijgen. Ze maakten de ondergang van de Teranen, ongeveer 30000 jaar geleden bijna bewust mee. Dan volgde de geschiedenis van het ontstaan van de beschaving op Enuron. Toen de planeet nog door een donker wolkendek van de zon afgeschermd. De temperatuur was toen veel kouder en het leven van de menselijke bevolking speelde zich in kleine, tegen elkaar strijdende, groepen af. Vele jaren later werd de toestand beter, tot de zon uiteindelijk door het wolkendek brak. Van dan af bloeide de beschavingen op. Maar ook de strijd om meer macht stak de kop op en zware oorlogen volgden, terwijl roversbenden de streken onveilig maakten. Zo ziet de toestand er op dit moment nog steeds uit.

Onze vrienden kijken elkaar aan, terwijl Dargo voor ieder van hen iets te drinken op de tafel neerzet.

‘Vreselijk. Hoe kunnen de goden die verschrikkelijke dingen toelaten,’ zegt Quana plots.

‘Dat doen ze al miljoenen jaren, Quana. Voor zover mijn gegevensbanken gegevens over het verleden bevatten.’

‘En de toekomst. Ziet die er ook zo uit.’

‘De strijd om de macht zal zich altijd verder zetten. Tot alle leven ophoudt te bestaan. Of alle intelligente wezens zouden zich moeten verheffen uit de primitieve samenlevingen en eerbied krijgen voor het leven.’

‘Dat klopt, Anya. Maar ik denk niet dat dit snel zal gebeuren,’ merkt Jakira op.

‘Dat denk ik ook, Jakira. Er zullen nog vele duizenden jaren verstrijken voor er ook maar iets verandert,’ zegt eens stem plots.

‘Sinaron,’ roept Jakira uit.

De jonge krijger loopt op de tafel toe waar onze vrienden zitten. Quana en Dargo merken al snel dat hij alleen oog heeft voor Jakira. Wat hun ook opvalt, is dat Anya plots verdwijnt.

‘Willen jullie mij volgen?’ zegt de krijger plots, terwijl hij zijn blik van Jakira losmaakt.

Onze vrienden staan op en Jakira loopt op de krijger toe.

‘Waarheen?’ vraagt ze.

‘Jullie keren terug naar jullie familie.’

‘Waarom doet Anya dat niet?’ vraagt Dargo.

‘Sinaron kijkt hem aan en zegt:

‘Dat weet ik niet, maar de tempelwachters zijn opgeroepen. Dus moet er iets gebeurt zijn. Ik weet echter niet meer dan jullie.’

Dan draait hij zich om en de drie anderen volgen hem. Met een overbrenger materialiseren ze in een kleine hal. Hier staat een vreemd apparaat met een geactiveerde purperen lichtboog.

Naast de lichtboog blijft hij staan en kijkt Jakira en beide anderen aan.

‘Ga doorheen de lichtboog, vrienden. Hij zal jullie weer naar de plaats brengen, waar jullie waren toen Anya jullie kwam ophaalde.’

‘Kan ik niet beter naar mijn dorp terugkeren, Sinaron. Mijn broer en zus zullen al wel op weg naar het dorp zijn.’

‘Dat denk ik niet, Jakira. Jullie keren terug vlak nadat jullie in de lichtboog stapten.’

‘Wat?. hoe…’ fluistert Quana.

‘Dat weet ik ook niet. Maar Anya heeft mij gezegd dat het zo is.’

Jakira kijkt even naar Dargo en Quana.

Het groenhuidig meisje heeft dadelijk door wat Jakira verlangd en lacht:

‘Kom, Dargo wij gaan als eersten.’

‘Wacht even. Pas eerst jullie kledij aan, zodat die er hetzelfde uitziet, als die toen jullie hier aankwamen.’

‘Waarom. Dit is toch veel beter.’

‘Dat klopt, Quana. Maar dat zou dadelijk opvallen. Jullie weten toch nog hoe het werkt.’

‘Zeker, Sinaron,’ zegt Dargo en verandert zijn kledij. Dan volgt hij Quana door de lichtboog.

Zodra haar nieuwe vrienden verdwenen zijn, kijkt Jakira naar Sinaron. De krijger stapt langzaam op haar toe en neemt haar in zijn armen. Dan voelt Jakira zijn lippen op de hare en beantwoordt zijn kus. Plots laat hij haar los en wijst op de lichtboog. Jakira kijkt hem verbaasd aan.

‘Ga, Jakira. Als onze meester het toelaat, zie ik je nog wel weer,’ fluistert hij.

