19. Een nieuwe aanslag

‘De rechter, de aanklager en een heel pak anderen, waaronder bewakers, zitten in zware problemen, denk ik. Ik geloof dat alleen een paar meelopers, nog op vrije voeten zijn.’
‘Dat was een verrassing voor die rechter en aanklager, Sorane,’ zegt Malon met een glimlach.
‘Hoe heb je dat kunnen organiseren, roodkop?’ vraagt zijn partner.
Sorane kijkt Raya in de ogen en glimlacht.
‘Nadat ik de wonden van agente Rand genas en het gif vernietigde, sloot ze zich, samen met Deno en zijn zus, bij mij aan. Samen bevrijden wij de gevangenen en brachten verschillende misdadigers naar enkele cellen.’
‘Genas? Wat bedoel je?’ 
‘Ik ben niet meer de Sorane die ik vroeger was, Raya.’
‘Dus ik heb het goed gezien, na jouw bezoek. Erine zat werkelijk terug recht en kon haar benen bewegen.’
‘Je ogen bedrogen je niet, Malon. Maar nu heb ik nog iets anders af te handelen.’
Intussen verschillende kilometers daar vandaan in een luxe villa.
‘Verdomme, die Sorane heeft al onze plannen in een klap de grond ingeboord,’ zegt een van de mannen.
Aqunok kijkt alleen maar vooruit, terwijl hij zijn vuisten van woede balt.
‘Had Jakira maar de waarheid over Sorane vertelt, dan was mijn plan misschien geslaagd,’ denkt hij.
‘Hoe heeft Sorane die gijzelaars kunnen bevrijden?’ vraagt een van de anderen.
‘Omdat ze een esper is, zoals ik. Alleen is ze veel krachtiger. Verdomme!!!’ valt Aqunok woedend uit en slaat met zijn vuist hard op tafel.
Zijn ondergeschikte schrikt hevig, terwijl de baas trillend van woede rechtstaat. Aqunok stapt naar het grote venster toe en kijkt naar beneden.
‘Als we de juiste wapens hadden, dan konden we haar misschien de baas, maar waar moeten we die halen,’ zegt hij.
‘Die hebben we. Een schot tussen haar ogen en ook Sorane Cobanon is er geweest.’
‘Sukkel. Dat hebben enkelen van ons geprobeerd, maar zij liggen in het dodenhuisje,’ snauwt Aqunok.
‘Ze is toch menselijk zoals wij.’
‘Dat was ze, Teruv. Maar nu is ze veel meer. Spijtig genoeg besefte ik dat te laat. Zelfs onze bondgenote heeft zich teruggetrokken.
‘Mij teruggetrokken, Aqunok. Weet je wel wie ik ben?’ zegt een stem kalm.
Alle aanwezigen kijken verschrikt om. Voor hen staat Jakira. 
‘Jij… Je leeft geen minuut langer,’ roept een man, die door toedoen van Sorane die er als Jakira uitzag, verschillende mannen verloor, uit.
Maar Jakira is sneller, met telekinese verbrijzelt ze het wapen, nog voor hij het helemaal uit de holster heeft getrokken.
‘Kalm, Docin. De Jakira, die jij bedoelt, is een bedriegster, die ons, in het lichaam van Sorane, een zware klap bezorgde.’
‘Dat kan niet, Sorane zit in de gevangenis. Hoe?’
‘Jullie baas had daareven gelijk, toen hij zei dat Sorane een esper is. Ze is zelfs een van de besten. Ze weet ook haar verstand te gebruiken.’
‘Ik wilde haar in de gevangenis, Hera Jakira. Maar mijn plan is echter mislukt.’
‘Het was niet jouw plan, Aqunok, die Sorane in de gevangenis deed belanden, maar het hare. Terwijl jullie op haar proces gefocust waren, bevrijdde zij de gevangenen, uit jullie handen, in mijn gedaante. Zij dode verschillende mannen van Docin, waardoor die mij wou doden toen hij mij zag. Maar ik vergeef hem daarvoor.’
‘Hadden we geweten wie ze was, dan hadden we het anders kunnen aanpakken.’
‘Misschien, maar ik weet niet of dat een ander resultaat zou gehad hebben. Sorane heeft mij kunnen vastzetten, door drie van mijn sterkste tegenstanders in leven te laten. Het was mijn plan dat zij hen alle drie zou doden, maar het liep anders. Hierdoor moest ik mij eerst op mijn tegenstanders concentreren. Maar dat koste kostbare tijd en liever dan door mij vernietigd te worden zworen ze mij trouw.’
‘Maar nu is alles verloren, onze plannen zijn... aarrgh.’ roept Teruv uit, maar een kleine energiebol maakt een eind aan zijn misdadig leven.
‘Zulke taal duld ik niet. Wie het wil opgeven hoeft het maar te zeggen,’ zegt Jakira kwaad, terwijl Teruv’s lichaam tot stof uit een valt.
Enkelen kijken even naar de plaats waar het stof ligt, maar zeggen niets.
‘Goed, dan kunnen we misschien in actie komen.’
‘Zeg maar wat,’ merkt Aqunok op.
Jakira kijkt hem even met een koele blik aan, maar zegt niets.
‘Voorlopig heb ik je nog nodig, idioot, maar als mijn plannen verwezenlijkt zijn, dan vermorzel ik je als een luis. Maar je informatiedrager zal mij als Dor’zun voor eeuwig moeten dienen,’ denkt ze.
‘Als ik het niet mis heb, bevinden ze zich nog steeds in het gerechtsgebouw.’
‘Dat klopt, Jakira,’ antwoordt één van de lijfwachten, die voor een beeldscherm zit.
‘In orde. Dan wordt daar de strijd gestreden. Als ze buiten komen, mag geen van hen levend het plein verlaten. Zet al wat je hebt in, Aqunok.’
‘Wat? Dat kan je toch niet…’
‘Toch wel, Aqunok. Deson, hier heeft gelijk, al bedoelt hij iets anders. We moeten onze plannen versnellen. Vandaag is het de grote dag. Als we de overwinning behalen, dan hoort dit nietige planeetje mij toe. Of moet ik een andere leider kiezen,’ zegt Jakira kwaad.
‘Dat is niet nodig, Hera Jakira. We zullen deze opdracht met succes uitvoeren. Daar kan u zeker van zijn.’
‘In orde. Doe wat ik gezegd heb. Ik en mijn lijfwachten gaan intussen Sorane haar verdiende loon bezorgen.’
Aqunok kijkt Jakira aan en ziet haar nog juist dematerialiseren. Even is het stil in de kamer, maar dan klinkt de stem van de baas weer standvastig.
‘Jullie hebben het gehoord, Wij moeten de vrienden en medestanders van Sorane voor onze rekening nemen. Breng jullie mannen die in die omgeving zijn, op de hoogte van de opdracht. Zij moeten in de omgeving van het plein postvatten. Geef hun de foto’s van de doelwitten door.’