Jakira loopt naar de lichtboog en stapt er doorheen.

‘Ik hou van jou,’ hoort hij haar nog zeggen, maar dan is ze verdwenen.

Sinaron blijft naar de lichtboog staren, terwijl deze langzaam in het niets verdwijnt.

‘Je hebt de vrouw van je leven gevonden, Sinaron,’ zegt een stem achter hem plots.

Langzaam draait de krijger zich om en ziet twee vrouwelijke tempelwachters staan. Een ervan denkt hij te herkennen.

‘Kagin,’ zegt hij, maar op hetzelfde moment beseft hij dat het niet kan. Ze is te jong, Achttien of negentien schat hij haar.

‘Mis, Sinaron. Ik ben Arega, haar dochter.’

‘Haar dochter,’ stamelt hij en kijkt dan naar de andere krijgster.

‘Wat… Is zij je dochter,’ vraagt hij dan.

‘Ja, Sinaron. Er zijn al bijna 20 jaar voorbij gegaan, sinds mijn huwelijk met Teson. Jij ziet er echter nog steeds even jong uit.’

‘Zijn er twintig jaar voorbij gegaan. Hoe.,’ fluistert hij.

‘Dat was een mooi meisje, dat je daareven in je armen hield. Wie is zij?’

Sinaron kijkt naar de oudere Kagin.

‘Jakira. Zij is een van de uitverkorenen. Ik moest haar beschermen, maar werd op haar verliefd.’

‘Een uitverkorene. Dan kan je haar beter uit je gedachten zetten. Na haar opleiding staat ze ver boven ons gewone mensen. Bijna zoiets als een godin.’

‘Zo is Jakira niet, Kagin,’ zegt Sinaron wrevelig.

‘Misschien, Sinaron. Ik hoop het, want ik wens je alle geluk toe.’

‘Hoe is het met je man, Teson?’

‘Hij heeft nu de leiding van de tempelwachters. Het zal voor hem wel een verrassing zijn als hij je weerziet.’

‘Laat ons dan maar gaan. Ik wil hem ook wel eens weerzien. Anders heeft Anya misschien weer een nieuwe opdracht voor mij,’ lacht Sinaron.

Intussen is Jakira weer op Enuron gematerialiseerd. Ze kijkt om zich heen en merkt dadelijk haar zus Unka op die naar het huis van Kaïnja’s ouders toeloopt.

‘He, zou Unka mij gevolgd hebben.’ is haar eerste gedachte.

Haar jongere zus voelt echter dat ze bekeken wordt en kijkt plots achterom.

‘Jakira, je…’ schrikt ze.

Jakira heeft haar intussen ingehaald en zegt lachend:

‘Het lijkt wel alsof je een spook gezien hebt.’

‘Je was weg en die man die bij je was. Wie was dat?’

‘Een man, Unka. Welke man? Ik ben hier alleen.’

‘Ik heb hem toch gezien. Jullie waren beiden plots verdwenen.’

‘Je hebt gedroomd, zusje,’ zegt Jakira, terwijl ze innerlijk spijt heeft, dat ze zo moet liegen.

‘Dromen. Nee, zus. Ik droomde niet. Eerst je kleren en nu…. Hier is iets vreemd aan de hand. Maar ik kom er wel achter,’ sist Unka en loopt plots kwaad en mompelend weg.

Jakira volgt haar nadenkend, maar wat moet ze doen. Unka inwijden zou ze niet mogen, maar ze besluit om het toch te doen.

Een week later keren ze weer naar het Naïkon, samen met Kaïnja en haar ouders en nog enkele andere dorpelingen. Zij willen handel gaan drijven met de inwoners van Naïkon. Gedurende de eerste dagen vertelt Jakira haar zus wat ze uitspookt. Unka luistert stilzwijgend. Als ze eindelijk Naïkon, hun geboortedorp bereiken, worden beiden door hun broer van de wagen geholpen. De ouders van Kaïnja gaan naar Nikita en Loran. Junzo en Kaïnja willen trouwen. Jakira zondert zich een paar uur later af en wandelt naar het meer waar ze steeds ging trainen. Haar hypsoon helpt haar om contact op te nemen met het complex Kia-2. Even later wordt een lichtboog gevormd en Jakira stapt erin. Wat ze niet weet is dat haar zus haar gevolgd is. Unka ziet haar verdwijnen en rent wat ze kan. Op het laatste moment springt ze door de lichtboog, die op hetzelfde moment verdwijnt. Jakira materialiseert echter alleen en loopt door de gang, die plots in een rood licht gehuld is. Enkele tempelwachters lopen haar voorbij. Op de vragen van Jakira antwoorden ze niet. Plots staat Sinaron voor Jakira.