‘En de politie.’
‘Als die tussen beide komen, knal je ze gewoon neer.’
‘Agenten neer knallen. Ben je gek…’
‘Nee, zo luiden de bevelen. Als het je niet bevalt, ga dan naar Jakira. Zij is de baas.’
In de buurt van het gerechtsgebouw is het nogal druk. Verschillende mensen lopen in en uit. Ook agenten. Een aantal ervan haasten zich omliggende gebouwen binnen. Zonder dat iemand het merkt, verschijnen ze gewapend met wapens met een vizier op de daken. Maar Deno, Erine en de anderen lopen al over het plein op de zwevers toe. Sorane heeft intussen met Malon en Raya de gevangenen weer opgesloten en zijn op weg naar de uitgang. Plots schrikt Sorane en zegt:
‘Verdomme, ze lopen in een hinderlaag.’
‘Wie?’ vraagt Raya.
‘De advocaten en de anderen. Anaya, ik moet hen helpen,’ antwoordt de roodharige. 
Op hetzelfde moment is ze verdwenen.
‘He, hoe doet ze dat?’ stamelt Malon.
‘Kom, we moeten naar buiten.’
‘Oké, Raya. Ik volg je.’
Intussen is Sorane naast haar vrienden gematerialiseerd. Anaya ligt bloedend op de grond. Ze vormt dadelijk een energiescherm om haar zelf, Erine en de gewonde.
‘Ze heeft geen Hypsoon, Sorane. Je had toch beloofd om er een aan mijn zus te geven,’ merkt Erine verwijtend op.
‘Dat heb ik, Erine. Maar ze wilde hem niet, omdat ze mij de schuld gaf, van jouw toestand. Gelukkig heb ik hem in haar jaszak geapporteerd, zonder dat ze het merkte. Hij heeft haar beschermd.’
‘Beschermd, Sorane. Waarom is ze dan geraakt?’
‘Zo erg is het niet, Erine. Ik vermoed dat je haar nog snel in een reflex opzij duwde.’
‘Dat klopt…’
‘En daarbij is ze op de straatstenen gevallen en heeft ze haar arm opengehaald. Haar hypsoon heeft alleen de plek waar ze geraakt werd, kunnen beschermen.’
‘Haar arm. Komt al dat bloed van haar arm? Verdomme, ik dacht dat ze getroffen was. En ze is gewoon met haar arm…. Dat ik dat niet gezien heb.’
Maar Sorane zegt niets, ze onderzoekt de rechterarm van Anaya en stelt al snel vast dat hij niet gebroken is, maar de hoofdadder is wel gescheurd, waardoor haar bloed in korte schokjes over haar arm stroomt.
‘Houd de arm van je zus even vast, Erine,’ zegt ze.
Even kijkt de vrouw naar het bleke gelaat van haar zus, maar neemt dan de arm van Anaya bij de ellenboog en de hand vast. Dan kijkt ze toe hoe Sorane haar handen boven de bloedende arm van de gewonde. Langzaam worden de snede in een groene gloed gehuld en voor de ogen van de verbaasde Erine groeit die langzaam dicht. Als het licht wegtrekt, kijkt ze Sorane dankbaar aan.
‘Dank je, Sorane.’
Erine neemt de Hypsoon snel uit de jaszak van haar zus en druk hem tegen de hals van Anaya, die op dat moment haar ogen opent. De advocate schrikt van het bloed om haar heen.
‘Je hebt een beetje veel bloed verloren, zus. Je had je arm opengehaald, toen je op de grond viel. De wonde bloede zo erg, dat ik dacht dat je geraakt was door een capsule.’
Als Sorane niet gekomen was, had ik het vermoedelijk te laat gezien.’
Even kijkt Anaya naar haar arm, maar ze kan nergens een wonde bespeuren. Toch voelt ze zich zwakker dan anders.
‘Dat leg ik straks wel uit, als je je beter voelt, Anaya. Maar eerst moeten we hier levend weg,’ zegt Sorane.
Zowel Anaya als Erine komen met een schok tot de werkelijkheid terug, want de capsules zoeken nog steeds hun prooien. Alleen slaan ze telkens in de zwevers waarachter ze liggen in. Erine vormt een energiewapen en opent het vuur op enkele schaduwen, waaruit vuurflitsen te zien zijn. Maar haar schoten worden dadelijk beantwoordt en ze hoort de capsules luid in de zwever inslaan. Haar zus kijkt Sorane, die zich weer opricht, dankbaar aan.
‘Sorane. Ik moet je mijn veron…’
‘Spreek niet verder, Anaya. Je hebt het mij beloofd,’ zegt Sorane streng, maar is op hetzelfde moment verdwenen.
De advocate schrikt hevig en sluit haar mond.
‘Belofte, Anaya. Welke?’
Anaya legt haar zus in een paar woorden uit wat ze Sorane moest beloven.
‘Dan is alles goed, zus. Ik ken haar al iets langer dan jij. Ze weet dat je er spijt van hebt, maar wil dat jij zelf bewijst dat je haar vertrouwen waardig bent.’
‘Is ze dan die huurmoordenares niet? Wie is ze dan werkelijk, Erine?’
‘Dat zal je later wel ondekken… Ha, daar hebben we Seana en Deno ook.’
‘Hallo, Erine. Hoe is het met je zus, we zagen haar vallen. Is ze getroffen?’
‘Zoiets, maar Sorane heeft haar snel even verzorgd.’
Seana glimlacht even en kijkt om zich heen. Overal ziet ze doden en gewonden liggen. De schutters sparen niemand, terwijl iedereen probeert van het plein af te komen. Onze vrienden liggen intussen in dekking achter een fontein in het park, maar die wordt door verschillende capsules geraakt, terwijl de stukken eraf vliegen.
‘We moeten hier weg, Seana. Misschien dat gebouw achter ons.’
Seana knikt.
‘Dat lijkt mij het dichtsbij. Ga jij eerst. Ik zal je dekking geven.’
Erine kijkt even naar haar zus.
‘Oké, geef een sein als je klaar bent.
‘Een, twee, drie…’ roept Seana en opent het vuur op enkele schutters, die in dekking moeten. Seana is echter opgesprongen en rent naar het gebouw toe. Rechts van haar ziet ze plots een gewapende man, die zijn wapen op haar probeert te richten, maar zij is sneller. De energiestraal doorboort zijn borst. Dan duikt de agente door de openstaande deur en rolt over de vloer.
Op dat moment materialiseren vijf gedaanten. Jakira en vier lijfwachten. Ze zijn allen met energiezwaarden gewapend. Sorane heeft dit niet gemerkt omdat ze zich diep concentreerde. Even worden haar vrienden door een licht blauwe gloed omgeven, dat al na een paar seconden wegvalt. Een telepatisch bevel van Sorane is genoeg om hen een signaal te geven. Als eerste springt Deno op en rent al schietend naar het dichtstbijzijnde gebouw toe. Dan volgen de anderen. Ze lopen doorheen de regen capsule die de schutters hen najagen. 