‘Kom,’ zegt hij.

Jakira kijkt hem even aan, terwijl hij verder loopt. Dan volgt ze hem.

‘Hij lijkt wel kwaad op mij, denkt ze.

Als ze in een licht grijs gekleurd vertrek aankomen, wendt Sinaron zich tot haar.

‘Jakira, je moet hier wachten. Anya zal later contact opnemen.’

‘Is er iets gebeurd?’

‘Daar kan ik niets over zeggen. Anya zal het wel uitleggen.’

‘En jij. Blijf jij hier bij mij.’

‘Nee, Jakira. Ik moet mijn taken verder zetten.’

‘Dat is spijtig,’ lacht ze en slaat haar armen om zijn nek.

Maar als ze hem wil kussen, duwt hij haar achteruit. Dan haast hij zich om het vertrek te verlaten. Jakira blijft alleen en verward achter. Ze weet niet wat er gaande is. Even wil ze hem achterna rennen, maar dan laat ze het toch maar. Na een tijdje kalmeert ze en langzaam gaat ze op de vloer zitten. In het vertrek staan geen voorwerpen.

‘Weet jij wat er gaande is?’ vraagt ze aan haar hypsoon.

Na een tijdje antwoordt de hypsoon:

‘Nee, Jakira. Het lijkt wel dat de centrale eenheid afgesloten is van de buitenwereld.’

Een paar uur gaan voorbij en plots komen Dargo en Quana binnen. Jakira kijkt hen aan.

‘Weten jullie wat er gaande is?’

‘Nee, Jakira. We zijn hier om onze training verder te zetten. Jij toch ook.’

‘Dat weet ik niet. Ik zit hier al meer dan een uur. Ik weet zelfs niet waar dit vertrek voor dient.’

Quana kijkt Dargo even aan en gaat dan naast Jakira zitten.

‘Hier krijgen we van Anya lessen in het gebruik van onze esperkrachten,’ legt ze uit.

‘Die lessen heb ik nog niet gehad.’

‘Dat weten we. Misschien ben je nu hier om die te trainen.’

‘Maar ik denk dat jij al veel verder gevorderd bent dan wij,’ zegt Dargo.

‘Ik ben al. Nee, dat denk ik niet.’

‘Toch wel, Jakira. Ik moet Dargo gelijk geven. Jij hebt al krachten gebruikt en hoe. Als ik maar half zover zou zijn, dan was ik al gelukkig.’

‘Zo goed ben ik niet, Quana. Maar als we hier zijn om te trainen, waarom is Anya dan niet hier.’

‘Al wat ik weet is dat er iets gebeurd is, maar wat weet ik niet,’ merkt Dargo op.

‘Dan kunnen we beter beginnen met oefenen.’

‘In orde, Quana. Maar je moet dan wel uitleggen wat ik moet doen.’

‘Daar zorgt je hypsoon wel voor, Jakira,’ lacht Dargo.

Jakira volgt het voorbeeld van Quana en Dargo en zit even later naast haar groenhuidige vriendin op de vloer. Door haar hypsoon geleid concentreert Jakira zich. Op een meter voor elk van hen ontstaat een kubus. Quana is het snelst klaar, dan volgen Jakira en Dargo.

‘Wat… Nu al…’

Jakira kijkt beide anderen aan.

‘Nu al. Jullie kunnen dat toch ook.’

‘Ja, nu wel. Maar bij ons lukte het pas na enkele keren.’

‘Laat ons de volgende proberen,’ zegt Dargo.

Quana glimlacht en zegt:

‘Daar zul je het wel moeilijker mee hebben.’

Jakira kijkt haar vrienden even aan en glimlacht:

‘Wat is het?’

Ze sluiten hun ogen en concentreren zich.

Als Jakira van haar hypsoon verneemt wat ze willen vormen, beseft ze dat het deze maal moeilijker zal worden. Zij sluit haar ogen echter niet en voor haar ogen begint de kubus te veranderen in een menselijke gedaante. De drie concentreren zich steeds harder en harder.

Op het hetzelfde moment zijn enkele mensen drie verdiepingen lager druk in de weer. Op een bed ligt een zwaar misvormde menselijk gedaante. Langzaam maar zeker neemt de gedaante zijn normale vorm van een jong meisje aan. De tijd vliegt voorbij.