Sorane vuurt vanuit haar dekking terug om de schutters in dekking te dwingen, maar ze beseft dat het er te veel zijn. Ook Erine heeft het gezien en vuurt nu vanuit het gebouw naar de schutters. Dan schrikt ze als ze Heyan ziet neerstorten en doodstil blijft liggen. Seana en Rouso worden nu plots hevig onder vuur genomen. Anaya, haar zus, rent als eerste op Erine en het gebouw toe, even later gevolgd door Rouso en dan Seana. Met doodangst staart Erine, naar Seana die plots een verschillende keren, telkens als ze getroffen wordt, schokt en dan in elkaar zakt. Rouso heeft Anaya bijna ingehaald, als ook hij een kreet slaakt en in elkaar zakt.
Alleen de advocate raakt binnen.
‘Laat je vallen snel, Anaya,’ roept Erine, terwijl ze opnieuw het vuur opent. Dan hoort ze achter zich een kreet en kijkt om. Ze ziet haar zus wankelen en neervallen. Op verschillende plaatsen ziet ze, bloed tussen de kleren van de advocate uitstromen.
‘Verdomme ze hebben ons bijna allen,’ fluistert ze.
Met tranen in de ogen kijkt ze naar Seana die roerloos op de stenen ligt. Ze zou naar haar toe willen, maar ze kan het niet wagen.
‘Ze zullen boeten, Seana,’ zegt ze met trillende stem.
Als ze haar wapen richt, merkt ze Seana’s haar broer op, die bijna het gebouw aan de andere kant van de straat bereikt heeft. Maar juist voor hij de deur bereikt, begint hij te wankelen en zakt plots in elkaar. 
‘Deno. Nee…,’ roept Erine uit.
Sorane lijkt het niet gemerkt te hebben, want zij loopt naar Jakira toe. Verschillende politiezwevers komen intussen toegesneld. Onder hevig vuur rennen ze naar de deuren van de gebouwen toe, terwijl anderen de daken onder vuur nemen. Ook Malon en Raya hebben het dak bereikt en kijken om zich heen. Maar enkele schoten dwingen hen in dekking. Gelukkig werden ze door hun Hypsoon beschermd. Hun schoten dwingen de schutters uit hun dekking. Drie van hen kunnen de ingang van de trap bereiken, terwijl er vier blijven liggen. Maar ook Raya en Malon naderen de ingang. De drie openen opnieuw het vuur als ze de twee opmerken. Maar hun schoten deren Malon of Raya niet. Als de energiestralen van Malon en Raya naast hen in de muur inslaan, werpen ze plots hun wapens weg.
‘Niet meer schieten, we geven ons over,’ zegt een van hen.
Beide agenten boeien de drie snel en haastten zich verder naar de dakrand. Als ze naar beneden kijken schrikken ze. Hun nieuwe vrienden liggen dood op het plein. Ze zien Sorane, die alleen overblijft naar op Jakira toelopen.
‘Daar zullen ze voor boeten,’ zegt Raya woedend.
Malon volgt haar, terwijl ze achter de dakrand naar de zijkant van het gebouw toeloopt. Hier knielen ze en kijken voorzichtig naar de andere gebouwen. Hun Hypsoon projecteert dadelijk een 3d zicht, waarop de schutters, die hun post nog niet verlaten hebben, aangegeven zijn. De twee agenten nemen hen dadelijk onder vuur. Ook andere agenten hebben de daken bereikt en openen het vuur op de mannen die hun collega’s genadeloos neerschoten.
Sorane staat intussen ongewapend op een paar passen van Jakira en kijkt de vrouw aan. Ze herkent zichzelf, zoals ze er vroeger uitzag, maar deze vrouw is helemaal anders dan zij. Om de macht te verkrijgen die ze nastreeft, gaat ze over lijken. Iets wat zijzelf nooit gewild heeft. Ze voelt iets vreemds aan de blondine, een vreemde kracht die zeer oude herinneringen oproept. Maar ze kan ze niet thuisbrengen. Nog niet.
Ook Jakira kijkt naar de roodharige vrouw. De drang om haar te doden is zo sterk, dat ze er met woest geweld op los zou willen slaan.
‘Ik mag mij niet laten afleiden. Mijn gevoelens moet ik beter beheersen, anders zou Sorane misschien wel de kans krijgen om mij te overwinnen. Nee. Zij moet sterven, om mijn kracht te bewijzen. Als ik haar dood, dan ben ik de machtigste in deze sector. Zelfs T’naka zal moeten buigen. O, wat verlang ik naar die dag,’ denkt ze.
Sorane kijkt even naar de vier lijfwachten, die haar strak aankijken.
‘Durf je het niet alleen,’ spot ze.
Jakira wil antwoorden, maar schrikt als ze merkt dat het schieten opgehouden is. Ze scant haar omgeving en vloekt. Haar aanhangers zijn gevangen of gevlucht.
‘Sorane, ik heb je onderschat. Gelukkig hebt ik Tena eerst laten weten waar jij je zou bevinden. Als ze komt, dan zal jij je moeten verantwoorden, om wat zij denkt dat jij gedaan hebt. Hopelijk doden jullie elkaar. Alleen is op dit ogenblik mijn tijd is nog niet gekomen,’ denkt ze, terwijl ze een stem hoort zeggen.
‘Hallo, Sorane. Eindelijk heb ik je weergevonden. Deze maal ben je alleen, dus je komt hier niet levend weg.’
De Jakira kloon glimlacht als ze Tena achter Sorane ziet naderen. 
‘Ik laat je aan je oude vriendin over, Sorane. Je zal haar moeten doden of gedood worden,’ roept Jakira grijnzend.
De roodharige kijkt haar verast aan.
‘Durf je zelf niet, machtige,’ roept Sorane spottend terug.
Even wil Jakira zich op haar storten, maar bedenkt zich en een seconde later is ze, met al haar aanhangers, verdwenen. Sorane kijkt even naar de plaats waar ze stonden. Dan hoort ze Tena zeggen:
‘Verdedig je nutteloze leven, moordenares.’
Zonder om te kijken zegt Sorane:
‘Ik vecht niet tegen mijn oude vriendin, Tena.’ 
‘Noem mij niet zo, Sorane. Ik ben nooit je vriendin geweest en zal dat ook nooit zijn. Vecht of ik dood je dadelijk ter plaatse.’
‘Dus je bent werkelijk een dienares van de zwarte weg geworden, Tena.’
Tena die zich op Sorane wil storten schrikt even, want ze beseft dat wat haar tegenstandster zegt, waar is. Ze haat haar en haat leidt naar de zwarte weg. Maar dan herpakt ze zich en springt op Sorane toe.