‘Oef, ik denk dat het geslaagd is,’ zegt een van de tempelwachters, die een hypno-opleiding als genetisch dokter, achter de rug heeft.

‘Controle positief,’ klinkt de stem van Anya, die op dat moment materialiseert.

‘Dat was op het nippertje,’ merkt Kagin op, die naast de deur met enkele anderen stond te wachten.

‘Dat was het zeker. Het scheelde maar een haartje. Nu moeten we afwachten of ze het te boven komt zonder bijwerkingen.’

‘Bijwerkingen,’ vraagt Teson.

‘Mentale problemen. Haar lichaam is in orde, maar we weten niet of haar innerlijk door de techniek volledig hersteld is.’

‘We moeten haar laten rusten. Meer kunnen jullie niet doen,’ zegt Anya.

Alle tempelwachters verlaten het vertrek en begeven zich naar hun kwartieren om te eten en uit te rusten. Langzaam verstrijkt de tijd en plots flitsen enkele lampjes aan op de apparaten die achter het bed van het meisje staan. Op het lichaam van het meisje zijn plots enkele groene lichtvlekken te zien, die even snel als ze verschenen zijn weer verdwijnen. Het is echter door de computer geregistreerd en aan de centrale computer doorgegeven. Een paar seconden nadat de vlekken verdwenen zijn, opent het meisje haar ogen en schrikt even van de vreemde omgeving. Langzaam gaat ze rechtop zitten, terwijl ze beseft dat ze geen kleren aan heeft.

‘Je naam,’ vraagt een stem plots.

Opnieuw schrikt en kijkt om zich heen naar de herkomst van de stem.

‘Je naam, meisje,’ vraagt de stem opnieuw.

Even kijkt ze naar de apparaten en zegt dan:

‘Unka. Wie ben jij?’

‘Je zus en haar vrienden noemen mij, Anya.’

‘Ben jij de vrouw die ik met haar samen gezien heb.’

Even is het stil, maar dan antwoordt de stem:

‘Ja, maar ik ben geen menselijk wezen zoals jij.’

‘Waar zijn mijn kleren?’ vraagt ze plots.

Maar de stem antwoordt niet. Unka laat zich dan maar op de vloer, die warm aanvoelt, zakken.

‘Deze hypsoon is voor u,’ zegt Anya en wijst naar de tafel waarop ze lag. Unka kijkt om en plots ziet ze een Pentagon-vormig voorwerp op de plaats waar ze zat, uit het niets opduiken. Even kijkt ze naar Anya, maar die is alweer verdwenen.

‘Hoe doet zij dat,’ fluistert ze, terwijl ze het voorwerp voorzichtig vastneemt.

Ze bekijkt het nieuwsgierig van alle kanten.

‘Wat is dat nu weer voor iets?’ fluistert ze.

Ik ben je helper en leermeesteres.’ hoort ze het ding plots zeggen.

Bijna laat ze het vallen, zo schrikt ze.

Plaats mij tegen de achterkant van je nek.’ hoort ze de stem weer.

Unka doet het en voelt zich plots helderder.

‘Nu nog kleren vinden,’ denkt ze.

Niet nodig, Unka. Welke kleren wil je dragen?

‘Wat…’

Neem het beeld van de kledij die je wenst in gedachten.’

Verbaasd denkt Unka na en probeert het beeld voor haar ogen te brengen van de kleren die ze droeg toen ze, achter Jakira, in de lichtboog stapte.

Haar huid kittelt op de plaatsen waar de uit het niets ontstane stof over haar lichaam schuift. Dan heeft ze de kledij aan die ze zich inbeeldde.

‘Haha, zie je wel. Ik heb niet gedroomd. Zo doet Jakira, dat dus,’ glimlacht ze.

Dan loopt ze naar de deur en stelt verbaasd vast, dat deze automatisch openschuift.

‘Dat lijkt wel tovenarij.’

Dat is het niet, Unka. Onze techniek zorgt daarvoor. Als je wil kan ik je meer uitleg geven.

‘Dat is niet nodig, ik wil naar mijn zus. Weet jij waar ze is?’

Zeker. Maar u heeft geen toestemming om….

‘Toestemming of niet. Ik wil naar Jakira,’ sist Unka, terwijl met haar voet op de vloer stampt.

Even hoort ze niets van haar hypsoon, maar dan hoort ze hem zeggen:

Toestemming verleent.

‘Wat zeg je?’

We hebben toestemming van de centrale eenheid. Heb nog even geduld, Unka. Ik zend iemand om je te begeleiden.’