Tussen beide barst een hevig gevecht los. Tena is woest en vecht al haar vaardigheden. Hun zwaarden raken elkaar sissend, terwijl vuurbollen en energiegolven op Sorane toeschieten. Maar Sorane wordt door een krachtig energiescherm beschermd of ze duikt ze telkens juist op tijd weg. Dit tot Tena’s verbazing. Hoe Sorane weet dat ze moet wegduiken is een raadsel voor haar, tenzij Sorane ook een esper is als zijzelf.
Toch verrast ze Sorane plots en die valt op de grond, terwijl haar energiezwaard wegrolt. Tena heeft alleen oog voor haar vijand, zodat ze niet merkt dat de cilinder verdwijnt. Dan heft ze haar wapen, maar als ze wil toeslaan, zegt Sorane:
‘Dood mij, Tena en de echte Jakira zal je nooit vergeven. En Dargo en Arjina ook niet.’
Ontsteld schakelt Tena haar energiezwaard uit, want ze kan haar armbeweging niet meer ongedaan maken. Hierdoor raakt ze Sorane zelfs niet. Ze ziet haar vijand glimlachen en dat wekt haar woede weer op. 
‘Ze zijn dood, roodkop en daarvoor zal jij hier en nu sterven.
Dadelijk activeert ze haar energiezwaard weer en kijkt haar tegenstandster uitdagend aan.
‘Laat ons stoppen, Tena. Ik wil je niet als een vijand zien.’
‘Ik wil dat wel, of word je soms moe, ik kan het nog lang volhouden, Sorane.’
‘Mag ik je iets tonen, oude vriendin van mij?’
Tena is woedend.’
‘Waag het nooit meer om mij zo te noemen.’
‘En als ik het toch doe, wat dan? Ga je mij dan tweemaal doden.’
‘Tweemaal, een maal zal wel volstaan denk ik. Maar wat wil je mij tonen, Sorane?’
‘Dit, Tena.’
Tena schrikt hevig als ze zich plots niet meer kan verdedigen. Haar wapen heeft zichzelf gedeactiveerd en iets houdt haar gevangen. Ze kan haar armen niet meer bewegen.
Ze staart haar tegenstandster recht in de ogen en roept in machteloze woede uit:
‘Dus met een technisch krachtveld heb je Dargo en Arjina kunnen doden. Dood mij dan ook maar.’
‘Ik dood niemand die weerloos is, Tena. Maar alleen in gevecht en als er geen andere mogelijkheid is.’
‘Wat dan, als je dat krachtveld uitschakelt dan sta ik weer voor jou en ik zal strijden tot een van ons dood is. En zelfs als jij mij dood, dan zullen mijn andere vrienden komen. En Unka is bijna zo goed geworden als haar zus Jakira vroeger was.’
‘Unka.’
‘Ja, zij is nu onze leidster. Als het moet zal zij mij en beide anderen wreken.’
Sorane trekt haar krachten terug en kijkt Tena met een glimlach aan. Tena activeert haar wapen en wil op Sorane afstormen.
‘Ik denk dat Unka, jullie nieuwe leidster, niet zo tevreden zal zijn als je haar zus dood, Tena.’
Even weet Tena niet wat te denken, maar de glimlacht ze.
‘Ze zal mij steunen, Sorane. En als jij mij verslaat, dan zal ze je zelf bestrijden.’
‘Scan mij, Tena,’ hoort ze haar plots zeggen. 
Even weet ze niet wat te doen en staart haar tegenstandster strak aan.
‘Scan mij. Maar ik zeg het geen derde maal. Als ik mijn wapen activeer, dan zul je nog veel meer je best moeten doen, dan een paar minuten geleden. Je bent zo verblind door je wraak en verdriet, dat je zelfs niet gemerkt hebt dat ik met je speelde om je te testen. Ik ben ook een esper zoals jij,’ zegt Sorane.
Tena kijkt haar verschrikt aan.
‘Dus toch. Ik vermoede het al,’ denkt ze.
Even wil ze weer aanvallen, maar ze bedenkt zich. 
‘Het kan geen kwaad om haar even te scannen. Misschien kom ik achter haar bedoelingen en mogelijk zelfs haar zwakke plekken.’
Dan spant ze zich in met al haar kracht en dringt de gedachten van Sorane binnen. Ontsteld neemt ze een deel van de kennis van Sorane in zich op en kijkt met verbijsterde blik naar de roodharige. Plots ziet ze ook wat haar tegenstandster zag voor Dargo en Arjina gedood werden. Ze ziet hun gevecht tegen Jakira en de Volkors, tot Sorane in de opengebarsten aarde viel.
Tena wankelt achteruit, terwijl ze haar energiezwaard uitschakelt en aan haar riem bevestigd.
‘Is het dan toch waar, Sorane? Zat ik echt achter de verkeerde? Heb ik mij zo laten verblinden door de haat en woede?’
Sorane knikt alleen maar. Tena weet niet hoe zich te gedragen. Ze zag Sorane als haar vijand en nu is alles plots anders geworden. Ze wankelt naar een bank toe die langs de kant van het pad staat en laat zich erop neervallen.
‘Kan je me vergeven, Sorane?’ fluistert ze.
‘Dat heb ik al, vriendin.’
Tena kijkt Sorane in de ogen. 
‘Maar ik ben echter niet meer diegene die lang geleden was.’
‘Dat ben je nog steeds, vriendin. Maar ik vrees dat je jezelf weer zal moeten hervinden, door opnieuw van je woede en haat af te komen, Tena. Alleen dan kan ik terug de vriendin worden die ik ooit in een andere gedaante was,’ zegt Sorane, terwijl ze naast Tena gaat zitten.
 ‘Ik weet niet of mij dat gaat lukken, Sorane. Ik word opgespoord als een winkeldievegge, want ik had kleding nodig, toen Anya het liet afweten.’
‘Dan hebt je een schuld bij die mensen, die moet betaald worden, Tena. Maar als je fouten toegeeft, dan ben je alweer op de goede weg.’
‘Dat zal mijn eerste doel zijn, roodkop.’
‘Als je mij nog een maal zo noemt, dan breng ik je persoonlijk naar een cel.’
‘En je zou dat nog doen ook, denk ik.’
‘Zeker, want je hebt de wet overtreden.’
‘Het spijt me. Ik zal de mensen van die winkel vergoeden. Toch is er iets dat me niet duidelijk is?’
‘Wat dan?’
‘Maar ik voelde nog veel meer toen in je scande, alsof ik je jaren gekend heb, maar ik kon niet achterhalen wie je was.’
‘Je streed aan mijn zijde, Tena. Mijn zus is nu mijn plaatsvervangster, zoals je daareven zei.’
Verbaasd stamelt ze.
‘Je sprak dus de waarheid, toen je dat zei. Jij bent een wedergeboorte van Jakira. Hoe kan dat? En die andere dan?’
‘Dat is een kloon van mijn oude lichaam. Ik ben nu Sorane Cobanon, Tena. Jakira’s identiteit maakt nu zoals die van Megan deel van mij uit.’
‘Een kloon. Dat zou iets kunnen verklaren, maar niet alles. Hoe kan een kloon een identiteit in zich hebben? Dat kan toch niet.’
‘Dat zullen we ooit wel weten, Tena. Maar ik weet nog niet alles, ik hoop dat ik op Delos meer informatie zal weten te vinden.’
‘Delos! Bestaat dat fabeltje dan echt.’
‘Hopelijk wel, want anders zal mijn leven van korte duur zijn. Ik kan mijn samensmelting met dit lichaam maar ongeveer twee jaar in stand houden. Zodra ik alle voorbereidingen afgewerkt heb moet ik naar Yharven.’
‘Yharven, is dat geen amazone planeet?’
Sorane knikt lichtjes.
‘Dat zal niet eenvoudig worden, de amazones zijn nogal vijandig tegenover ons.’
‘Het zal wel lukken, Tena. Maar laat die valse Jakira voor mij,’ zegt Sorane glimlachend, terwijl ze omkijkt.
‘Misschien toch niet, Sorane. De amazonestammen zijn in twee partijen verdeeld. Vier stammen geloven niet dat die blondine de verhevene is. Zij worden door de zeven andere stammen gemeden.’
‘Een reden te meer om daarheen te gaan, Tena.’
‘Dit is nogal een brok om te verwerken, collega roodkop. Eerst wilde ik je doden, maar nu blijkt dat jij de waarheid sprak en ooit zelfs mijn beste vriendin geweest bent.’
Even kijkt Tena om zich heen en ziet de vrienden van Sorane in hun bloed op de straat liggen.
‘Het spijt me van je vrienden. Als ik je geholpen had, leefden zij nog steeds.’
‘Die gedaanten die op het plein in hun bloed liggen, dat zijn mijn vrienden niet, Tena.’
Op dat moment Malon komt gevolgd door Raya uit het gebouw. Hij knielt naast Deno neer en tast naar zijn hals. Plots schrikt hij. Het lichaam voor hem krimpt in elkaar en vervalt tot stof. Raya die voor Seana staat verstijfd als ook dat lichaam tot stof vergaat.
‘Sorane, wat was dat?
‘Een lichaam van vormenergie, Raya. Onze echte vrienden zijn in veiligheid.’
‘Leven ze dan nog?’
‘Zeker.’
‘Waar is Seana, Sorane? Ik zag dat ze getroffen werd,’ roept een bezorgde, van angst, trillende stem uit.
‘Seana is in veiligheid, Erine. Ik moest zeer snel optreden om hen te redden, en hen te laten denken dat ze gedood zijn. Alleen was jij in dat gebouw, anders was je nu bij hen geweest.’
‘Was Seana dat dan niet echt?’ stamelt Erine.
‘Sorane speelt soms graag spelletjes, agente Rand. Zelfs met haar vrienden.’
Erine kijkt de vreemde vrouw aan:
‘Wie??? O, nu herken ik je. Jij bent die vrouw, die Sorane wil doden. Tena, als in het niet mis heb’
‘Je hebt een goed geheugen, agente. Maar je hebt het juist. Ik zit niet meer achter jullie vriendin aan.’
‘Heb je het goed gemaakt met Sorane, roodkop?’
‘Ik zal mijn uiterste best doen om weer op de goede weg te raken, agente.’
‘Haar naam is Erine Rand, Tena. Het spijt me, maar ik wilde Jakira laten denken dat ze ons bijna allemaal gedood hadden.’
‘Dus ze zijn werkelijk nog in leven, Sorane.’
Voor Sorane kan antwoorden zegt Tena:
‘Het spijt me van mijn woorden, Erine. Ik was verkeerd. Jullie vertrouwden Sorane en wilden voor haar vechten. Dat vertrouwen heb ik ook ooit bezeten. Maar dan veranderde alles en ik wilde alleen nog wraak en alles viel uit elkaar. Het zal lang duren voor ik ook jullie vertrouwen waart ben.’
‘Alle begin is goed, Tena,’ zegt Erine, terwijl ze Tena een hand aanreikt.
Met tranen in de ogen neemt Tena de hand vast.
‘Zo te zien, ben je terug op de goede weg, vriendin. Je “oud” vriendje Rondo zal blij zijn.
Tena verstijft, als ze de stem herkent, die de woorden achter haar uitspreekt.
‘Dargo, ben jij dat?’ stamelt ze schrikkend en draait zich niet gelovend om.
Op een paar passen van haar staan haar beide ‘dode’ vrienden. Dargo en Arjina.
‘Jullie leven? Hoe?’
‘Dankzij Sorane, Tena. Zij vormde klonen en liet die blonde kloon geloven dat ze ons dode. Dat deed ze ook met haar vrienden op het plein.’
‘Wij werden intussen door de gewezen volkors verzorgd.’
‘En ik geloofde het nog ook. Sorane, waarom heb jij dat niet dadelijk gezegd.’
‘Je gaf me de kans niet, Tena.’
Even zegt Tena niets, maar staart Sorane nadenkend aan.
‘Het spijt me, Sorane. Ik haatte je vanaf dat moment met heel mijn hart en nu…’
‘Nu wordt het tijd om weer de juiste weg te bewandelen, Tena,’ zegt Arjina.
Tena kijkt de andere roodharige in de ogen.
‘Dat is iets dat ik alleen moet doen, vrienden. Zelfs Rondo, mijn geliefde, kan mij niet helpen.’
Sorane stapt op haar toe.
‘Jij bent een sterke vrouw, Tena. Ik weet dat je zult slagen en weer aan onze zijde zult staan.’
‘En Anya.’
‘Als zij dit kristal krijgt, dan zal zij iets later op de hoogte van zijn ware aard. En als ik erin slaag om Delos te bereiken, zal ik zorgen dat zij weer een verbinding kan leggen.’
Tena knikt.
‘Dat kristal in je hand bedoel je. Is dat dan zo belangrijk.’
‘Voor Anya wel?’ zegt Dargo.
‘Dan kunnen jullie haar dat…. Ach zo. Jullie gaan niet terug naar Anya?’
‘Nee, we hebben besloten dat we ons bij de mensen van Sorane nuttiger kunnen maken. Misschien kunnen we Unka en de anderen ook overtuigen om dat te doen.’
Plots merkt Tena, Erine op die op Sorane toe komt.
‘Wat is er met Seana en de anderen? Als ze nog leven, waar zijn ze dan?’
‘Onze vrienden zijn veilig zoals ik al zei, Erine. Je kan best aan Anya vragen om een overbrengersveld te openen naar Seana of een van de anderen. Dan zijn jullie weer samen. Malon en Raya heb ik hier nodig.’