Even wordt de blauwe afsluiting bijna geheel doorzichtig.

‘Ha, je bent die jonge vrouw waar Anya het over had.’

Unka knikt verbaasd.

‘Kom dan. Mijn naam is Arega.’

Aarzelend stapt de zus van Jakira door het licht doorzichtig scherm.

‘Ik ben Unka,’ zegt ze met trillend stem, want als ze naar beneden kijkt beseft ze dat hier gewoon zweeft. Ze ziet alleen een zeer diepe schacht.’

‘En nu,’ vraagt ze.

‘Gewoon denken. Geef me een hand, Unka.’

Voorzichtig neemt Unka de hand vast en beiden zweven omhoog.

Drie verdiepingen hoger stappen ze uit de koker.

‘Wat was dat voor iets. Het leek wel alsof we omhoog gingen,’ mompelt Unka.

‘Dat noemen ze een lift.’

‘Waarheen nu. Het ziet er hier overal hetzelfde uit, behalve die tekens, die op alle hoeken van de gangen staan. Wat betekenen die?’

‘Neem de rechterkant, Unka. Die tekens zijn aanduidingen, waardoor de bemanning weet waar ze zich bevinden.’

‘De bemanning. Zijn hier dan nog andere mensen.’

‘Voorlopig alleen de tempelwachters, zoals ik en de uitverkorenen; zoals je zus. Later komen er nog meer. Maar hun opleiding neemt veel tijd in beslag.’

‘We zijn er bijna,’ merkt Arega.

‘Waar is het?’

‘Die deur links.’

Unka loopt op de deur toe en kijkt naar binnen. Ze ziet echter niemand.

‘Ga maar binnen, Unka. Links, naast de deur, is een ‘venster’.’

Arega volgt de zus van Jakira naar binnen.

‘Waar, Arega. Ik zie hier geen venster.’

De tempelwachtster glimlacht en geeft een gedachte bevel aan haar hypsoon. Een deel van de muur wordt dadelijk doorzichtig. Verbaasd staart Unka door het ‘venster’. Jakira, haar zus en een groenhuidig meisje, met vuurrode haren en een jongeman staan in haar richting, naar iets dat naast het venster staat, te kijken. Jakira lijkt te glimlachen.

Unka bukt zich snel, om niet opgemerkt te worden.

Sta maar weer recht, Unka. Jij kunt hen zien, maar zij zien je niet.

Aarzelend staat Unka recht en kijkt weer naar binnen. Dan schrikt ze hevig. Een dubbelgangster van haar zus loopt naar het midden van de kamer. De jongeman en het groenhuidig meisje staren verbaasd naar de twee Jakira’s.

‘Dat kan toch niet, Arega, of wel?’

‘Ik weet het niet, Unka. Je zus is een krachtige esper. Maar dat ze zo krachtig is om een kloon van zichzelf te scheppen, dat zal Anya ook wel niet weten, denk ik.’

Unka kijkt weer door het venster en hoort een van de Jakira’s spottend vragen.

‘Ben ik de echte?’

‘Of ik,’ gaat de tweede verder, terwijl beiden om elkaar stappen

‘Ze kan nog praten ook,’ stamelt Dargo.

‘Dat zullen we snel weten,’ lacht Quana en loopt op een van beiden toe.

Dan neemt ze de hand van de linkse vast en glimlacht:

‘Zie je wel. Jij bent de echte Jakira.’

‘Zeker van, Quana,’ lacht de andere en grijpt de andere hand van het groenhuidig meisje plots vast.

‘Verschrikt trekt Quana haar beide handen terug en stamelt:

‘Wat, Dargo. Ze zijn allebei echt.’

‘Hoe doe je Jakira dat? Zoiets kunnen wij zelfs niet,’ merkt een verbaasde Dargo op.

Plots loopt een van de twee Jakira’s naar de muur, waarachter Unka staat. De andere Jakira zakt op hetzelfde moment in elkaar en verandert van vorm. Even later is ze in het niets opgelost. Dargo en Quana staren naar de plek waar het laatste restje verdween. Jakira kijkt even indringend naar de muur, maar kan niets zien. Toch weet ze doormiddel van telepathie dat Unka zich achter de muur bevindt en haar aankijkt. Met een ruk draait ze zich om en loopt naar de deur toe. Maar voor ze die bereikt verschijnt Anya en die zegt bevelend

‘Jakira, volg me. De centrale eenheid wil je spreken’

Plaats een reactie