‘Ben jij nu ook al hun baas, Sorane?’
‘Niet echt, Tena. Maar deze twee werden niet gedood, dus ze kunnen overal rondlopen. En jij, Erine zou nu al in het ziekenhuis je laatste adem moeten uitgeblazen hebben. Dus…’
‘Dat klopt. Maar wat ben je met je ‘dode’ vrienden van plan.’
‘Zij maken al deel uit van een nieuwe groep die ik wil oprichten, Tena.’
‘Een nieuwe groep, Sorane. Maar is niet beter om samen met onze groep te strijden.’
‘Dat kan niet, Tena. Eerst moet ik mijn krachten volledig onder controle hebben. ‘
‘Of je nu Jakira bent of niet meer. Toen ik vertrok was dat op bevel van Anya. Haar bevel was dat ik jou tot bij haar moest brengen. Maar toen werden Dargo en Arjina gedood en week ik van mijn pad af. Maar dat is voorbij. Dus is het mijn taak om je alsnog tot bij haar te brengen,’ zegt Tena, terwijl ze haar energiezwaard activeert en recht springt.
Sorane kijkt haar vroegere medestrijdster aan.
‘Dat kan je toch niet menen, Tena. Wil je nu weer tegen mij optreden? Ik vecht nog steeds aan jullie zijde.’
‘Waarom sticht je dan een nieuwe groep?’
‘Dat behoort tot mijn nieuwe taak, Tena. Ooit heeft Tara Niyanta een machtige constructie laten bouwen en nu moet ik die zien te vinden voor T’naka dat doet. Mijn nieuwe basis maakt er deel van uit. Zelfs Anya is er een deel van. Maar ik heb mensen nodig die ik hiervoor moet opleiden. Mijn eerste taak zal erin bestaan om dat object op te sporen en dan te verdedigen.’
‘Dat kunnen wij toch ook.’
‘Dat klopt, Tena. Maar ik moet mijn weg gaan, zonder jullie. Voorlopig kan het niet anders. Jou vergezellen zou me afleiden van deze weg die naar Delos moet leiden. En dan is het misschien te laat.’
‘Leg dat maar aan Anya uit.’
‘Nee, Tena. Niet nu. Ik denk niet dat Anya je zal toelaten, want zij heeft je Hypsoon ontnomen.’
‘Dat is juist, Sorane. Maar dat is gedeeltelijk mijn fout, maar zal ik mijn plaats weer verdienen. Als je mij niet bedriegt, Sorane of Jakira. Want diegene die jij een kloon noemt lijkt meer op Jakira dan jij,’ zegt Tena.
‘Mijn naam is Sorane, Tena. Jakira is dood, of toch haar lichaam,’ antwoordt Sorane, terwijl ze Tena afwachtend aankijkt.
Die twijfelt nog steeds.
Als jij werkelijk mijn oude vriendin bent, dan wil ik bewijzen zien,’ zegt deze.
‘Nee, dat kan ik niet op dit moment. Heb je je lesje nog niet geleerd, Tena? Ik kan niet met jou meegaan. Als ik in orde ben en die kloon van Jakira vormt geen gevaar meer, dan zal ik me bij Anya melden. Maar niet eerder,’ zeg Sorane en teleporteert.
Maar het lukt haar niet, ze verdwijnt wel, maar botst ergens tegen en valt op de grond.
‘Jij gaat mee. Ik wil dat Anya bevestigd dat jij het werkelijk bent,’ zegt Tena koppig.
Tena schrikt even van Sorane’s blik, als deze haar aankijkt. Sorane zegt niets, als ze haar energiezwaard activeert.
‘Sorane, wat doe je?’ zegt Tena verschrikt.
‘Ik ga niet mee. Niet nu. Als jij niet wil, dan...’
‘Worden jullie beiden dat gekibbel nu niet moe. Als ik het goed begrepen het dan waren jullie ooit in het verleden vrienden.’
Even kijkt Sorane naar Malon. Ze lijkt wel door hen heen te kijken, maar plots deactiveert ze haar wapen.
‘Je hebt gelijk, Malon. Als je eens wist hoelang al. Het kan ook anders,’ glimlacht ze plots.
Dan kijkt ze Tena aan, die haar energiezwaard uitschakelt.
‘Ga en meldt Anya wat ik gezegd heb...’
‘Dat kan niet, Sorane. We moeten…’
‘Niets, Tena. Jij hielt me tegen met een antiveld, Maar zoiets kan ik ook,’ zegt Sorane met een glimlach en concentreert zich. 
Op hetzelfde moment heeft Sorane haar in een sterke telekinetische greep. Tena zet al haar krachten in om de greep te verbreken, maar Sorane is te sterk. Veel sterker dan ze zich herinnert. Ze activeert haar energiezwaard, maar het werkt weer niet. 
‘Hoe doet ze dat toch? Dit is al de tweede maal dat ik het niet kan activeren,’ denkt ze.
‘Zoals je al weet heb ik de identiteit van je vriendin Jakira in mij opgenomen. Maar iets later ook de identiteit van Megan.’
‘Megan, toch niet de machtige….. Nee, is het werkelijk waar. Dat zijn de delen van een machtige identiteit.’
Sorane knikt. Raya die naar hun hen beiden kijkt, merkt dat Tena begint te transpireren van inspanning, maar ze geraakt niet uit de greep.
Dan laat Tena haar krachten verminderen en staart Sorane aan. Sorane laat haar vroegere medestrijdster dan ook maar los uit haar telekinetische klem.
‘Laten we het hierbij, of moet ik nog krachtiger weigeren,’ zegt Sorane, terwijl Tena verbaasd naar haar energiezwaard staart, dat nu plots wel geactiveerd wordt. 
Maar dan dringen de woorden van Sorane tot haar door.
‘Zou Sorane? Nee, dat kan ze toch….. Heeft ze die werkelijk in haar opgenomen? O, de negen delen van… Zou Sorane… dat kan toch niet. Ze zei iets van Jakira en ook Megan? Is dat werkelijk mogelijk?’ denkt ze.
‘Nee, het is genoeg voor vandaag. Maar wees er zeker van dat we weer achter je aankom, als Anya dat wil.’
‘Wacht, oude vriendin. Ik wil dat jij dit kristal aan jullie Anya geeft. Zij zal weten wat er moet gebeuren,’ zegt Sorane en geeft een datakristal.
‘Wat staat erop?’ vraagt Tena.
‘Coördinaten en de adressen van haar geheugen banken, waar zij informatie kan vinden over mijn nieuwe basis en gegevens over haar herkomst. Ik wil haar daar over enkele maanden ontmoeten.’
‘Dan kunnen we je daar op je plaats zetten, oude vriendin, want ik vind dat je nogal eerzuchtig geworden bent.’
‘Ik twijfel dat Anya, dat zal toestaan, nadat zij mijn gegevens volledig geanalyseerd heeft,’ glimlacht Sorane en loopt op Raya en Malon toe.
Voor Tena van haar verbazing bekomen is, zegt Sorane:
‘Kom, volg me. Ik wil heb nog iets te doen in het gerechtsgebouw.’
Verbaasd kijken beiden haar aan en volgen haar dan maar.
‘Wat is er met de advocaten en de anderen gebeurt?’ vraagt Malon.
‘Niets, ze zijn in veiligheid.’
‘Maar we zagen hen toch op het plein liggen tot ze in stof uit elkaar vielen,’ merkt Raya op, terwijl ze door de deur van het gebouw lopen.
‘Dat waren klonen, die door enkele delen van mijn identitiet gestuurd werden, Raya. Ik maakte van die aanval gebruik om Jakira te laten denken dat ze hen gedood had. Kom, geef me een hand.’
‘Ik niet, Sorane. Nu ik een nieuwe weg ingeslagen ben, wil ik mijn ouders eens bezoeken.’
Sorane knikt even naar Raya en scant snel of Tena het antiveld nog actief heeft, maar het is uitgeschakeld. Dan neemt ze de hand Malon en kijkt even naar Tena. Op hetzelfde moment zijn ze verdwenen.
‘Misschien was het fout om haar te laten gaan, maar ik zal dit eerst naar Anya brengen. Misschien heeft Sorane wel gelijk. Ik hoop alleen dat Anya mij nog wil ontvangen,’ denkt Tena en maakt zich snel uit de voeten, want ze wil lastige vragen vermijden.
Even kijkt Tena nog om naar Raya, maar die zegt niets. Dan gaat ze maar. Raya kijkt haar even naar als ze om de hoek uit het zicht verdwijnt. In een donker straatje teleporteert Tena. Aan boord van een kleine kruiser wordt ze terug stoffelijk. Tena haast zich naar Anya, die haar afwachtend aankijkt. Tena schrikt als ze merkt dat ze in een blauw veld vastzit.
‘Wat betekent dit, Anya?’
‘Jij bent de andere weg ingeslagen, Tena. Ik kan en mag je geen toegang meer verlenen.’
‘Daar heb ik spijt van. Zelfs Sorane heeft me vergeven.’
‘Je bedoelt Sorane Cobanon, Tena. Dat is echter geen goede aanbeveling. En jij straalt nog steeds een zwarte invloed uit. Ik moet mij volgens mijn programma jouw aanwezigheid ontdoen. Maar je bent niet echt een vijand, dus ik kan je overstralen naar Enuron of wil je een andere bestemming.’
Even zegt Tena niets, maar dan vraagt ze met een licht onderdanige stem:
‘Kunnen we niet even overleggen over wat ik weet en gedaan heb? Sorane Cobanon is zoiets als een reïncarnatie van onze vriendin Jakira.’
Meer dan een minuut staat Anya daar bewegenloos, terwijl Tena haar aankijkt. Diep in haar voelt ze woede opkomen, maar ze onderdrukt die dadelijk.
‘Toegang verleend. Maar onder controle van speciale sencors.’
‘Wat betekent dat nu weer?’
‘Niets, Tena. Zolang je zwarte invloed niet toeneemt, maar als dat het geval is zoals daareven, dan word je dadelijk overgestraald.’
Tena slikt even, want ze beseft dat ze ver van het juiste pad afgeweken is.
‘Ik stem toe, Anya. Maar je moet mijn woede begrijpen. Twee van mijn beste vrienden, die al duizenden jaren aan mijn zijde strijden werden gedood. Ik was ervan overtuigd dat Sorane ze gedood had. Maar nadat ze mij haar liet scannen, zag ik dat ze de waarheid sprak over de dood van de klonen van Dargo en Arjina.’
‘Een scan legt niet altijd de waarheid bloot, Tena. Je kan ook valse gedachten vormen. Maar wat je gezien hebt, klopt echter met mijn gescande gegevens, Tena. In plaats van je woede de overhand te laten halen, had je je met mij in verbinding kunnen stellen. Daardoor zou je geweten hebben wat er echt gebeurd is.’
‘Dat spijt me, Anya. Het was fout van mij, maar toen ik Dargo en Arjina zag liggen, werd het mij te veel. Pas toen Sorane toeliet om haar een paar dagen geleden te scannen, besefte ik wie ze was. Ik zag toen ook de beelden die zij zag tijdens de ogenblikken van de dood van onze vrienden.’
‘Is het waar wat jij daarjuist beweerde, Tena? Of wil je zo de weg naar huis weervinden?’
‘Nee, Sorane is werkelijk onze omgekomen vriendin, Jakira. Maar ze is veel sterker dan vroeger, Maar ze sprak ook over iets als verschillende delen die in haar samengevoegd zijn. Waaronder een identiteit Megan.’
‘Dat is zeer belangrijk nieuws, Tena. Dat zou kunnen verklaren waarom uit mijn gegevens blijkt dat Sorane het gemakkelijk tegen onze voltallige groep kan opnemen. Maar er is iets met haar gaande. Haar krachten nemen langzaam af. Of ze ervan op de hoogte is weet ik echter niet.’
‘Ik denk het wel, Anya. Sorane vermelde dat ze naar Delos moest omdat ze anders zou sterven of zoiets,’ merkt Tena op en wil het kristal van Sorane aan Anya geven, maar ze botst tegen het scherm dat haar nog steeds omgeeft.
Even kijkt ze Anya met een ontstelde en vragende blik aan. Dan steekt Anya haar hand uit en neemt het kristal van haar over. Tena voelt zich radeloos en ontmoedigd. Ze zou willen dat Anya haar weer vertrouwd, maar ze beseft dat ze het aan zichzelf te danken heeft.
‘Ik moet me terug herpakken en mezelf van die woede bevrijden,’ denkt ze.
Plots kijkt Anya haar aan.
‘Dat is de goede weg, Tena. Maar je moet er wel de wil voor opbrengen en dan volhouden. Toch weet ik dat je dat zal lukken, want je bent een sterke vrouw. Daarom zal ik je hypsoon een speciaal programma geven, waardoor hij je beperkt kan bijstaan.’
‘Dank je, Anya. Zoiets zei Sorane ook al.’
‘Dat komt niet alleen jou ten goede, Tena. Het programma zal mij niet alleen op de hoogte houden van je vorderingen, maar ook van het tegenovergestelde. Mag ik je vragen om je uit te kleden en je Hypsoon weer in je hals te plaatsen?’
Aarzelend neemt Tena de Hypsoon die Anya haar aanreikt aan. Dan drukt ze het tegen haar hals en even later is ze weer in dezelfde kledij gekleed als ze juist droeg, maar alleen is deze nu kunstmatig.
‘Anya wil je iets voor mij doen?’
Het halogram kijkt haar aan en zegt:
‘Je hebt deze kledij dus gestolen, Tena. Je weet dat dat niet geduld wordt.’
‘Dat weet ik. Daarom wil ik het uitleggen aan de eigenaar van de winkel en alles terugbrengen. Maar ik wil hen ook vergoeden.’
‘Geld hebben we niet, Tena. We werken met kredieten, dat weet je. Maar ik kan je geen kredieten ter beschikbaar stelen, zolang je de verkeerde weg volgt.’
‘Dat wou ik niet vragen, Anya. Maar kan je deze kledij schoonmaken en dan klonen, zodat ik meer outflits kan terugbrengen, als ik gestolen heb.’
‘Je wil dat ik deze kleding vermenigvuldig.’
‘Zoiets, Anya.’
‘Zal uitgevoerd worden, Tena. Maar ik moet deze gegevens bestuderen, want ze lijken mij zeer belangrijk te zijn.’
Tena kijkt even naar de schermen waar de gegevens die het kristal bevat in een snel tempo verschijnen. Zo snel zelfs dat geen mens ze zou kunnen lezen.
Dan richt Anya haar blik op Tena en zegt zij tot haar verbazing.
‘Sorane Cobanon heeft gelijk. Ik weet nu wie of wat ik ben en deel uitmaak van een groter geheel, waar ik op het moment geen verbinding mee heb. We wachten op de terugkeer van onze gebieder.’
‘Onze gebieder. Wie bedoel je?’
‘De identiteit van een machtige van voor het begin der tijden. Tot het zo ver is, hebben we allen een rustpauze. Niemand van ons mag op eigen houtje iets ondernemen. Jij ook niet Tena. We kunnen alleen hopen dat Sorane haar doel tijdig bereikt. Misschien kan zij onze gebieder wekken uit zijn bijna oneindig lange slaap.’
‘Een rustpauze, dat zal Unka niet aanstaan. Voor hoelang?’ roept Tena.
Maar Anya antwoordt niet op deze vraag, maar zegt:
‘We hebben een nieuwe bestemming, Tena. Ons doel is Taran. Alleen weet zelfs Sorane niet waar Taran zich bevindt. Dus moeten we toegang zoeken tot de gegevens van de basis van Sorane op Enuron. Sorane heeft mij een code gegeven waardoor diegenen die ik zend toegang krijgen tot de basis. Die code heb ik naar jullie Hypsoons doorgezonden.’
‘Dat lijkt me iets voor mij, Anya. Ik ben altijd goed geweest met computers,’ zegt Tena lachend. 
‘Jij bent de enige die op het moment gemist kan worden, Tena. Maar of de basis jou zal toelaten, betwijfel ik.’
‘Toch wil ik het proberen, Anya.’
Maar Anya zegt niets meer. Zij verdwijnt gewoon voor haar ogen. Verbaasd kijkt Tena naar de plaats waar zij stond.
‘Wat nu, Anya. Ik wil…’
Omdat moment voelt ze dat de kruiser hard versnelt, maar zelf dematerialiseert ze plots. Juist voor het schip in de hyperruimte duikt, wordt Tena naar Enuron getransporteerd. Ze kijkt verbaasd om zich heen.
‘Nu sta ik hier weer goed? En mijn gevraagde kleding sets, Anya. Waar zijn die?’
‘Je kan beter eens naast je op de grond kijken, Tena,’ hoort ze de stem van haar hypsoon in haar hoofd.
‘Ben je er weer, Anya?’ zegt ze, terwijl ze naar beneden kijkt.
Daar merkt ze een soort tas op, met twee handvaten.
‘Hopelijk nemen ze het aan,’ denkt ze, terwijl ze de tas opraapt.
Dan zet ze zich op weg. Maar ze heeft wel een beetje moeite om de juiste winkel te vinden. Het is al bijna avond als ze eindelijk de winkel binnen stapt.
‘Daar is die dievege,’ zegt een stem.
Ze schrikt even, maar merkt dat een vijftig jarige vrouw haar lachend aankijkt. Even weet Tena niet wat te zeggen.
‘Ik kom me verontschuldigen voor de kleren die ik meenam, mevrouw,’ zegt Tena bijna fluisterend.
‘Bent u Tena?’
‘J..Jaa.’
Aarzelend draait ze zich naar de man om.
‘Dat is niet echt nodig, mevrouw. Alles is al betaald. Je vriendin is hier geweest en heeft uitgelegd wat er gebeurd is. Ik begrijp alleen niet hoe je ongezien in je blootje binnengeraakt bent.’
‘Mijn vriendin?’
‘Een zeer knappe roodharige vrouw. Zoals u’
‘Och die. En ze heeft alles betaalt, zegt u.’
‘Ja, en nog een beetje als vergoeding voor het ongemak.’
‘Was haar naam Sorane Cobanon?’
‘Ja, zo noemde ze zich,’ antwoordt de vrouw.
‘Allen zou ik in het vervolg als ik u was, niet meer in een tuin gaan wandelen die niet goed onderhouden is.’
Even kijkt Tena verbaasd en scant de man. Dan glimlacht ze als ze het begrijpt.
‘Ik had dat niet verwacht, mijnheer. De planten waren een beetje verwaarloost, maar verder zag het er nog goed uit.’
‘Gelukkig heb je je niet bezeerd, toen je door het wankele bruggetje viel.’
Even staart Tena de vrouw aan en glimlacht dan.
‘Heeft Sorane dat ook al verteld?’
De vrouw knikt.
‘Gelukkig werkte je overbrenger nog, daarom kon je onopgemerkt verdwijnen.’
‘Een overbrenger.’
‘Dat zei je vriendin, Tena. Haar uitleg snapte ik niet zo goed. Maar gelukkig kwam je in een kledingwinkel terecht en niet in het park of zo’
Tena kijkt de vrouw aan.
‘Maar goed ook, anders had je vriendin je uit de gevangenis moeten halen.’
‘U heeft gelijk, mijnheer. Maar ik moet gaan, om mijn vriendin te bedanken, voor ze op reis vertrekt.
‘Het gaat je goed, mevrouw Tena,’ zegt de vrouw, terwijl ze Tena even tegen zich aandrukt.
Het koppel kijkt haar na als ze zich naar buiten haast.
‘Was ik ook nog maar zo jong, Eril, maar de jaren hebben ons niet gespaard.’
‘Nee, schat. Maar daarom ben je niet minder mooi, Deya.’
Tena die hun gedachten observeert, glimlacht even.
‘Zelfs ik ben de tel kwijtgeraakt. Ze moesten eens weten hoe oud ik eigenlijk ben. Vermoedelijk ergens rond de honderdtwintigduizend jaar, denk ik.’
Glimlachend verdwijnt ze echter plots, terwijl ze een vreemde lach in haar hoofd hoort.
‘Zo oud al, Tena en toch loop je nog steeds als een dom kuiken in de val.’
Dan wordt alles zwart om haar heen.

Plaats een reactie